Onze Tips

Op deze pagina vindt u leestips van de medewerk(st)ers van Pantheon. 

Tip van Christi: Tove Ditlevsen - Kindertijd & Jeugd

U hebt ze misschien al een tijdje op de tip-tafel zien liggen: de pastelkleurige boekjes van Tove Ditlevsen (1917-1976). De Nederlandse vertaling Kindertijd verscheen in mei bij Das Mag als eerste deel van haar Kopenhagen-trilogie en in september kon ik verder lezen in het tweede deel Jeugd.  De boeken bevatten het weerbarstige leven van een meisje (Tove Ditlevsen zelf) dat opgroeit in een van de arme wijken van Kopenhagen, de Eerste Wereldoorlog net achter de rug. Ze komt niet uit een makkelijk milieu, met een werkloze vader die meestal op de bank ligt te slapen als hij niet boos is op alles en iedereen, een flatgebouw waarin het er ruig aan toegaat en het vooruitzicht dat men verwacht dat ze zo gauw mogelijk stopt met school om te werken en te trouwen. In Kindertijd leer je dit intelligente, maar naïeve, jonge meisje kennen en je weet al gauw: ze wil weg uit dat milieu. Stiekem schrijft Tove gedichten en droomt van een leven als schrijver. Ondanks een hoop narigheid zijn deze boeken scherp, grappig. Dat zijn ze natuurlijk niet, maar toch heb ik vaak gelachen tijdens het lezen ervan. De stijl is ontwapenend, vrij, en heel scherp.
               Jeugd gaat over de tweede helft van Toves tienerjaren, waarin ze begint met haar eerste baantje, als hulp in de huishouding en oppas. Ze heeft er maar één dag gewerkt, omdat ze met een borstel de peperdure vleugel had geprobeerd schoon te maken en die vervolgens helemaal bekrast had. Omdat ze de bazin niet onder ogen durft te komen, stuurt ze haar moeder om het schort terug te brengen. Later heeft ze nog vele andere baantjes, onder andere als typiste en ze gaat zo gauw ze kan, op haar achttiende, uit huis. Ze huurt de goedkoopste kamer die ze kan vinden en komt bij een hospita in huis die pro-Hitler is (we zijn inmiddels in de jaren dertig). Zijn toespraken dreunen door de vloer heen en ze vlucht daar snel weer weg. Ondertussen gaat ze door met dichten en geeft haar droom niet op. Ze probeert een ingang te vinden in de literaire wereld en als een gedicht van haar gepubliceerd wordt in een blad voor jong literair talent is ze gemotiveerder dan ooit om haar droom achterna te gaan.
               Ik heb wederom erg veel leesplezier gehad met Tove Ditlevsen. Je kijkt door haar bril en die is leuker dan ze zelf denkt op deze leeftijd, geloof ik. Ik ging tijdens het lezen een beetje van Tove houden. Het derde deel komt er ook aan: in december verschijnt Afhankelijkheid. Ik kijk er nu al naar uit!

(Christi Kuiper)

 

Tip van Christi: Zussen - Daisy Johnson

Dit voorjaar lazen collega Marieke en ik Onder het water van de Britse Daisy Johnson en werden allebei omvergeblazen. Het boek belandde dan ook als tip op ons beider zomerlijst (zie hier). Na een lange zomer wachten verscheen eind september de vertaling van Sisters, Johnsons tweede roman. Met enige spanning en grote verwachting las ik ook dit boek ademloos uit.
               Zussen gaat over een gezin bestaande uit een moeder en haar twee dochters September en Juli die op de vlucht zijn geslagen omdat ze door een verschrikkelijke gebeurtenis onmogelijk in hun woonplaats Oxford konden blijven. Wat daar is gebeurd verandert de levens van de drie vrouwen ingrijpend, maar wát daar nou precies is gebeurd, daar kom je pas tegen het einde achter. Het huis waar ze nu wonen is mysterieus, het maakt geluiden en lijkt te leven. Johnson kan als geen ander een verhaal opbouwen met een ongelooflijke hoeveelheid spanning. Je bent als lezer enorm actief aan het lezen, om te begrijpen wat er gebeurt met de twee zusjes en hun moeder die zich sindsdien heeft opgesloten in een kamer. Je krijgt tijdens het lezen steeds meer puzzelstukjes toegeworpen. Wat ik heel knap vind is dat ik me kan voorstellen dat de leeservaring van dit boek voor iedereen anders is, omdat het verhaal zo kunstig is opgebouwd dat er niet vastgelegde ‘aha-momenten’ in zitten, maar die voor iedere lezer op een ander moment in het verhaal plaatsvinden.
               Johnson speelt in dit boek een spel en het verhaal komt op een waanzinnige manier tot leven. Het einde laat me niet meer los en ik had al een beetje heimwee naar het boek toen ik de laatste hoofdstukken begon te lezen. Meer ga ik er niet over zeggen, alleen: lees dit!

(Christi Kuiper)

Leestip van Marieke: 'Confrontaties' - Simone Atangana Bekono

Potverdorie wat een boek is dit. 'Confrontaties' is de debuutroman van Simone Atangana Bekono. het is een scherpe, heldere vertelling over daders en vermeende daders, over de noodzaak volledig als jezelf gezien en erkend te worden, over familie en verschillende vormen van geborgenheid. Over identiteit en racisme, over literatuur en mythologie, over opgroeien in een dorp en teruggaan naar Kameroen. 

‘Confrontaties’ gaat over Salomé en hoe deze veelbelovende zestienjarige in een instelling voor jeugddetentie terecht komt, en hoe ze de zes maanden die ze daar zit beleeft. Dat Atangana Bekono debuteerde als dichter met de geweldige bundel 'Hoe de eerste vonken zichtbaar waren' is terug te vinden in de glasheldere beelden die ze oproept. Bijvoorbeeld de kameraadschap en gedeelde pijn tussen Salomé en haar maatje Marissa die zichtbaar wordt door een hoofd dat op een schouder wordt gelegd.

Ik had me heel erg verheugd op dit boek en werd niet teleurgesteld: ik las het in één ruk uit. 

 

(Marieke de Groot)

 

Leestip van Marieke: De dag dat ik mijn naam veranderde - Bibi Dumon Tak

Hoewel ik zonder aarzelen ‘De dag dat ik mijn naam veranderde’ had meegenomen op vakantie, was ik toch een beetje huiverig eraan te beginnen. Zou dit nou een erg geschikt vakantieboek zijn? Ik was bang dat het me boos zou maken. Maar toen herinnerde ik me dat ik niet in het concept ‘vakantieboeken’ geloof en begon te lezen -  om niet meer te stoppen.  

Ik nam het boek mee omdat ik al een tijd geïntrigeerd door Bibi Dumon Tak als kinderboekenschrijver. Vanwege haar klare toon en doordat niet erg zacht overkomt. Dat zijn de beeste kinderboekenschrijvers, naar mijn mening.  Maar nu bleek Dumon Tak al jarenlang dermate ‘niet zacht’ dat het schrijven niet meer lukte. Ze was boos en nadat ik ‘De dag dat ik mijn naam veranderde’ las snapte ik goed waarom.  

‘De dag dat ik mijn naam veranderde’ gaat over Bibi Dumon Taks dove/slechthorende zusje Lize. De twee hebben een goede band, maar Lize sterft aan kanker. ‘Ik besefte op dat moment dat Lize mijn dichtstbije mens was, omdat ik haar al mijn hele leven kende, omdat ik onvoorwaardelijk zoals een moeder van haar hield.’ Met Lizes dood verdwijnt niet alleen haar zusje uit haar leven, maar ook haar twee neefjes. Hun tante en oma, de meest vleselijke links met hun moeder, mogen de twee jongens niet meer zien van hun vader. In interviews maakt Dumon Tak er geen geheim van dat vrijwel het hele boek waargebeurd is.  Een en ander is veranderd (‘waar ik in werkelijkheid op een rode fiets naar de groenteboer ging, ga ik in het boek op een blauwe fiets naar de bakker’) om aanklachten van smaad of laster te voorkomen.

Die aanklachten zouden komen van Lizes ex-man, waar ze niet mals over is. Ze weigert zijn naam te noemen en wenst hem ‘ teken op het donkerste plekje’ en wat al niet meer voor vreselijks toe. In het begin vond ik de herhaling daarvan wat vermoeiend, het haalde me uit de tekst en de woede was zo aanwezig dat het bijna tastbaar was. Later in werd dat minder, maar zover in het verhaal realiseerde ik me dat die woede tastbaar hóórde te zijn. Bibi Dumon Tak krijgt nergens de kans om te rouwen om Lize, ze zit gevangen in de verbijstering over het gedrag van haar ex-schoonbroer. Haar vader – een slonzige man die nauwelijks bij hun opvoeding aanwezig was maar waar ze desondanks met veel liefde over praat – en broer mogen Lizes kinderen wel zien. Het zijn de vrouwen waar de ex-man een probleem mee heeft en zo wordt dit boek meer dan een familieverhaal. Het wordt een verhaal over ongelijke behandeling. Over macht, van mannen over vrouwen zo je wilt, maar ook van wie die macht zichzelf toe-eigent en hoe weinig er eigenlijk tegen onredelijkheid in valt te brengen.

Hoe boos ‘De dag dat ik mijn naam veranderde’ ook is, toch vond ik de woede niet overheersen.  Dumon Tak onderzoekt ook ‘de andere kant van de pannenkoek’, een periode waarin ze de ex-man wel bij zijn naam noemt. Ze doet dat omdat leven met woede ‘uiteindelijk de weg naar je verdere leven verstoort. Dus daarom, Lize, kijk ik ook naar de kant van Juliano, omdat ik niet wil leven met vuurwapens in mijn hoofd.’ Maar vergeving is niet mogelijk, wat hij doet is te erg, en dat begreep ik zo goed. Toch was het kennelijk voldoende om zelf verder te gaan en dit boek te schrijven. Dat moest, vertelt ze, om een opening te creëren. En hoewel het een intense leeservaring was, ben ik blij dat ze dat gedaan heeft en vind ik het eindresultaat onvoorstelbaar knap. Met zoveel pijn en woede dit verhaal zo goed uiteenzetten, met humor en intelligent en vooral met zo’n enorme taalbeheersing. En het is weliswaar geen zacht boek, maar waar ze schrijft over haar Lize, haar levenskracht en hun band, daar is het een ontzettend teder boek.

(Marieke de Groot)

Leestip van Marieke: Drie schijnbaar verschillende boeken die toch wat gemeen hebben

Deze recensie behandelt drie boeken die op allerlei vlakken niet-samenhangen. Het gaat om een roman, een verhalenbundel en een essaybundel; van een mannelijke auteur van eind dertig, een vrouwelijke auteur van begin veertig, een vrouwelijke auteur van bijna negentig; door twee Nederlanders en een Amerikaan; gezet in een nabije of alternatieve toekomst, op een niet-nader gedefinieerde plek met een rivier die spontaan ontstond, of gedefinieerd als ‘een genadeloze vinger op de tijdgeest van de late twintigste eeuw’.

De namen en rugnummers die horen bij deze omschrijvingen zijn:  Eva Meijer - ‘De nieuwe rivier’, Joost de Vries - ‘Rustig aan tijger’ en Joan Didion - ‘De verhalen die we onszelf vertellen’.

Eva Meijers ‘De nieuwe rivier’ verhaalt over de jonge journaliste Janet Stone. Zij reist af naar het fictieve Koraaldorp, om te schrijven over de rivier die daar spontaan is ontstaan. Kort nadat Janet is gearriveerd wordt een plaatselijke sojaboer vermoord, die een pak zeer goed gedichten over kleuren achterlaat. Mogelijk heeft zijn dood met de rivier te maken, want de grootschalige sojateelt in het gebied lijkt zo zijn sporen na te laten. Deze moord is het startpunt voor meer geweld en raadsels, waar Janet steeds nauwer bij betrokken raakt. De gebeurtenissen worden omgeven door mystiek, betekenisvolle dromen en het eigenhandige optreden van moeder natuur. Meijer verweeft verschillende stemmen en visies, en de waarheid raakt steeds verder uit beeld, net zoals wie wel of niet te vertrouwen is. 

De verhalenbundel ‘Rustig aan tijger’ van Joost de Vries lijkt in een nabije toekomst te spelen. In sommige verhalen is dit evidenter dan in anderen, bijvoorbeeld ‘Brief uit Menorca’ als de doden langskomen via een programmaatje. Maar ook in de nabije toekomst vullen veel dertigers net als nu volgens De Vries hun leven als reclamemakers, ‘creatieveling’ of acteurs en met reisjes, trouwerijen en post-studentenactiviteiten. De Vries laat de personages in de verhalen terugkeren en bouwt zo een overtuigend geheel van jonge mensen met een sociale media- en borrelpraatwaardige leven, maar die allemaal niet tevreden zijn met de vorm waarin het zit. De Vries lijkt deze getroebleerde nepvolwassenen serieus te nemen, maar hun problemen niet per se. Hij spot voorzichtig met hun teergevoeligheid, zonder dat hij ze in hun hemd zet. En daardoor krijgen al pogingen tot contact en ‘echt leven’ iets tragisch, als rimpels onder een laag make-up.

Ik ben benieuwd wat voor essay Joan Didion zou schrijven over het wereldje uit ‘Rustig aan tijger’. Want als Didion iets goed kan is het onderdeel worden van milieus om daar vervolgens met distantie naar te kijken. De Vries stelde een essaybundel met vertalingen van haar werk samen: ‘De verhalen die we onszelf vertellen’. Deze essays gaan over de sixties, New York, Californië; over drugs en familiebezoeken, over  grote maatschappelijke gebeurtenissen als de Manson Murders. Didon bouwt haar teksten op met behulp van anekdotes en citaten, met stelligheden en mededelingen. Ze is onderdeel van wat ze ziet, maar doet niet mee en staat daardoor nooit tussen haar en de lezer in.

Goed, maar wat zijn de overeenkomsten tussen deze drie boeken, naast de ruwpapieren kaft in matte kleuren? Ten eerste de kwaliteit. Alle zijn goed geschreven, knap opgebouwd en houden de aandacht moeiteloos vast. Maar vooral in hun toon, de helderheid van het proza en de lucht die dat biedt om zélf na te denken over wat er gebeurt , raken de boeken elkaar. Met ‘helderheid’ bedoel ik niet dat uitgespeld wordt wat de auteurs bedoelen. Juist niet.  Zo zouden zijn de essays van Didion eigenlijk geschreven als reportages voor kranten.  Maar door de ruimte die ze aanbrengt (actief) voor de lezer om verder te denken, te koppelen, worden het essays. Vind ik. De mensen die ze opvoert blijven net als de personages van Meijer en De Vries op een afstand, maar alle drie waarderen ze hun personages duidelijk wel. Desondanks hebben alle drie de boeken een licht spottende toon over de verwende of makkelijke aannames van de personages.

Wat Didion doet met anekdotes en oneliners, doet Meijer met een vernuftig spel van vertelperspectieven en symboliek, en De Vries door dialogen. De auteurs laten zien wat er nodig is om ergens bij te horen, om mee te kunnen doen, en hoe lastig dat soms is, namelijk: de verhalen die we onszelf vertellen.

 

(Marieke de Groot)

Tip van Marieke: Simone de Beauvoir - een leven

Kate Kirkpatrick: Simone de Beauvoir. Een leven

Jaren geleden las ik Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre. Portret van een relatie. Hierin ging het nauwelijks over de filosofische standpunten van dit beroemde koppel en vooral over hen als stel – al testten ze in hun relatie natuurlijk ook hun anti-bourgeoises ideeën. Hoewel in het boek de aandacht eerlijk verdeeld werd, leek dat in de relatie niet het geval te zijn geweest. Sartre had simpelweg door zijn man-zijn veel meer mogelijkheden dan De Beauvoir, zowel in de liefde als in publicaties. En  in hoe hij de geschiedenis inging: het heersende idee is toch nog vaak dat hij de échte filosoof was en dat De Beauvoir er maar een beetje bijhing met een paar aansprekende ideetjes. In deze nieuwe biografie van Simone de Beauvoir diept Kirkpatrick die disbalans uit en probeert de boel enigszins recht te trekken. Zoals op de flap staat: ‘Dit boek is gewijd aan de vraag hoe De Beauvoir zelf is geworden wie ze werd.’ Een vraag die natuurlijk doorformuleert op haar eigen beroemde woorden uit De tweede sekse ‘Je komt niet ter wereld als vrouw, je wordt vrouw.’

Kirkpatrick slaagt er in deze fijn geschreven biografie mooi in om van Simone de Beauvoir een zelfstandige vrouw te maken, in plaats van ‘de partner van Jean-Paul Sartre’. Want dat was ze ontegenzeggelijk, met heel erg eigen ideeën. Al werd soms vooral Sartre hiervoor erkent, hier wordt voor eens en altijd duidelijk dat De Beauvoir zelf een belangrijk filosofisch denker en schrijver was.

Kirkpatrick had beschikking over dagboekaantekeningen en brieven die niet eerder gebruikt mochten worden. Daar citeert ze ruim uit, wat prettig leest en veel inzicht geeft. Bovendien roepen ze een vervlogen Parijse wereld en levensstijl op waarin het heerlijk is om een tijdje te vertoeven.  Frappanter is dat Kickpatrick er ook mee aantoont dat eerdere publicaties, óók De Beauvoirs eigen memoires, niet compleet of zelfs aangepast waren en zo het idee van Sartre als de echte originele denker ondersteunden. Stelde ze zichzelf net zo goed onderdanig aan Sartre op?

Het enige grote minpunt vond ik dat de Kirkpatrick De Beauvoirs (en Sartres!) politieke standpunten met betrekking tot met name het communisme wel erg makkelijk wegwuift als een vorm van naïviteit. In bijvoorbeeld Simone de Beauvoir en Jean-Paul Sartre. Portret van een relatie komt dit wel duidelijk naar voren.

(Marieke de Groot)

Tips van Marieke: Flessenpost uit Reykjavik, Schemerwerelden, Het boek van wonderlijke wezens die werkelijk bestaan

Spinnend als een kat las ik Flessenpost uit Reykjavik, het nieuwste boek van Laura Broekhuyzen. Broekhuyzen is enkele jaren geleden met haar IJslandse man naar zijn eiland geëmigreerd en probeert daar haar draai te vinden aan een IJslandse verlaten baai en een thuis te bouwen voor haar twee kinderen. Ik vind haar heerlijk melodieus schrijven; het is vaak alsof iemand  in mijn hoofd lichtzinnig tegen een triangel slaat, telkens een heldere ping wanneer ik weer een van haar verrassende vergelijkingen lees. Of een van die treffende omschrijvingen voor contact tussen mensen. Broekhuyzen zoekt en stuntelt in het IJslands en voelt zich ontheemd. Door haar beschrijvingen hiervan en gedachten erover  is dit emotionele, beeldende en zintuiglijke boek ook een reflectie op integreren, erbij proberen te horen. Ze koppelt haar eigen ervaringen en pogingen aan herinneringen aan Syrische zusjes waar ze als kind goed bevriend mee was.

Om te demonstreren hoe de IJslanders aan hun taal hangen én hoe oud die taal is, haalt Laura Broekhuyzen de Edda aan, een verzameling IJslandse en Noord-Europese mythologische teksten uit de Middeleeuwen. Hun taal is dermate weinig veranderd dat IJslanders deze steunpaal van hun cultuur nog vrijwel helemaal in het kunnen lezen. Enige jaren terug las ik de Edda ook  (in het Nederlands), de zogenaamde ‘proza-Edda’ van Snorri Sturluson, en daar werd ik maar wat blij van. Al die gruwelen en dat verraad en die liefde en vreemde wezens en heldenmoed en symboliek! Over de Edda lezen in Flessenpost uit Reykjavik riep dan ook onmiddellijke weemoed bij mij op: ik wilde weer zoiets! Gelukkig trof ik in onze kinderhoek twee goede kandidaten aan: Schemerwerelden. Britse en Ierse volksverhalen door Kevin Crossley-Holland en Het boek van wonderlijke wezens die werkelijk bestaan van Tjerk Noordraven. Beide geweldig in tekst én beeld. Nu is de Edda geen kinderboek, maar het is wel een boek dat net als deze twee meteen allerlei werelden opent. Werelden waarin de verhalen niet per se een goed einde kennen en waarin de mensen, wezens en dieren lang niet allemaal aardig of aaibaar zijn. Al zijn de boeken van Crossley-Holland en Noordraven natuurlijk wel aangepast op de jongere lezers.

Broekhuyzen vertelt over een liedje dat haar dochter zingt, uit dezelfde tijd als de Edda en met een gruwelijk inhoud. Wanneer ze haar verbazing over de inhoud met IJslandse moeders deelt, leggen die haar uit hoe het lied een shortcut is naar het verleden, een manier om de huidige generatie onderdeel te maken van het heden. Een prachtig gegeven dat de kracht van verhalen toont. De verhalen uit Schemerwerelden zouden zomaar in dezelfde categorie kunnen vallen. Ze gaan ook over liefde, ontrouw, lastige keuzes en zijn verpakt in een wereld vol mystiek. En zitten vol de mistige nattigheid die bij Noord-Europese eilanden hoort. Veel thema’s vallen ook terug te vinden bij modernere vertellingen als koning Arthur en tv-series als Xena The warrior Princess en Game of Thrones. Geweldig toch, hoe de mensheid deze oeroude verhalen en symbolen zichzelf al zolang vertelt en nog steeds aanwendt om van te leren.

Het boek van wonderlijke wezens die werkelijk bestaan is hierbij een mooie aanvulling, voor beelden en achtergronden van die griezelwezens van over de hele wereld en de mythe daarachter. Zoals de Ierse Dobharchú, een griezelig watermonster dat lijkt op een enorme otter met scherpe tanden. Gek genoeg is dit monster ook een erg trouwe vriend: Dobharchú leven altijd met zijn tweeën en delen al hun prooien. Ook weer een wijze les uit de mythologie: hoe gruwelijk een monster ook, er zal altijd iets van liefde in schuilen. Beide boeken zijn een waanzinnige manier om kinderen dit soort wijsheden te laten ervaren in verhalen. Zónder moraal en zonder belerend te zijn, maar uitdagend, origineel, een beetje spannend en vol wendingen. Precies zoals het leven zelf. En mooi geïllustreerd.

Tip van Leo: De tweede slaap

Verhalen over mensen die op een Duistere Plaats belanden en denken dat ze daar wel weer vlug van zullen wegkomen: ik ben er dol op. Misschien komt het omdat ik jaren in Zaandam heb gewoond, maar ik voel enorm met ze mee en huiver bij elke tegenslag waardoor ze gedwongen zijn nog een dag aan hun onvrijwillige verblijf toe te voegen. Tot ze uiteindelijk het onvermijdelijke inzien. Ook aan Robert Harris is dit gegeven prima besteed, zo blijkt uit De tweede slaap
De jonge pater Christopher Fairfax reist in het jaar 1468 te paard naar het afgelegen dorpje Addicott St George. Aldaar wacht hem de taak de begrafenis te regelen van een oude priester. Hij rijdt in een woest landschap door regen en harde wind. Onderweg ontmoet hij niet al te vriendelijke mensen die hij de weg vraagt en die hem de verkeerde kant uit wijzen. Aan het einde van de dag bereikt hij verkleumd en doorweekt het sombere dorpje. In de pastorie wordt hij gereserveerd ontvangen door de huishoudster van de priester en haar dochter die niet kan spreken. Als slaapplaats wordt hem het bed van de overledene toegewezen. Hij huivert en denkt: morgen is die begrafenis achter de rug en dan kan ik zo snel mogelijk weer terug naar huis.
Dat zit er uiteraard niet in. Robert Harris maakt het zijn protagonist in De tweede slaap niet makkelijk. Er is nogal wat aan de hand in Addicott St George en Fairfax leert al snel uit te kijken tegen wie hij wat zegt. Ook komt hij enkele zeer ongebruikelijke voorwerpen tegen in de werkkamer van de overleden priester.
Harris verrast elke keer weer met zijn onderwerpen. De tweede slaap is geen geschiedkundige thriller, daar komt de lezer gaandeweg achter. Het bevat vleugjes Atwood en Eco, zet je aan het denken en is verwarrend en spannend tot aan het keelsnoerende einde. 

Tip van Marieke: 'Friday Black' van Nana Kwame Adjei-Brenyah

Schrijven over de toekomst om iets leren over het heden: het gebeurt vaker, maar zelden zo goed als door Nana Kwame Adjei - Brenyah. De achtentwintigjarige Afro-Amerikaanse auteur van Friday Black zette een geweldige prestatie neer met deze verhalenbundel. Het zijn urgente, relateerbare verhalen die aanschuren tegen sci-fi. In een weergaloze schrijfstijl wordt racisme, sociale ongelijkheid en angst aangekaart, zonder de hoop uit het oog te verliezen. Nana Kwame won begin dit jaar met Friday Black de PEN America’s Literary Awards, een van de grootste Amerikaanse literaire prijzen. Geen wonder dat een auteur als Zadie Smith het gretig las, en Roxane Gay en Booker Prize-winnaar George Saunders ronkende aanprijzingen gaven voor op het omslag.

Friday Black heeft als motto ‘Anything you imagine, you possess’. Het komt uit ‘Blessed’ een nummer van Kendrick Lamar en ScHoolboy Q. en gaat over dat je meer hebt dan je denkt. Datzelfde hoopvolle zit in deze bundel, al is het hoop waar je pas via een lange, duistere weg komt. De verhalen in Friday Black zijn hard, bloederig en vol verlies en Nana Kwame schrijft direct, waardoor je als lezer vaak flink geraakt wordt. Het geheel is gesitueerd in een nabije toekomst waar ons heden duidelijk doorheen schemert. In the Guardian zei de schrijver hier het volgende over: ‘(…) a world a little bit worse than ours, (….) so maybe, collectively we could imagine a world that was much better’.

Het titelverhaal gaat over Black Friday, de dag na Thanksgiving waarop enorme drommen mensen zich op de uitverkoop storten. In de wereld van het verhaal is de focus op het kopen zo groot dat men in een soort zombietaal communiceert en sterfgevallen ingecalculeerd zijn. ‘Most of the customers can’t speak in real words: the Friday Black has already taken most of their minds.’ Haast laconiek neemt Nana Kwame ons mee naar deze bizarre wereld die tegelijkertijd zo griezelig herkenbaar voelt. Maar niet alle menselijkheid is verloren. Zo sluit de alinea: ‘Other times, if somebody dies, at least a clean-up crew comes with a tarp. Last year, the Friday Black took 129 people.’ af met: ‘As if caring about people is something you can turn on and off.’

Zowel die griezelige herkenning als de menselijkheid komen in vrijwel alle verhalen terug. Er is sprake van confronterende uitvergrotingen of het benoemen van dingen die we allang weten, maar waar we liever schijnonwetend in meegaan of met een grote boog omheen lopen. Behalve als je niet anders kan, bijvoorbeeld als je bij een gemarginaliseerd gemaakte groep hoort, zoals Afro-Amerikanen of wanneer je armoede leeft. En daarmee komen we bij de omkering in de titel: Friday Black in plaats van Black Friday. In het ene verhaal nadrukkelijker dan in het ander toont Nana Kwame in deze bundel hoe ongelijkheid nog steeds alomtegenwoordig is in Amerika – en dat is voor Nederland net zo herkenbaar. Een terugkerende voorbeeld hiervan is de ingebouwde voortdurende aanpassing die nodig is om in leven te blijven en in je levensonderhoud te kunnen voorzien als onderdeel van zo’n gemarginaliseerde groep. In ‘The Finkelstein 5’, een verhaal dat ik erg pijnlijk vond, stelt Emmanuel expliciet zijn ‘Blackness’ zo laag mogelijk af. Een 4.0 is het laagst mogelijke, want zijn huid heeft nou eenmaal de kleur die die heeft. Desondanks wordt hij afgebeld door het bedrijf waar hij op sollicitatiegesprek zou gaan: ze zijn geen ‘urban bedrijf’. In een ander verhaal heeft een collega/concurrent het voordeel van haar (witte) uiterlijk: zij is knap. Hij heeft zijn glimlach. En dan zijn dit de mildere voorbeelden.

Nana Kwame toont met deze briljante bundel  dat gelijkwaardigheid op veel te veel gebieden nog helemaal niet present is. Hij doet dat zonder expliciet te zijn, zonder de naam ‘Trump’ te laten vallen, zonder iets de ridiculiseren of aan te vallen: hij schrijft simpelweg fantastische verhalen.

Tip van Marieke: Kamers, antikamers & Dennie is een star

Tussen Kamers antikamers, de recente roman van Niña Weijers en Dennie is een star, de roman van Maartje Wortel die enkele maanden geleden verscheen, bestaat een duidelijke connectie. N. in Wortels boek en M. in Weijers boek zijn zonder enige twijfel dezelfde personen, er zit overlap in gebeurtenissen als de vele wandelingen in het park en een vakantie naar een ijskoude schuur in Frankrijk, en gesprekken herhalen zich op andermans pagina’s. Bijvoorbeeld een gesprek over ‘koele gels’ – dat wat fysiotherapeuten gebruiken. Ondanks het wat willekeurige onderwerp was dit gesprek voor mij een belangrijk punt in beide boeken, en niet vanwege mijn bovenmatige fysiotherapie-ervaring. Want waar voor mij het gesprek over de koele gels over gaat, is de houvast van vriendschap.
   Beide boeken zijn boeken over van alles. Over auto’s, relaties, God en het niet-metafysische heelal, over verleden, toekomst, ontmoetingen en terugkeren. Het zijn verzamelingen van levens, van keuzes, interacties, van lijven op lijven. Verzamelingen van pogingen. Ik wil niet beweren dat de boeken een-op-een te vergelijken zijn, maar ze zijn wel onderdeel van dezelfde conversatie. Een conversatie gevoed door wodka en associaties en dus soms meer een gemurmel van vele stemmen, maar toch: één gesprek. Wortel haar aandeel aan het gesprek bestaat uit het verhaal van, ‘Ted’, ook wel Tub genoemd door N. Even lijkt het het verhaal van een verloren liefde, maar als snel blijkt het het verhaal van één lijf vol liefde, samen met een boel andere lijven en liefde. Het schiet alle kanten uit en elke liefde opnieuw lijkt ze een nieuwe vorm te moeten zoeken, maar telkens resulteert het erin dat de liefdes niet in háár vorm blijken te passen. Dennie, de vaalrode kat die ze wegpraat uit een schuur, moet en zal haar helpen lijn te krijgen in haar leven. ‘Ik was op zoek naar geloof, iets om me bij thuis te voelen.’  En Dennie probeert het, zoals een God het probeert. ‘In the end is alles een geloof,’ schrijft Wortel. Dat is ook wat me zo aansprak, ontroerde, aan dit boek: het blijven geloven, in wat dan ook. Geloven en blijven proberen. Samen met de katten en de sterren en de levenslust.
   De ik in Kamers antikamers leeft een boel uiteenlopende stukjes van levens, waarvan het mij als lezer niet altijd even duidelijk was welke hypothetisch waren en welke niet. Een hoofdlijn valt te ontdekken in de ik die haar stabiele relatie met een man verlaat om met een (bezette) vrouw te zijn. Over beide relaties wordt verteld met de springerigheid die eigen is aan hen die nietzekerweten en het geheel wordt aangekleed met verhalen die de intuïtiviteit van de ik laten zien. Duidelijk gaat het in Kamers antikamers om wat er bij/in de ik gebeurt in plaats van dat het gaat om wat er in het boek gebeurt.  Soms waren iets meer contouren prettig geweest, al was het enkel ter bevordering van het zorgvuldig lezen.   
   In beide boeken lopen de personages aan tegen hun onvermogen stabiliteit aan hun leven te geven. Of wíllen geven misschien ook wel, want met stabiliteit vallen er zoveel andere dingen en mensen weg. In Kamers antikamers is het zoeken noodzakelijk om over zichzelf en het leven na te kunnen denken, om meer zichzelf te kunnen zijn. Het zoeken is wat meer situatiegestuurd. In Dennie is een star zou Ted niet eens kunnen stoppen zoeken, zo lijkt het. Ze weten beide niet waar ze staan - in een kamer of in de antikamer van het leven van de anderen die het wel lijken te snappen ( zoals het ‘gelukkige gezin’ waar N. naar kijkt vanuit het raam van het Witsenhuis). N. & M. vinden stabiliteit in hun vriendschap. Ze lopen eindeloze rondjes met het hondje van N. en pratenpratenpraten hun werelden aan elkaar. Samen of met andere vrienden. Daarom denk ik dat het met hen wel goedkomt.
   Het schrijven is een ander houvast waar ze telkens naar terugkeren. Vooral de roman van Weijers is een reflectie op hoe een vorm te vinden. Wanneer is iets werkelijkheid, romanmateriaal, fictie, of beide. Wanneer maakt dat uit en wie bepaalt dat. Ik ken Maartje Wortel of Niña Weijers niet persoonlijk, maar genoeg elementen uit beide boeken en de literaire wereld zijn mij bekend genoeg om aan te nemen dat het grotendeels autofictie is en zo geven zij hun eigen antwoord op die vraag. Of deze herkenbaarheid bedoeld is als een literaire groepswandeling is, intertekstualiteit die pas over een decennium haar definitieve waarde bewijst, of als grapje, weet ik niet en het maakt me ook niet zoveel uit. Het persoonlijke zou de boeken irritant, pretentieus of - zo u wilt - ‘typisch millenial’ kunnen maken.  Maar dat is het niet. De connectie is oprecht en lief en speels. De schoonheid van beide boeken zit voor mij in de taal, het bedachtzame,  het niet opgeven.  Maar vooral in de kunst van het zoeken. En dat zonder larmoyant geklaag, maar door er gewoon hedendaagse, invoelbare literatuur van te maken die lekker alle kanten uitschiet. 

 

Tip van Marieke: Normale mensen

Als ik maar 1 ding over Rooney zou mogen zeggen, dan werd het dat ze ongelooflijk soepel schrijft. En dat leest heerlijk. Zo heerlijk dat ik helemaal werd meegesleept en regelmatig de neiging had om tegen de hoofdpersonen in ‘Normale mensen’ te schreeuwen. Of om gewoon een ‘AAARRRGGGG’ het luchtledige in te slingeren. Want Connell en Marianne zijn zo normal dat ze onnozelheid op fout op misstap stapelen. Hele gewone, menselijke dingen: niet communiceren, voor de ander denken, je pik achternalopen, handelen uit schaamte of schuldgevoel, et cetera. Die normale menselijkheid staat hun -  voor de lezer - overduidelijke en wederzijdse liefde grandioos in de weg. En dat is waanzinnig frustrerend. Zelf spreken ze hun warme gevoelens naar zichzelf of naar elkaar nauwelijks uit . Het is een optie dat ze het niet eens beschouwen als liefde, maar meer als de mogelijkheid hun volledige zelf te kunnen zijn bij de ander. Al is dat wellicht een definitie van liefde? ‘For the privacy between himself and Marianne to be invaded by Peggy, or another person, would destroy something inside him, a part of his selfhood, which doesn’t seem to have a name and which he has never tried to identify before.’

Dat hun wederzijdse gevoelens voor ons als lezer zo duidelijk zijn komt doordat we afwisselend vanuit het perspectief van Connell en Marianne lezen, we wéten dus simpelweg hoe veel ze om elkaar geven. Rooney bouwt de liefde, afhankelijkheid en de ontwikkeling van hun persoonlijkheden van puber tot jongvolwassene interessant en overtuigend op. Af en toe, zeker richting het einde, vond ik het geheel wat te geconstrueerd, in  Rooney’s debuut ‘Conversations with friends’ was dat minder. Maar het beste is gewoon beide boeken te lezen, want nogmaals: Sally Rooney schrijft ongelooflijk soepen. En dat leest heerlijk.

Tip van Christi: Afhankelijkheidsverklaring

Rebekka de Wit schreef in 2015 haar eerste roman We komen nog één wonder tekort. Een van de personages in haar roman zegt dat iemand eens een afhankelijkheidsverklaring zou moeten schrijven. De Wit heeft de boodschap begrepen en vier jaar later is het resultaat hier: Afhankelijkheidsverklaring, De Wits nieuwe boek, een bundeling van essays en verhalen over de wereld vanuit het perspectief van haar eigen leven.

Ze is een denker, dat blijkt uit haar scherpe observaties en de verrassende toon die de essays hebben. In een interview in het radioprogramma Nooit meer slapen vertelt Rebekka de Wit dat ze met enige regelmaat van mensen te horen krijgt dat ze wel veel nadenkt, waarop ze verbaasd reageert: ‘Eh, ja. Maar wat doe jij dan precies?’

In dit boek is afhankelijkheid een van de thema’s. Het klinkt als iets waar je van af moet, wat je uit de weg moet gaan. Maar het essay 'Illusies van onafhankelijkheid' is scherp en geeft een tegengeluid. Een typerend verhaal is het verhaal van een man die helemaal op eigen houtje een broodrooster wil maken. Hij leert ijzer te maken van ijzererts, het project kost hem acht maanden en hij is tienduizend pond lichter. Het geval heeft ongeveer twintig seconden gefunctioneerd. Het is een klein voorbeeld, maar samen met de rest van het verhaal klinkt er een boodschap: je hebt anderen nodig.

Een terugkerende kwestie in dit boek is de vraag naar hoe de wereld nou eigenlijk is. Hoe de mensen zijn, hoe je zelf moet willen zijn. Je proeft de frustratie in de beschrijving van de situatie met haar buurman die haar uitlegt hoe de wereld in elkaar zit. Hij, die door ‘een slim spelletje’ te spelen veel meer geld van de verzekering krijgt uitgekeerd dan er werkelijk was gestolen, en zij, beroofd van auto en alle waardevolle spullen die erin lagen geen cent te zien kreeg door het ontbreken van een hoedenplank in de auto. ’Je weet toch dat het zo werkt?’ zegt buurman.

Wat me heeft geraakt in dit boek is dat het een hoopgevend verhaal is. Haar eerlijke houding geeft ruimte voor een nieuw perspectief. Eén dat op het eerste gezicht misschien niet krachtig lijkt, onafhankelijkheid is immers sterk, afhankelijkheid is zwak, maar die uiteindelijk ruimte schept voor echte verbinding. Om een echte held te worden, hoef je geen klootzak te zijn. 

Tip van Christi: Lezen in tijden van Netflix

Het standpunt van Felicitas von Lovenberg is helder: ga lezen! Haar boek Lezen in tijden van Netflix is een aanstekelijk betoog over de voordelen van het lezen, ook in tijden van Netflix. Het N-woord valt in dit hele boekje grappig genoeg niet vaak. Misschien vindt de schrijver Netflix geen echte concurrent. Zelfs het digitale lezen komt er niet goed vanaf bij deze leesfanaat. Jet Steinz zegt in het voorwoord dat ze soms het idee heeft ‘de enige te zijn die geen Netflix heeft of via het account van de ex van de zus van haar vriend kijkt’, maar daar is ze blij om. Ze kan zich de verleiding om na een lange dag toch voor het scherm te kiezen wel voorstellen.

Alle aspecten van het lezen komen voorbij. Het nut, hoe te lezen (waar, hoe vaak, wanneer) en ook wat te lezen (en welk boek op welk moment). Doorspekt met leuke anekdotes en citaten uit de wereld van het boek is dit een prettig, makkelijk te lezen boek. Mocht u nog moeite hebben met de houding waarin een boek gelezen dient te worden of welk boek op welke tijd het meest geschikt is, alle tips vindt u in Lezen in tijden van Netflix. De lichte toon van dit boek is leuk, je krijgt weer zin om je lekker in een dik boek te verliezen.

Wist u dat boeken ook huwelijken redden? ‘Een vriend van mij die punctueel is tot op de seconde werd jaren geleden verliefd op een notoire laatkoomster.’ Na veel ergernis maakte hij de balans op en besloot sindsdien altijd een boek bij zich te hebben dat hij zou lezen als hij weer moest wachten. ‘Hij vertrouwde me toe dat het geheim van zijn gelukkige huwelijk school in alle boeken die hij in leessessies van vijf minuten tot een kwartier had gelezen terwijl hij op zijn vrouw zat te wachten. Zijn oplossing had hem niet alleen een betere echtgenoot gemaakt, hij had zo ook jaren lees- en levensgeluk ontvangen.’

Hoewel het een boek is over boeken, en dat misschien overbodig lijkt, zo zegt Steinz, maakt dit boek zijn eigen nut klip en klaar. Lezen vormt je, het maakt je empathischer, stimuleert het kritisch denken. Daarnaast heeft lezen, gek genoeg, zelfs allerlei lichamelijke voordelen. ‘Beschouw dit boekje maar als een soort bijsluiter bij een uiterst gezonde bezigheid, die toch niet geheel ontbloot is van risico’s en bijwerkingen’.

Lees dit boek en krijg (weer) zin in lezen!

Tip van Leo: Niemand keek omhoog

Tussen alle lofzangen op 'de moeder de vrouw' is Niemand keek omhoog een verrassend tegengeluid. Hoofdpersoon Lucy worstelt met het leven, met relaties en last but not least met haar moeder. Als ze in Madrid gaat wonen, blijken haar onzekerheid en eenzaamheid gewoon mee verhuisd. Evelien Vos beschrijft met graagte ongemakkelijke situaties en navrante details. Ze hanteert een droge stijl, die goed werkt als zich opeens echt drama aandient: haar broer komt aan in Madrid en belandt midden in de terroristische aanslag op vliegveld Barajas. Uiteindelijk komt het tot een confrontatie met haar moeder die haar van alles verwijt tot aan het feit dat haar broer bij de aanslag betrokken is geraakt toe. Haar gezeglijke vader kan niet veel meer uitbrengen dan: 'meisjes, meisjes toch.' Na deze gebeurtenissen lijkt Lucy zich wat meer op haar plaats te voelen in de wereld. Maar of ze haar leven in eigen handen neemt, blijft de vraag. Als er überhaupt al zoiets mogelijk is als het in eigen handen nemen van het leven.

Tip van Katty: Vallen is als vliegen

Ik las Vallen is als vliegen van Manon Uphoff en Mijn ware verhaal van Karin Bloemen - beide verhalen over incest in een (samengesteld) gezin. En beide op een radicaal verschillende manier, waarin juist in de vergelijking tussen de twee boeken duidelijk wordt wat er zo weerzinwekkend is aan het vertelde. De man als monster, als minotaurus, bij Uphoff, hooguit aangeduid met initialen, en de volledig uitgespelde naam van 'het beest' bij Bloemen - fantasie als poging om het woordeloze woorden te geven (Uphoff) en de naakte vertelling, voor zover dat vertellen mogelijk is (Bloemen). 

Waarom Libris.nl
Boekbestellingen vanaf € 15,- GRATIS thuisbezorgd.
Kies uit meer dan een miljoen artikelen, waaronder ruim 25.000 Nederlandse ebooks.
Thuis bestellen en bezorgen of afhalen en betalen in de boekhandel.
Ruim 85.000 boeken op werkdagen voor 23.00 uur besteld, de volgende dag bezorgd
Volg uw bestelling via Track & Trace van PostNL
Ruim 180 aangesloten Libris- en Blz.-boekhandels.
pro-mbookslibr3 : libris