Archief

Op deze pagina staan de meest recent republiceerde recensies.

Bekijk oudere recensies in het archief

Heimwee naar de werkelijkheid

Anna in kaart gebracht

Marek Sindelka

€ 19,95

<p>&lsquo;Marek &#352;indelka (1984) is een Tsjechisch supertalent en wordt beschouwd als de belangrijkste schrijver van zijn generatie.&rsquo; Normaal laat je zo&rsquo;n opmerking in de bio in het luchtledige, de marketingafdeling die de boel lekker aandikt. De uitgeverij die zichzelf eigenlijk eerder een schouderklop geeft. Kijk eens wat wij binnen hebben gehaald! Maar na lezing van zo het een en ander, en dan vooral het zojuist in het Nederlands verschenen Anna in kaart gebracht, kun je niet anders dan diep buigen voor het brede palet van deze vroegdertiger.</p>

<p>Wat een observatievermogen, wat een origineel inzicht, wat een taalgebruik, wat een doordachte, soepele vorm, wat een zinderende kracht. En dan te bedenken dat het boek al enige jaren geleden is geschreven. Voor een twintiger die de zenuw van de tijd, van de mens, van de wereld, zo scherp weet te raken, mag je de superlatieven echt uit de kast halen.</p>

<p>Boeken moeten kennelijk altijd een labeltje hebben, maar juist de meest gloedvolle teksten zijn vaak niet echt te kwalificeren. &#352;indelka zegt het zelf het best: &lsquo;De werkelijkheid heeft geen verhaal.&rsquo; Dit is geen roman, geen roman in verhalen, geen verhalenbundel. En tegelijk is Anna in kaart gebracht dit allemaal wel. Het is een caleidoscoop van weeffouten in de mens. Niet associatief, maar helder, intelligent verweven. Niet particulier en toch intiem. Diepgravend en sprankelend. Genadeloos en liefdevol tegelijk. &#352;indelka houdt van mensen, anders kun je hun handelen, gevoelens, gedachten, lichamelijkheid, hun zinnelijkheid niet zo lichtvoetig optekenen. De schrijver die de stethoscoop van de verbeelding te luister legt. De hunkering naar de kern, naar de &eacute;chte werkelijkheid. Dit is een boek dat resoneert bij de lezer, dat de weemoed, de melancholie lostrilt. Mensen torsen op aanstekelijke wijze de hele wereld op hun rug, maar trachten zichzelf toch te vinden, in iemand anders bijvoorbeeld.</p>

<p>Anna in kaart gebracht bestaat uit tien delen. Sommige personages komen terug, maar dat is van geen enkel belang. De schrijver heeft zichzelf weggecijferd, maar de verteller is van hem doordesemd, heeft zijn ziel meegekregen. Een sterke bindende factor. Het is een organisch geheel. Een vaak misbruikte, maar in dit geval terechte kwalificatie. De schrijver neemt zijn generatie, de wereld van nu, kostelijk op de hak. Je bent meermaals verbaasd over je eigen verwondering. Ja, zo is het, waarom heb ik dat nooit zo geformuleerd? Je voelt tegelijk dat &#352;indelka zichzelf blootlegt, zijn eigen positie in de waagschaal stelt.</p>

<p>Hij toont in dit boek zijn enorme palet, zonder dat het ook maar eenmaal een kunstje is, patserig gedrag. Een subtiele liefdesgeschiedenis zoals in Een kopie met een heus na-ebbend plot. (Terwijl een schrijfpersonage dat enige malen wordt opgevoerd een hekel heeft aan plots en aan verhalen &lsquo;omdat ze tussen de mensen kunnen komen&rsquo;. Dat is zeer fijnzinnige humor. Dat u het weet.) Een observatie in een trein in De estafette waarbij de stille verhoudingen zo intens worden opgetekend, dat je even letterlijk je hart vasthoudt, je hand op je borstkas legt.</p>

<p>Maar evengoed laat hij iemand over de huidige wereld, over zijn tijdgenoten oreren. Filosofie&euml;n die geen moment vervelen, langdradig zijn of vergezocht. &#352;indelka blijft van begin tot eind kraakhelder. Hij zet net zo gemakkelijk, ja, de teksten lijken uit hem gevloeid, een entertainer neer die zich vol bewust is van de zenuwen die door keel en buik gieren. De verhouding met ons lichaam staat eigenlijk centraal in alle delen. Zeer zelden kom je een schrijver tegen die zo over het lichamelijke nadenkt, er zo ongelooflijk raak over kan schrijven. (Philippe Claudel misschien.) Kippenvel. Het bewijs van ons bestaan, desnoods via die zak met botten, spieren, bloed, water, stront en pis. Alleen de beste schrijvers kunnen de filosofie van het lichaam zo goed verwoorden. De mens zo opdelen en daarna weer samenvoegen, zonder breuklijnen.</p>

<p>De entertainer:</p>

<p>Waarom groeit er steeds iets aan het lichaam? Steeds iets verzorgen, je word er gek van, steeds iets voeden, naar bed brengen, wassen, tutten, potverdorie. Je lichaam is net een klein kind. [&#8230;] Plankenkoorts, alsof iemand overtuigend bewijs van je eigen lichaam levert, alsof je wordt betrapt op iets slechts, op een g&ecirc;nant verblijf in je eigen lijf: kom naar buiten met de handen boven je hoofd! [&#8230;] Wat zou ik ervoor overhebben om als in een woonkamer in mijn eigen lichaam onderuit te hangen.</p>

<p>Al wachtend op het moment dat de entertainer op moet, ontleed hij zijn lichaam van top tot teen. Plankenkoorts bij de entertainer en bij de lezer. Zijn organen die tekeergaan, het hart dat niet te stoppen is &ndash; hetgeen natuurlijk ook wel fijn is, dualiteit &ndash; en hij vraagt zich af waarom woorden in vlees moeten ontstaan, in die vieze droge bek van hem. In een mens zitten zoveel zenuwen dat wanneer je die achter elkaar zou leggen je die draad twee&euml;nhalf maal om de aarde kunt winden. En dan zo&rsquo;n fijne twist, waar het boek gelukkig vol mee staat: &lsquo;Stel je eens voor welke mogelijkheden in de mens sluimeren.&rsquo;</p>

<p>De entertainer is van de lichte kost op tv, maar wat een gevoelsleven wordt hier even tentoongespreid. Schijn en werkelijke inborst. De schrijver die even aanstekelijk om de hoek piept.</p>

<p>Een goede vriend van me is schrijver, maar hij heeft een hekel aan verhalen. Dankzij hem heb ik begrepen wat plankenkoorts is. Plankenkoorts is de doodsangst voor het verhaal van je eigen leven. [&#8230;] Maar mijn vriend de schrijver, dat is een ander geval. Deze inversie van een bodybuilder, een kunstenaar wiens ambitie naar binnen groeit (maar daarom boet het nog niet aan gespierdheid in), bereik je pas na jaren van ijverige archeologische arbeid. Zoals elk nadenkend mens zegt hij een hoop dingen die hij zelf niet gelooft.</p>

<p>&#352;indellka legt de onechtheid van alledaagse handelingen bloot, maar zoals gezegd, wel op een liefdevolle manier. In De schelp zit de hoofdpersoon gevangen in zijn eigen lichaam, is zijn eigen cipier. Het lichaam als straf. In het eerder genoemde Een kopie is het lichaam ook een wapen, tracht een vastklampende jongen een geliefde te behouden door zich te vinden in haar woorden en gebaren. Iemand die later troost biedt aan het meisje raakt even haar eigen wang aan zodat het meisje als in de spiegel kan aflezen tot waar de mascara is uitgelopen. Duidelijk, simpel, maar hoe effectief.</p>

<p>De dertigjarige vrouw Anna wordt in meerdere delen bezongen. Geen flauwiteiten, maar originele cartografie. (In alle teksten duiken prachtige oneliners op, fijn onverdacht opgesteld. Hier bijvoorbeeld: &lsquo;Het liefdesleven van onze eeuw is misschien een nog triestere bezigheid dan toerisme.&rsquo;) In het titelverhaal analyseert de verteller Anna van geboorte tot haar huidige leeftijd, brengt haar in kaart via botten, lippen, de linker mondhoek, de neus, handen en voeten, haar, huid, de rimpel en haar lage bloeddruk. Mooi, nu ja, van een bedwelmende schoonheid. Wanneer Anna te maken krijgt met een oudere intellectueel, een architect, een designer van zijn eigen ego, bezeten van zijn &eacute;n van haar lichaam, gaat ze naar exposities van conceptuele kunst en leest ze kwantumpo&euml;zie en fractaalproza. Grapje van de schrijver. Proza opgebouwd uit gebroken, gelijkende delen. Anna in kaart gebracht is daarvoor absoluut te solide samengesmeed.</p>

<p>Anna verlaat de oudere man, weet onbewust &ndash; en &#352;indelka heeft dat wonderschoon opgetekend &ndash; dat hij de kaart die hij &eacute;&eacute;n op &eacute;&eacute;n heeft opgetekend, niet meer kan lezen. Voortaan zal ze zelf gebieden toevoegen, naar zichzelf afreizen. Misschien dat de verteller nog wel een handje wil toesteken.</p>

<p>Dit alles is heel secuur vertaald. En dat is beslist een opgave geweest, want &#352;indelka heeft de (Praagse) humor, de po&euml;tica en de &lsquo;onnavolgbaarheid&rsquo; die vergelijkbaar is met die van de filosofische vagebond Bohumil Hrabal. (1914 &ndash; 1997). Van onder meer Zwaarbewaakte treinen, Ik heb de koning van Engeland bediend &amp; Al te luide eenzaamheid.) &#352;indelka is duidelijk ook een dichter. Niet omdat hij zeer bloemrijk is, maar door de nieuwe kijk, de absoluut originele invalshoek ten opzichte van de mens en zijn bedoening. Anna in kaart gebracht is een indringende analyse van onze tijdsgeest die vooralsnog zijn weerga niet kent. Kortweg: briljant.</p>

<p>Guus Bauer</p>

<p>Marek &#352;indelka &ndash; Anna in kaart gebracht. Vertaald door Edgar de Bruin. Das Mag Uitgevers, Amsterdam. 224 blz. </p>

 

<p>Deze recensie verscheen eerder op Tzum.info: http://www.tzum.info/2016/08/recensie-marek-sindelka-anna-kaart-gebracht/. </p>

De lanterfanter van Yusuf Atilgan

De lanterfanter

Yusuf Atilgan

€ 19,95

<p>De heer C. , de hoofdpersoon in de roman De lanterfanter van de Turkse schrijver Yusuf Atilgan (1921&ndash;1989), flaneert wat over de straten, drinkt eens een drankje, geeft een bedelaar een behoorlijke som geld, puur om de verbazing te kunnen aanschouwen, gaat met een vrouw op stap, ligt wat aan het strand, lummelt heel wat af op zoek naar &lsquo;de grote liefde&rsquo;. Dat is op zich allemaal niet veel, en tegelijk is het alles. De lanterfanter is de observator pur sang, is de schrijver die leeft van de prangende details. Geweldige boeken zoals deze roman, kun je wat thema en onderwerp betreft eigenlijk niet goed plaatsen. Dat is niet erg, dat is zelfs een pre. Ze handelen over niets anders dan over het leven zelf. Atilgan heeft een fijne meanderende stijl, zeer nauwgezet, precies passend bij de ogenschijnlijke lethargie van zijn hoofdpersoon.</p>

<p>Een man die zich in de jaren vijftig nadrukkelijk verzet tegen wat de maatschappij voorschrijft. Hij heeft daarvoor ook de middelen, zet met volle overgave een erfenis in. Helemaal los gaat hij toch niet, want hij vangt via een jurist &ndash; de verpersoonlijking van de geconformeerde &ndash; ook huurpenningen van panden waarin een gedeelte van het geld is gestoken. Zijn vader placht te zeggen dat werk troost brengt. Maar naar dergelijke troost is meneer C. niet op zoek. Hij gaat voor de intensiteit van de allesverzengende liefde, wil zich beslist niet weloverwogen en beheerst gedragen.</p>

<p>Tussendoor heeft hij wel wat relaties, maar de desinteresse straalt van hem af. Hij vindt geen voldoening in zijn omgang met mensen, is eigenlijk de eenzaamheid zelf, al weet hij dat met de air van zelfverzekerdheid zeer goed te verbloemen. Hij speelt de man die weet wat hij wil. Maar is hij ondertussen eigenlijk niet net zo radeloos als de rest? Hij poseert, ook letterlijk wanneer hij bij een schilderklasje binnenvalt. Uiteraard zwaait hij ook daar met geld en koopt een paar doeken, de opmerkingen negerend dat niet alles te koop is. Dat weet hij donders goed, maar hij schuift het bewust terzijde. Dat is zijn protest tegen de samenleving. Hij drijft de spot met de schilders, zegt: &lsquo;Een kunstenaar kan blindvaren op zijn gevoel.</p>

<p>De roman is opgedeeld in de vier seizoenen, beginnende met de winter, met de daaraan verbonden (non)activiteiten. Maar feitelijk staat deze vorm symbool voor een leven lang, voor de herhaling, voor de sleur, die meneer C, tracht te doorbreken, maar waar hij tegelijkertijd toch ook in meedraait.</p>

<p>Atilgan schrijft heel beeldend, is daarbij bijzonder recht door zee. Geen bloemrijke taal, maar heldere sc&egrave;nes. Uiterst effectief. Bedenk dat het boek stamt uit 1959. Meneer C. staat in een winkel en betaalt met een briefje van tien.</p>

<p>&lsquo;Houd het wisselgeld maar,&rsquo; zei hij. Da&rsquo;s weer een pond knoflookworst voor in haar winkel. Hij keek haar niet aan toen hij het geld gaf, haar hand zag hij wel. Een levendige, sprekende hand.</p>

<p>De schrijver heeft een fijnzinnige humor, zwevend net onder het oppervlak van de tekst. In een zelfspotcredo bijvoorbeeld haalt hij de roman op zich, en De lanterfanter in het bijzonder, meesterlijk naar beneden. Meneer C. leest een roman waarin een man &rsquo;s morgens opstaat, zijn gezicht wast, in het park zit, wat eet, met zijn meisje wandelt, in de avond weer thuiskomt en gaat slapen. Wat een ramp! Het boek belandt in de prullenbak. Vervolgens gaat meneer C. zich wassen en scheren en met zijn meisje wandelen. Ondertussen heeft hij toch een baantje voor zichzelf bedacht: het verzamelen van straatnamen en daarop reflecteren. In zijn binnenzak heeft hij een notitieboekje. Uiteraard geeft hij na een dag of drie zijn &lsquo;baantje&rsquo; eraan.</p>

<p>Een van de vrouwen met wie meneer C. omgaat, schrijft over haar ervaringen met hem fee&euml;rieke brieven aan een vriendin. Mooie po&euml;tische tegenhangers van de &lsquo;lusteloze&rsquo; ervaringen. Af en toe spreekt de schrijver de lezer aan, maar het is dermate binnen de perken gehouden dat het niet stoort.</p>

<p>Via de mond, via het gedachtegoed van de lanterfanter laat Atilgan fijne vliegers op. &lsquo;Ik begrijp wel waarom vrouwen trouwen: om alleen te kunnen zijn.&rsquo; Meneer C. is een schrijver, iemand die voor de buitenwereld maar een beetje loopt te lummelen, maar die in de avonduren vaak aan zijn bureau zit om zijn hersenspinsels kwijt te raken, om zich van het negatieve te verlossen, die in elk geval een poging doet om naar zijn eigen verlangens te leven. De verbeelding van meneer C. wordt mooi ge&iuml;llustreerd door een sc&egrave;ne waarbij hij een leven fantaseert voor een passerende jongen met dikke billen. Die kan absoluut niet lanterfanten, lanterfanten is het moeilijkste werk wat er is. Hij zal wel een zittend beroep krijgen, boekhouder of bankdirecteur. Maar misschien kan de jongen niet leren? Hij laat hem net na de middelbare school dood gaan, in een oorlog.</p>

<p>Mensen zijn eigenlijk allemaal gelijk. Het verschil zit in de details. De roman bevat vele waarheden. Atilgan weet ze helder te formuleren.</p>

<p>Het gaat niet om eten in het algemeen maar om het soort eten dat gegeten wordt; niet om kleren maar om het soort kleren; het soort schoenen. Zelfs de namen van de dagen&#8230; Voor iedere dag hebben ze een andere manier van doen. Op zondag gorden Ze hun zondagse leven om, op woensdag het woensdagse! Altijd maar details! Net als de hoeveelheid geld.</p>

<p>De lanterfanter is een geweldige lummel, een man naar mijn hart.</p>

<p>Deze recensie verscheen eerder op Literatuurplein: http://www.literatuurplein.nl/recensie.jsp?recensieId=951</p>

 

Panter in de kelder van Amos Oz

Panter in de kelder

Amos Oz

€ 16,99

<p>De Isra&euml;lische schrijver Amos Oz (1939) behoeft geen verdere introductie. Zijn werk is wereldwijd vertaald en hij geldt al jaren als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Nog onlangs werd zijn roman Judas ook in Nederland bejubeld. Eigenlijk veel sterker is de wat oudere, voor het eerst in 1998 in Nederland verschenen, maar nu heruitgegeven &lsquo;kleine&rsquo; roman Panter in de kelder. Een logische keuze vanwege de op handen zijnde viering van het zeventigjarige jubileum van de stichting van de staat Isra&euml;l in 2018.</p>

<p>Het is de zomer van 1947. Britse soldaten proberen de orde in het mandaat Palestina te handhaven. Zodra om zeven uur de avondklok ingaat, worden verzetsgroepen actief. De nachtrust wordt vaak verstoord door kogelregens en explosies. Oz laat deze roerige tijden heel adequaat herleven via het perspectief van een twaalfjarige, bijgenaamd Profi. De jongen weet niet precies wat er op het politieke vlak speelt, maar wil natuurlijk wel deelnemen aan de maatschappij, aan de maatschappelijke veranderingen. Hij heeft samen met twee vriendjes een &lsquo;verzetsgroep&rsquo; opgericht. Ze plannen acties richting de koning in Londen en de Hoge Commissaris in Jerusalem. Kinderlijk, maar daarom in de beleving van Profi vooraleerst niet minder serieus.</p>

<p>Het zijn de vingeroefeningen van de puber, van het opgroeien, pogingen om opgenomen te worden in de groep van de volwassenen. Zijn vader is een kamergeleerde, die vanuit zijn met boeken volgepakte studeerkamer opruiende pamfletten schrijft &ndash; een prachtige beschrijving van de jongen van de mysteries van de boekenkasten gaandeweg de roman &ndash; , zijn moeder heeft een geheime la met verbandmiddelen. Ooit studeerde ze voor verpleegster, maar de komst van de kleine professor maakte daar een einde aan. Wanneer Profi op zijn slaapkamer is, wordt er soms aan de buitendeur gekrabd. Een gewonde strijder van de Ondergrondse die verzorging nodig heeft.</p>

<p>In deze duidelijk patriottische omgeving ontmoet Profi bij toeval een beetje vadsige, goedmoedige Engelse politieagent, Stephen Dunlop genaamd. Een man die ge&iuml;nteresseerd is in cultuur, die ooit in zijn woonplaats Canterbury van een predikant een beetje Hebreeuws heeft geleerd. De kracht van deze roman is het ontwakende besef, de eerste confrontatie met de nuance, met de menselijkheid. Het eerste gevecht met dillema&rsquo;s. Profi voelt genegenheid ten opzichte van de vijand. Mag hij dit toelaten? Pleegt hij verraad? Hij vraagt zich af wat verraad eigenlijk precies is?</p>

<p>Iets waar ook de verteller zich bijna een halve eeuw later mee bezighoudt. Want de kleine professor is nog steeds bezeten van woorden, verzamelt ze, gooit ze door elkaar en ordent ze naar zijn beste weten. Waar het opvoeren van een schrijver in een roman doorgaans hoogst irritant is, roept de manier waarop Oz het personage van de verteller heeft ge&iuml;ntegreerd geen enkele weerzin op. Het voegt een extra gedachtegang omtrent het thema toe. De visie van de volwassene, die de jeugdherinneringen gebruikt om te herschikken, om zijn idee&euml;n vanuit die tijd te toetsen aan de opvattingen van een halve eeuw later. Die noch veroordeelt, noch vergoelijkt. Die de lezer over de menselijkheid laat nadenken.</p>

<p>Eigenlijk is er niet veel veranderd. De volwassene kan alleen het gemoed beter verklaren. De jeugdige onbevangenheid is ontroerend. Maar de kracht wordt versterkt door de reeds sluimerende intelligentie, door de zoektocht naar nuance, naar het belichten van meerdere gezichtspunten. Het kind dat zich bewust wordt van vragen, van de dilemma&rsquo;s waaruit de wereld bestaat. Enerzijds is het daardoor een waarachtig opgroeiboek, met o zo herkenbare observaties, ook met betrekking tot de ontluikende seksualiteit, anderzijds een driedubbel tijdsdocument door het &lsquo;commentaar&rsquo; van de verteller annex schrijver, en op de achtergrond, van de schrijver Oz. Een uitspraak van de vader van Profi:</p>

<p>&lsquo;Zo is ons lot: de voorwendselen voor de haat veranderen, maar de haat zelf blijft eeuwig bestaan. En wat is de conclusie? [ &#8230; ] We mogen niet zwak zijn. Zwak zijn is zonde.&rsquo;</p>

<p>Profi neemt de raad van zijn vader ter harte, wil vrijheidsstrijder worden, maar heeft ergens ook al zijn twijfel. Een twijfel die iets moois heeft, het individu viert. Ondanks dat de twee vriendjes in de verzetsgroep hem bestempelen als verrader, blijft hij sergeant Dunlop bezoeken, in het openbaar, achterin een caf&eacute;. Ze leren elkaar hun taal, discussi&euml;ren over van alles, zelfs soms over politiek. Terwijl zijn vader, nota bene werkzaam in een uitgeverij, steeds maar herhaalt dat je van woorden geen muur kunt bouwen, heeft Profi eigenlijk al gekozen voor een oplossing in de dialoog, in de taal. Profi weet ergens in zijn achterhoofd dat de ondergrondse die hij heeft opgericht een spel is, weet dat er eigenlijk verwacht wordt dat hij opgroeit tot een breedgeschouderde exponent van het &lsquo;nieuwe Jodendom&rsquo;, een landbewerker, een strijder. Voor zijn vriendjes wil hij misschien nog even &lsquo;een panter in de kelder&rsquo; zijn, maar hij heeft zijn eigen pad al gekozen.</p>

<p>Oz is fijn gedoseerd po&euml;tisch. Minder dan een jaar na de bewuste zomer vertrekken de Engelsen. De benauwdheid lijkt te verdwijnen binnen het gezin. (Die wordt uiteraard kort daarna vervangen door angst voor de omringende Arabische landen.) De vader van Profi gooit even zijn ketens af en vertelt de jongen voor het eerst over het beladen verleden van de familie.</p>

<p>En nog steeds met een stem van duisternis sprak papa tegen me: &lsquo;Maar van nu af zal er een Hebreeuwse staat zijn.&rsquo; En plotseling omhelsde hij me, niet zachtjes, maar bijna wild. In het donker raakte mijn hand zijn hoge voorhoofd, en in plaats van zijn bril ontmoetten mijn vingers tranen. Nooit heb ik mijn vader zien huilen, niet voor die nacht en niet daarna. En eigenlijk heb ik het ook toen niet gezien: mijn linkerhand zag het.</p>

<p>En de volwassen verteller vraagt zich uiteindelijk af of hij door het vertellen van dit verhaal nogmaals iedereen heeft verraden, of dat hij hen juist verraden zou hebben als hij het niet had verteld. Het dilemma van de schrijver.De Isra&euml;lische schrijver Amos Oz (1939) behoeft geen verdere introductie. Zijn werk is wereldwijd vertaald en hij geldt al jaren als kandidaat voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Nog onlangs werd zijn roman Judas ook in Nederland bejubeld. Eigenlijk veel sterker is de wat oudere, voor het eerst in 1998 in Nederland verschenen, maar nu heruitgegeven &lsquo;kleine&rsquo; roman Panter in de kelder. Een logische keuze vanwege de op handen zijnde viering van het zeventigjarige jubileum van de stichting van de staat Isra&euml;l in 2018.</p>

<p>Het is de zomer van 1947. Britse soldaten proberen de orde in het mandaat Palestina te handhaven. Zodra om zeven uur de avondklok ingaat, worden verzetsgroepen actief. De nachtrust wordt vaak verstoord door kogelregens en explosies. Oz laat deze roerige tijden heel adequaat herleven via het perspectief van een twaalfjarige, bijgenaamd Profi. De jongen weet niet precies wat er op het politieke vlak speelt, maar wil natuurlijk wel deelnemen aan de maatschappij, aan de maatschappelijke veranderingen. Hij heeft samen met twee vriendjes een &lsquo;verzetsgroep&rsquo; opgericht. Ze plannen acties richting de koning in Londen en de Hoge Commissaris in Jerusalem. Kinderlijk, maar daarom in de beleving van Profi vooraleerst niet minder serieus.</p>

<p>Het zijn de vingeroefeningen van de puber, van het opgroeien, pogingen om opgenomen te worden in de groep van de volwassenen. Zijn vader is een kamergeleerde, die vanuit zijn met boeken volgepakte studeerkamer opruiende pamfletten schrijft &ndash; een prachtige beschrijving van de jongen van de mysteries van de boekenkasten gaandeweg de roman &ndash; , zijn moeder heeft een geheime la met verbandmiddelen. Ooit studeerde ze voor verpleegster, maar de komst van de kleine professor maakte daar een einde aan. Wanneer Profi op zijn slaapkamer is, wordt er soms aan de buitendeur gekrabd. Een gewonde strijder van de Ondergrondse die verzorging nodig heeft.</p>

<p>In deze duidelijk patriottische omgeving ontmoet Profi bij toeval een beetje vadsige, goedmoedige Engelse politieagent, Stephen Dunlop genaamd. Een man die ge&iuml;nteresseerd is in cultuur, die ooit in zijn woonplaats Canterbury van een predikant een beetje Hebreeuws heeft geleerd. De kracht van deze roman is het ontwakende besef, de eerste confrontatie met de nuance, met de menselijkheid. Het eerste gevecht met dillema&rsquo;s. Profi voelt genegenheid ten opzichte van de vijand. Mag hij dit toelaten? Pleegt hij verraad? Hij vraagt zich af wat verraad eigenlijk precies is?</p>

<p>Iets waar ook de verteller zich bijna een halve eeuw later mee bezighoudt. Want de kleine professor is nog steeds bezeten van woorden, verzamelt ze, gooit ze door elkaar en ordent ze naar zijn beste weten. Waar het opvoeren van een schrijver in een roman doorgaans hoogst irritant is, roept de manier waarop Oz het personage van de verteller heeft ge&iuml;ntegreerd geen enkele weerzin op. Het voegt een extra gedachtegang omtrent het thema toe. De visie van de volwassene, die de jeugdherinneringen gebruikt om te herschikken, om zijn idee&euml;n vanuit die tijd te toetsen aan de opvattingen van een halve eeuw later. Die noch veroordeelt, noch vergoelijkt. Die de lezer over de menselijkheid laat nadenken.</p>

<p>Eigenlijk is er niet veel veranderd. De volwassene kan alleen het gemoed beter verklaren. De jeugdige onbevangenheid is ontroerend. Maar de kracht wordt versterkt door de reeds sluimerende intelligentie, door de zoektocht naar nuance, naar het belichten van meerdere gezichtspunten. Het kind dat zich bewust wordt van vragen, van de dilemma&rsquo;s waaruit de wereld bestaat. Enerzijds is het daardoor een waarachtig opgroeiboek, met o zo herkenbare observaties, ook met betrekking tot de ontluikende seksualiteit, anderzijds een driedubbel tijdsdocument door het &lsquo;commentaar&rsquo; van de verteller annex schrijver, en op de achtergrond, van de schrijver Oz. Een uitspraak van de vader van Profi:</p>

<p>&lsquo;Zo is ons lot: de voorwendselen voor de haat veranderen, maar de haat zelf blijft eeuwig bestaan. En wat is de conclusie? [ &#8230; ] We mogen niet zwak zijn. Zwak zijn is zonde.&rsquo;</p>

<p>Profi neemt de raad van zijn vader ter harte, wil vrijheidsstrijder worden, maar heeft ergens ook al zijn twijfel. Een twijfel die iets moois heeft, het individu viert. Ondanks dat de twee vriendjes in de verzetsgroep hem bestempelen als verrader, blijft hij sergeant Dunlop bezoeken, in het openbaar, achterin een caf&eacute;. Ze leren elkaar hun taal, discussi&euml;ren over van alles, zelfs soms over politiek. Terwijl zijn vader, nota bene werkzaam in een uitgeverij, steeds maar herhaalt dat je van woorden geen muur kunt bouwen, heeft Profi eigenlijk al gekozen voor een oplossing in de dialoog, in de taal. Profi weet ergens in zijn achterhoofd dat de ondergrondse die hij heeft opgericht een spel is, weet dat er eigenlijk verwacht wordt dat hij opgroeit tot een breedgeschouderde exponent van het &lsquo;nieuwe Jodendom&rsquo;, een landbewerker, een strijder. Voor zijn vriendjes wil hij misschien nog even &lsquo;een panter in de kelder&rsquo; zijn, maar hij heeft zijn eigen pad al gekozen.</p>

<p>Oz is fijn gedoseerd po&euml;tisch. Minder dan een jaar na de bewuste zomer vertrekken de Engelsen. De benauwdheid lijkt te verdwijnen binnen het gezin. (Die wordt uiteraard kort daarna vervangen door angst voor de omringende Arabische landen.) De vader van Profi gooit even zijn ketens af en vertelt de jongen voor het eerst over het beladen verleden van de familie.</p>

<p>En nog steeds met een stem van duisternis sprak papa tegen me: &lsquo;Maar van nu af zal er een Hebreeuwse staat zijn.&rsquo; En plotseling omhelsde hij me, niet zachtjes, maar bijna wild. In het donker raakte mijn hand zijn hoge voorhoofd, en in plaats van zijn bril ontmoetten mijn vingers tranen. Nooit heb ik mijn vader zien huilen, niet voor die nacht en niet daarna. En eigenlijk heb ik het ook toen niet gezien: mijn linkerhand zag het.</p>

<p>En de volwassen verteller vraagt zich uiteindelijk af of hij door het vertellen van dit verhaal nogmaals iedereen heeft verraden, of dat hij hen juist verraden zou hebben als hij het niet had verteld. Het dilemma van de schrijver.</p>

<p>Guus Bauer</p>

<p>Deze recensie verscheen eerder op Literatuurplein: http://www.literatuurplein.nl/recensie.jsp?recensieId=940</p>

De stille strijd

Jasper en zijn knecht

Gerbrand Bakker

€ 24,99

<p>Vooral in Nederland, het land dat soms literair gezien o zo ongelooflijk smal kan zijn, wordt de gevoelige, licht-autistische Gerbrand Bakker (1962) nog weleens aangezien voor iemand die moeilijk is, misschien wel arrogant, die een norse, afwerende inborst heeft. Maar Bakker houdt de bal altijd aangenaam dicht bij zijn schuurtje, is iemand die eigenlijk wars is van alle tralala in literatuurland, die een grondige hekel heeft aan het feit dat de schrijver sinds jaar en dag een eenmanscircus dient uit te baten.</p>

<p>Hoewel een schrijver van zijn statuur geen memoir nodig heeft &ndash; zijn romans spreken meer dan voor zich, voor de goede verstaander is hij er echt wel uit te construeren, zo men dat al wil &ndash; is het goed dat nu van zijn hand het priv&eacute;-domeindeel Jasper en zijn knecht is verschenen. De mening van Bakker over het schrijverschap is ontwapenend, laconiek, van een groot doe-maar-gewoon-gehalte, geworteld als hij is in de Noord-Hollandse klei.</p>

<p>De een timmert een meubel, de ander betegelt een badkamerwandje, een derde worstelt woorden op papier. Het is een beroep, niet meer, niet minder. Een beroep waarmee je &ndash; in het gunstigste geval, het is niet velen gegeven &ndash; in je onderhoud kunt voorzien, waarmee je in een afgelegen gebied een huis en een stuk bosperceel kunt kopen, alwaar je redacteur van je eigen tuin kunt zijn. Waar het lege, verweesde gevoel, de onrust, de angst nog enigszins op te vangen lijkt te zijn. Soms dan toch. Het isolement als medicijn tegen de eenzaamheid. De paradox van de depressie.</p>

<p>Sinds jaar en dag doet Bakker in dagblad Trouw en op zijn weblog verslag van zijn perikelen in en rondom zijn huis en bosperceel in Schwarzbach in de Eifel, een gehucht met acht huizen. Sommigen daarvan staan leeg. Wanneer hij daar komt wonen, huist naast hem een ruim negentigjarige vrouw die wordt verzorgd door haar kinderen. Buurman Klaus aan de andere kant is een echte Eifeler, in doen en laten. Misschien nog wel laconieker dan de grote schrijver zelf, maar hij is wel in alles behulpzaam. Iemand die het gemoed van Bakker goed aan lijkt te voelen. Bakker heeft geen rijbewijs. Tochten van en naar zijn huis, naar lezingen, naar zijn huuroptrek in Amsterdam, geschieden met de trein, met de taxi of met sturende passanten. Klaus haalt hem op of brengt hem weg naar het dichtstbijzijnde treinstation of neemt hem mee naar een bouwmarkt of een tuincentrum voor de nodige materialen c.q. planten. Ach, af en toe wordt er ook weleens wat tabak uit Luxemburg gesmokkeld.</p>

<p>En dan is daar ineens een gladharige, windhondachtige gecastreerde reu uit Griekenland, die Jasper wordt gedoopt. De gewenste partner, de beste vriend van de mens. Een beestje dat vrolijk kwispelt als je thuiskomt, dat luistert naar &lsquo;his masters voice&rsquo;, een echte kompaan. Maar Jasper blijkt een geval apart, met een eigen (jacht)wil. Een beestje dat meer op Bakker lijkt dan de schrijver lang wil toegeven.</p>

<p>Bakker hanteert een soort dagboekstijl, de eerste aantekening dateert van 3 december 2014, de laatste &ndash; de nieuwe badkamer in het waarschijnlijk uit 1739 stammende huis is dan klaar &ndash; is van 30 december 2015. Maar de datums zijn eigenlijk bijzaak, een niet zo belangrijk stramien voor het geheel, eerder een houvast, een ritme voor de schrijver dan voor de lezer.</p>

<p>jasper en zijn knecht</p>

<p>We leren van alles over Bakkers familie. Over een oudtante bijvoorbeeld die honderdvijf is geworden, die streng was (&lsquo;Scherp&rsquo; heet dat in West-Friesland.) Een strengheid die eerder een zeker pragmatisch karakter heeft, die duidelijk ook bij Bakker zelf en in zijn werk te herkennen is. &lsquo;Ze vond Boven is het stil een slecht boek omdat ik alles gelogen had.&rsquo; Schrijven is nu eenmaal de eigen waarheid liegen. De onzuiverheid van de herinnering, de verbeelding, het onderzoek naar mogelijkheden, daar draait het om. Leg dat maar eens uit, aan zo&rsquo;n streng type. Haar zuster, Bakkers oma, wilde in het ziekenhuis niemand meer zien en zei: &lsquo;Ik lig hier op mijn plek.&rsquo; Je hoort het Bakker zelf ook zeggen.</p>

<p>De stukken over de achtergrond van Bakker worden afgewisseld met perikelen in en rond het huis in de Eifel, met stukken over de ontvangst van zijn boeken, met (fijn, terecht, vilein) commentaar op het literaire circuit, op de meest wonderlijke dingen waar mensen naar vragen bij lezingen. Bakker heeft columns opgenomen uit Trouw en Groene Amsterdammer en geeft een paar datums &ndash; het woord &lsquo;data&rsquo; beschouwt hij terecht als &lsquo;gegevens&rsquo; &ndash; later ruiterlijk toe dat hij de tekst wat heeft aangepast, dat hij &lsquo;gelogen&rsquo; heeft. Heel droogkomisch allemaal! Bakker permitteert zich ongezouten meningen. Hij mag dat! (Nu, ja bijna iedereen mag dat natuurlijk. Maar sommigen moeten echt hun kop houden. Die oude oud-nieuwslezer bijvoorbeeld.)</p>

<p>Bakker, het &lsquo;zwarte schaap&rsquo; van de familie, de niet met zijn handen werkt, maar met zijn hoofd. Maar omdat hij er (goed) zijn geld mee kan verdienen, hoort hij er toch wel bij. Zijn broers geven bijvoorbeeld advies over de verbouwing &ndash; iets dat vaak door Bakker in de wind wordt geslagen, lekker eigenwijs, dat weel hij ook wel. Ze brengen hem naar Duitsland of reizen mee naar literaire beurzen. (Aanvankelijk had Bakker nog vliegangst. Enorme strapatsen om eventueel op een schrijfbeurs in Beijing te komen.)</p>

<p>Tussen het planten, het zagen en rondrennen achter Jasper aan &ndash; ook als opruimknecht &ndash; leren we van alles over oude vriendschappen, over zijn opleidingen in Leeuwarden en Amsterdam, over zijn schaatscarri&egrave;re. De kamertjes waar hij als min of meer genode gast verbleef. De verschillende kansen op amoureuze betrekkingen. Ja, het was niet, en is nog steeds niet, gemakkelijk voor een (eenkennig) mens, los van zijn geaardheid. Vooral als de vanzelfsprekendheid van de ontluikende seksualiteit op het platteland is verdwenen. Een wereld waarin bij de elf, twaalfjarigen ineens meisjes opduiken. &lsquo;Ik had natuurlijk vele ongelukkige liefdes tijdens mijn middelbareschooltijd. Vrijwel uitsluitend. Zo hoort het ook, geloof ik.&rsquo;</p>

<p>Alles wordt van jongs af aan verdrongen en verbloemd. Niemand krijgt werkelijk te zien wat er in Bakker omgaat. Dat geldt natuurlijk voor ieder mens. (Daarom heeft Bakker waarschijnlijk net zoals Thom&eacute;se zo&rsquo;n hekel aan het werk van Karl Ove Knausg&aring;rd. Het is onmogelijk om alles te laten zien, zoals de Noor beweert te doen.) Het is mooi hoe hij in dit boek weer commentaar verwerkt van familieleden en mensen om hem heen op eerder verschenen stukken. Hierop kan nu Jasper en zijn knecht verschenen is wederom worden gereageerd. Het Droste-effect waar Bakker, net zoals bijna elke schrijver, van verlost wil blijven. Hoe meer complimenten hij krijgt, hoe nukkiger hij wordt. Dat is voor de niet-schrijver bijna niet te begrijpen, maar het is logisch. Over wie je ook schrijft, het komt eigenlijk altijd als een boemerang naar je terug. Bakker zet wat dat betreft ook het een en ander recht richting de kritiek, zonder zich daarbij overigens een slecht verliezer te tonen.</p>

<p>Bakker hoopte met de aanschaf van zijn huis en van zijn hond iets in zichzelf terug te vinden om op een dag weer eens aan een roman te beginnen.</p>

<p>Ik betrapte mezelf op gedachte maar weer eens aan een roman te beginnen, alleen om die uren op te vullen. Maar als ik daar even over verder filosofeer, overvalt me toch weer de lichte weerzin. N&oacute;g een boek de wereld ingeslingerd, mezelf weer scharen onder al mijn vakgenoten die ik momenteel niet hebben kan om hun pretenties, of niet eens om hun pretenties maar domweg omdat ze zich zichzelf schrijver durven noemen, of spreken over &ldquo;mijn roman&rdquo;. Die lichte weerzin &ndash; die nu al zo&rsquo;n vijf jaar duurt &ndash; is een van de redenen om dit boek te schrijven. Ik wil erachter zien te komen waar die vandaan komt, en mogelijk hem zelfs overwinnen. Paradoxaal is natuurlijk dat ik tegelijkertijd wel gewoon een boek schrijf, dit boek.</p>

<p>Collega&rsquo;s en boekhandelaren krijgen er vervolgens (terecht) ongenadig van langs. Bakker heeft niets tegen kruideniers, waarom zou hij ook, maar veel boekhandelaren hebben tegen schrijvers inderdaad iets neerbuigends. Of ze nu wereldberoemd zijn of niet. Alles voor de cijfers! Tot slot volgt een hartverscheurende epiloog. Het einde van een boek is altijd het moeilijkste, zegt Bakker kort daarvoor. Dat heeft hier een dubbele betekenis aangezien dit boek ook een redmiddel is, een ritme, een methodiek waar hij moeilijk afscheid van kan nemen. (Een tweede en zelfs een derde deel zijn van harte welkom!) De epiloog is misschien wel het allermooiste van het hele boek. Het behelst de teloorgang van heer en meester Jasper, tot en met zijn onfortuinlijke dood door een niet opgehelderde ziekte op 14 maart jongstleden. Bakker is een voorstander van het laconieker omgaan met de dood, maar juist door die karige zinnen stroomt zo veel onmacht, zo veel compassie, zo veel oprecht sentiment, zo veel zucht naar liefde dat hij zich toch &eacute;cht even helemaal bloot lijkt te geven. (Droogkloot Bakker, mister zelfspot zelf, laat hier het ongemak voor wat het is. Geen grapjes. Hij houdt zogezegd zijn beroemde importonderbroek aan. Allemachtig wat komt dat aan! Een heel leven samengebald, teruggevoerd ook op de jeugd van de schrijver zelf. Een familie die maar moeilijk met akelige dingen om kan gaan.)</p>

<p>Nu ligt hij zachtjes te snurken in zijn schone mandje. Als hij slaapt heeft hij nergens last van. [ &#8230; ] Wat moet ik nu? Ik voelde me zo&rsquo;n sukkel, zo&rsquo;n loser, zonder rijbewijs. Ik kan zonder hulp geen kant op. En het was het ergste weer dat er kan zijn: grauw, vreselijk koud, regen. De Wieringermeer. [ &#8230; ] Jasper is doodgegaan op een manier die bij hem past. Hij lag tot twee uur geleden op zijn kussen in de woonkamer, hard als een oude teddybeer. [ &#8230; ] Er is een cirkel rond. Woensdag kan ik de as ophalen, en dan gaat hij mee naar de Eifel. Toch de oude perenboom.</p>

<p>En dat terwijl Bakker net besloten had om kost wat kost voor hem te zorgen. Om zichzelf &eacute;cht voor een ander wezen volledig op te offeren. Een goeie, rustig makende beslissing die ongenadig wordt afgestraft.</p>

<p>Ik nam een beslissing, na weken van wikken en wegen en me klote voelen, een p&oacute;sitieve beslissing nota bene, maar de chef zelf bepaalde minder dan twee dagen later dat het anders lopen moest. En als het waar is, als hij inderdaad op me gewacht heeft, was dat een groots blijk van aanhankelijkheid en trouw en misschien zelfs wel liefde naar mij toe, eindelijk, voor een hond die nooit goed raad wist met zijn gevoelens.</p>

<p>Jasper en zijn knecht is een droogkomische, licht-ironische en op subtiele wijze ontroerende zelfanalyse. Een memoir dat precies genoeg &lsquo;tongue in cheek&rsquo; is om net als Hilary Mantels De geest geven eigenlijk te lezen en aan te voelen als een roman. Het inzetten van autobiografische elementen om de geest te laten schitteren. De engelen &eacute;n de demonen te laten zien die een leven lang het handelen be&iuml;nvloeden. Ja, de drijfveren als mens en als schrijver zijn uit dit werk te destilleren. Het is duidelijk wanneer het schrijven, het leven in verhalen, is begonnen, in de vroegste jeugd, met het verzinnen, het verkleinen en uitvergroten van gebeurtenissen, van emoties. De kleine jongen, een &lsquo;zorgelijk&rsquo; kind die vergoelijkend door zijn moeder een &lsquo;fantast&rsquo; werd genoemd in plaats van een &lsquo;leugenaar&rsquo;. En &lsquo;onwijzeling&rsquo; wanneer hij op zijn kamertje met een jongen flikflooit. (Wat een mooi woord!) Daarna wordt er nooit meer over gesproken, wordt het bedekt met de Noord-Hollandse zwijgmantel.</p>

<p>De fantasie, de verbeelding die wordt ingezet als verdedigingsmechanisme, als veiligheidsklep. &lsquo;Aan ons heb je niets,&rsquo; zei zijn moeder ooit tegen hem. Hard, onthutsend, maar eerlijk. Waardevol ook. Bakker heeft op wonderbaarlijke wijze een poging gedaan om zijn leven te herschikken met de taal als reddingsmiddel, met gebruik van herinneringen en door gaten zelf te dichten. Margaret Atwood:</p>

<p>Het geschreven woord lijkt op bewijsmateriaal, iets wat tegen je gebruikt kan worden.&rsquo; Door het romaneske, het literaire van Jasper en zijn knecht zou je daar eigenlijk niet voor moeten vrezen, maar Bakker zegt het zelf heel mooi: &lsquo;Je wordt beoordeeld naar wat je lijkt, niet naar wat je werkelijk bent.</p>

<p>Bakker heeft ruim vijf jaar na De omweg wederom een indringend boek geschreven, een ander soort boek, maar toch ook een die je een louterende roman kunt noemen. &lsquo;Als ik er zo eens bij stilsta, lijkt mijn hele leven wel een aaneenschakeling van doorheensleepperiodes.&rsquo; Jasper en zijn knecht is droogkomisch (de lunch bij koningin Beatrix bijvoorbeeld), maar gaat evengoed door merg en been. Literatuurwetenschappers kunnen natuurlijk ook hun hart ophalen.</p>

<p>Deze recensie verscheen eerder op Tzum: http://www.tzum.info/2016/05/recensie-gerbrand-bakker-jasper-en-knecht/</p>

<p>Gerbrand Bakker &ndash; Jasper en zijn knecht. Priv&eacute;-domein, De Arbeiderspers, Amsterdam. 396 blz. &euro; 24,99</p>

Rijke trilogie

Rivieren

Martin Michael Driessen

€ 17,99

<p>Drie novellen in een boek is doorgaans vragen om problemen. De teksten gaan, net als bij een verhalenbundel, nog weleens met elkaar de strijd aan. Welke delft het onderspit, welke komt als sterkste naar voren? In het geval van Rivieren van opera- en toneelregisseur, vertaler en schrijver Martin Michael Driessen (1954) is dat totaal niet het geval. Ze complementeren elkaar &ndash; niet alleen aangaande onderwerpkeuze, maar ook wat sfeer, vorm en taalgebruik betreft &ndash; en geven daarnaast een mooi totaalbeeld van het uiteenlopende kunnen van de auteur. Driessen heeft schrijfkracht, weet heel intieme werelden op te roepen zonder dat hij het universele uit het oog verliest. De details zijn in alle drie de novellen functioneel, verhogen het mystieke element van de vertellingen. Geen onnodige opsommingen of opzichtig taalgeworstel, maar zorgvuldig gekozen woorden.</p>

<p>Een acteur besluit in de eerste novelle &lsquo;Fleuve Sauvage&rsquo; &ndash; die je net als de twee andere wat lengte en uitwerking van de thematiek aangaat ook romans zou kunnen noemen &ndash; om solo over zijn toekomst na te denken tijdens een kanotocht in de Ardennen. Hij heeft een ernstig drankprobleem, mijdt mensen, wordt door vrijwel iedereen eveneens gemeden en zijn ooit zo veelbelovende carri&egrave;re dreigt definitief in het slop te raken vanwege zijn agressieve dronk. We noemen hem even Banquo, naar een rol uit Macbeth die hij in het Engels reeds heeft ingestudeerd. De repetities voor het stuk waarin hij vooralsnog in september zal spelen.</p>

<p>Het is juli en de waterstand in Sainte-Menehould is bijzonder hoog. Hij kan zich nog eenmaal laten gaan. Zijn vrouw gunt hem ergens zijn drankzucht, maar dan op een plek waar hij geen kwaad kan doen. Als je dan al moet drinken, doe het dan nu, zegt zijn agent. Zijn zoon leent hem graag zijn tent en Canadese kano, maar mee wil hij beslist niet. Hij wil zijn vader niet definitief ten gronde zien gaan.</p>

<p>(Banquo past ook goed bij dit personage. Zijn wensdroom is nog altijd om Macbeth te spelen. Banquo is de rivaal in het gelijknamige stuk van Shakespeare, de man die sterke verlangens en ambities heeft, die wakker wordt gehouden door zijn dromen, maar hij heeft ook iets sympathieks, heeft een liefdevolle band met zijn zoon. Nog niet alles lijkt verloren.)</p>

<p>Driessen zet Banquo fijntjes neer, laat hem heen en weer geslingerd worden door zijn liefde voor de fles en zijn &lsquo;enorme wilskracht&rsquo;. Eigenlijk is hij geen kwade pier, hij is iemand die zich het liefst mee laat voeren op de meanderende rivier. Prachtige, simpel gehouden natuurbeschrijvingen. Met de bestempeling &lsquo;functioneel&rsquo; doe je ze te kort.</p>

<p>Wil je het drinken echt opgeven, dacht hij terwijl hij een sigaret opstak. Het is geen geluk, maar het lijkt er wel verdomd veel op. Meer dan al het andere dat je kent.</p>

<p>Banquo vaart al drinkend de rivier af, heeft waarschijnlijk niet meer de puf om tegen de stroom in te vechten. In een opwelling &ndash; &lsquo;willekeur was per slot het allermooiste aspect van de vrije wil.&rsquo; &ndash; doet hij uiteindelijk zijn fles whisky, zijn laatste vloeibare leeftocht overboord. Gooit hij zijn eigen glazen in. (Driessen gebruikt deze woordgrap ook, maar haalt hem direct adequaat onderuit. &lsquo;Wat een idiote beeldspraak&rsquo;. De acteur weet zelf ook wel wat voor rol hij speelt. Dat is de basis van zijn problematiek. Zijn verbale overwicht zorgt voor misverstanden, voor &lsquo;opstootjes&rsquo;. Nooit discussi&euml;ren met mensen die woorden tekort komen: kortsluitingsgevaar.) In de stromende regen zet hij zijn tent op. Hij zal de nacht doorwaken en nu eindelijk definitieve keuzes maken. Dan komt de fles Famous Grouse ineens voorbij drijven. Je verwachtte het al min of meer, maar het blijft toch een grappige kunstgreep. Driessen werkt, met subtiel gebruik van de kennis van de acteur, naar een hoogtepunt toe dat je bij de keel grijpt, dat behoorlijk na blijft knagen. Banquo krijgt alsnog een laatste grote rol, de voorstelling van zijn leven. De laatste sc&egrave;ne heeft iets van een grotesk jachttableau, een angstaanjagend stilleven.</p>

<p>Voor de tweede tekst, &lsquo;De reis naar de maan&rsquo; gaan we vooraleerst terug naar het eind van de negentiende eeuw. De grote rivieren spelen nog een veel belangrijker rol. Ze zijn niet alleen louter vervoerswegen, maar ook droombanen naar andere landen, andere levens. Julius Durlacher is de zoon van een houtgroothandelaar in het Frankische land, een gymnasiast die later als eerste van de streek zal gaan studeren. Konrad is eveneens veertien jaar, maar van eenvoudige komaf. Hij loopt rond in de vermaakte kleding van zijn een jaar eerder bij het transport van de bomen verdronken grote broer. Zijn grootste droom is het toch om vlotter te worden. Er zijn voor hem ook weinig andere mogelijkheden om enig aanzien te verwerven.</p>

<p>De boomstammen worden aan elkaar verbonden tot enorme vlotten, soms van wel veertig meter breed en honderden meters lang. Deze verbanden worden bij hoog water via de rivieren de Rodach, de Main en uiteindelijk de Rijn naar hun bestemming gebracht. In sommige gevallen naar Holland, naar de rijke steden aldaar die &lsquo;op een onderaards woud van Frankische bomen zijn gebouwd.&rsquo;</p>

<p>Driessen schetst een wereld waarin alles nog vast ligt. Julius zal met een goede partij trouwen, voor Konrad, terwijl hij op het meifeest net zo goed, zo niet beter danst, blijft hoogstens de halfblinde geitenhoedster over, als hij al zich zou willen binden. De verhoudingen zijn duidelijk. Mettertijd zal Julius de broodheer worden van Konrad. Maar het sterke van deze tekst is dat je al vanaf het begin aanvoelt dat er meer speelt. Konrad krijgt boeken van Julius.</p>

<p>Hij had een half dozijn boeken en ze waren allemaal van Jules Verne [ &#8230; ] Alles wat erin stond leek hem van zo onschatbare waarde te zijn, dat een mens er voor de rest van zijn leven genoeg aan had.</p>

<p>Net als deze boeken, herleest Konrad keer op keer de Rodach en de Main. Is er tevreden mee, al hoopt hij toch ooit nog eens de machtige Rijn te bevaren. Het is de vraag wie van de twee eigenlijk te benijden valt. Het keurslijf lijkt bij Konrad toch losser te zitten. Driessen houdt de ontwikkelingen op het wereldpodium mooi op de achtergrond. Tijdsaanduidingen zijn ook uitsluitend impliciet. De stoomboot doet zijn intrede, Julius komt naar verloop van tijd met een automobiel inspecteren. Julius rent over het vlot alsof hij een atleet is onderweg naar de Olympische Spelen in Amsterdam. (Zoals bekend in 1928 gehouden.)</p>

<p>Hij vond Julius iets ongrijpbaars en onbegrijpelijks hebben. Dat verbond hen misschien: ze hadden allebei iets wat hen van de andere mensen in Wallreuth onderscheidde. Maar dat iets maakte ook dat ze elkaar niet kenden.</p>

<p>Soepel laat Driessen de wereldgebeurtenissen de verhouding tussen de twee langzaam kantelen. Hun gezamenlijke reis krijgt een onverwacht einde.</p>

<p>In de laatste tekst, &lsquo;Pierre en Ad&egrave;le&rsquo;, is geen rivier scherprechter, maar een beekje dat een dal in Frankrijk in twee&euml;n splitst. Een water dat al sinds het pleistoceen zo goed als dezelfde loop heeft, maar de twee families aan weerszijden hebben het idee dat de natuur de tegenpartij bevoordeelt. De familie Corb&eacute; is protestants, de Chr&eacute;tiens zijn katholiek. Al generaties zijn ze in conflict met elkaar. Een priv&eacute;-oorlog waarvan, zoals gebruikelijk, niemand meer weet waar die eigenlijk over gaat en hoe die is begonnen. Al generaties proberen de Joodse notarissen Salomon een compromis te vinden. Het derde geloof dat zich in de strijd mengt, fijn paradoxaal. De vader van de jonge Eduard Salomon vindt de overerfde machtsstrijd wel best. Hij is er van overtuigd dat geen van beide partijen een oplossing wil. Waarom aan de status quo rommelen, als je er ook nog eens geld aan kunt verdienen. Maar Eduard ziet het als zijn taak, om met een alternatief te komen, maakt er zijn levenswerk van.</p>

<p>Ook hier leren we wanneer een episode &ndash; met vaak hilarisch gekrakeel om niets &ndash; zich afspeelt door wereldgebeurtenissen op de achtergrond. Het sluiten van het Verdrag van Versailles bijvoorbeeld. Driessen gebruikt hier heel bekwaam een kinderherinnering van Pierre Corb&eacute; en Ad&egrave;le Chr&eacute;tien. Kwestie van gelijk oversteken. Eduard Salomon baseert er zijn voorstel op, een voorstel met verstrekkende gevolgen. Een fijne sc&egrave;ne op het kantoor van de ma&icirc;tre. Ad&egrave;le laat per ongeluk &lsquo;Ja, ik wil&rsquo; ontglippen wanneer Eduard aan haar vraagt of ze zijn voorstel wil horen. Pierre reageert cynisch, maar er is toch een nieuwsgierige, enigszins bereidwillige ondertoon. Er speelt een zweem van verliefdheid op afstand, van het ooit overwegen van een onmogelijk liaison door de tekst heen.</p>

<p>Er wordt een contract getekend. Een zekere rust lijkt bereikt, maar dan wordt er bij toeval een (religieuze) bodemschat ontdekt op het land van Pierre Cord&eacute;, ooit toebehorend aan de Chr&eacute;tiens. Het zorgt voor het oplaaien van het conflict, de aangetrouwde man van Ad&egrave;le ontketent een waar Armageddon. Het verzengde vuur dat ook reinigt, dat verzoent.</p>

<p>Alles f&uuml;hrt zu nichts, Das leben ein Traum en Er wird rein durch Feuer, Wasser, Luft und Erden, zijn de ondertitels van de drie delen van dit boek. (Verwijzingen onder meer naar Calder&oacute;ns La vida es sue&ntilde;o en Die Zauberfl&ouml;te van Mozart en Schikaneder.) Bij elke andere schrijver zou dit wat pedant over komen, maar Driessen is natuurlijk als geen ander thuis in deze materie. En het past ook wel bij de atmosfeer. Het is de totaalsom van een zoektocht naar een catharsis. Het ware leven in deze drie vertellingen begint pas na de dood, na de neergang. Rivieren is een rijke trilogie met veel samenhang, vooral ook door de totale afwezigheid van de schrijver in zijn teksten.</p>

<p>Guus Bauer</p>

<p>Deze recensie verscheen eerder op Tzum: http://www.tzum.info/2016/05/recensie-martin-michael-driessen-rivieren/</p>

<p>Martin Michael Driessen &ndash; Rivieren. Van Oorschot, Amsterdam. 139 blz. &euro; 17,98.</p>

Waarom Libris
Boekbestellingen worden t/m 22 december 2017 GRATIS thuisbezorgd.
Kies uit meer dan een miljoen artikelen, waaronder ruim 25.000 Nederlandse ebooks.
Thuis bestellen en bezorgen of afhalen en betalen in de boekhandel.
Ruim 85.000 boeken op werkdagen voor 23.00 besteld, de volgende dag bezorgd
Volg uw bestelling via Track & Trace van PostNL
Bijna 100 aangesloten kwaliteitsboekhandels.
pro-mbookslibr3 : libris