Historie

Hier bespreekt Jan Brouwers Geschiedenisboeken

Jan Brouwers

Wijvenwereld: De Brabantse vrouw in de middeleeuwse stad

Wijvenwereld

Jelle Haemers ; Andrea Bardyn ; Chanelle Delameillieure

€ 24,95

Wijvenwereld: De Brabantse vrouw in de middeleeuwse stad

Mannen en vrouwen waren tijdens de Middeleeuwen. De man maakte de dienst uit, maar toch was de vrouw niet volkomen machteloos. Vrouwen dreven handel, hadden hun plaats in het openbare leven. Ook het toenmalige erfrecht maakte het hen mogelijk bezittingen te verwerven en daarmee aanzien en macht.

Dat die geschiedenis nog nauwelijks is geschreven, ligt voor een deel aan de aard van het bronnenmateriaal. De kronieken uit die tijd spreken nu eenmaal vooral van de daden van heersers, voornamelijk mannen. De aktes met de transacties waaruit de rol van de vrouwen blijkt, maken deel uit van omvangrijke archieven waarin het moeilijk zoeken is. In sommige steden werden er wel vierduizend per jaar opgesteld in handschriften die alleen specialisten kunnen lezen en interpreteren.

Tenminste: tot voor kort. Ook veel middeleeuwse stadsarchieven zijn tegenwoordig digitaal ontsloten. Zo kunnen onderzoekers veel sneller zoeken in de grote hoeveelheid informatie. Het leverde het boek Wijvenwereld op. Drie Vlaamse onderzoekers laten zien hoe vrouwen hun stem lieten horen, handel dreven en ambachten uitoefenden, welke rechten ze hadden, in het openbare leven en thuis.

Het onderzoek gaat over het hertogdom Brabant en dan vooral op de grote steden van die tijd: Leuven, Brussel en Antwerpen. Ook Breda komt even aan de orde. Natuurlijk vanwege het begijnhof: een vrouwenwereld binnen de stad. Zij het onder toezicht van een priester: ook hier bleef de man aan de top staan.

Breda komt ook nog even voor in een ander hoofdstuk: dat over ‘Vrijende vrouwen, seksualiteit, instemming en prostitutie’. In 1492 begon het stadsbestuur namelijk met de bouw van een stove, een badhuis. Elke stad had er wel een en vaak deden die ook dienst als bordeel. De bouw van de stove maakte deel uit van de wederopbouw van de stad na de brand van 1490. Bijzonder was dat de stad aanvankelijk zelf de exploitatie ter hand nam. Dát was bijzonder. Niet het feit dat de stad de stove na een aantal jaren liet uitbaten door een vrouw. Wie het boek gelezen heeft, verwondert zich daar niet meer over.

Jelle Haemers, Andrea Bardyn & Channelle Delameillieure (red.), Wijvenwereld. Vrouwen in de middeleeuwse stad, Antwerpen: Vrijdag.

De tempeliers. De opkomst en ondergang van de tempelridders

De Tempeliers

Dan Jones

€ 30,00

Eigenlijk is dit een boek over de Kruistochten. Het bevat uitvoerige beschrijvingen van de vijandelijkheden van de eerste kruistocht die begon in 1096 en die leidde tot de verovering van Jeruzalem door de christelijke strijders tot de val van hun laatste bolwerken in 1291. In deze strijd speelden tempeliers een hoofdrol. Op het slagveld omdat de de elitetroepen van de christenen waren: goed georganiseerd en gedisciplineerd, in tegenstelling tot veel andere Europese ridders.

Ook in financieel opzicht was hun bijdrage onmisbaar. Ze waren schatrijk door het geld en de landgoederen die hen waren geschonken. Bovendien hadden ze een efficiënt systeem waardoor om in heel Europa en het Midden-Oosten betalingen te doen. Menig vorst leende geld van de tempeliers.

Hun populariteit, en daarmee hun rijkdom, hadden ze voor een groot deel te danken aan Bernardus van Clairvaux. Hij had de orde der Cisterciënzers tot bloei gebracht. Zij waren teruggekeerd naar het eenvoudige leven dat de H. Benedictus voor ogen had toen hij de orde van de Benedictijnen stichtte. Diezelfde eenvoud kenmerkte de tempeliers. Bernardus schreef hun regel en maakte hen zo een orde van strijdende monniken.

Het zou interessant zijn om het ideaal dat Bernardus voor ogen had te vergelijken met de veranderingen in het ridderideaal van die tijd. Van een ongeletterde vechtjas veranderde de ridder in een beschaafd man die opkwam voor de zwakkeren en die geïnspireerd werd door deugden als rechtvaardigheid en trouw. Beïnvloedden de tempeliers deze ontwikkeling of werden ze erdoor beïnvloed? Verder is de organisatie de tempeliers opmerkelijk: op het slagveld, in het financiële verkeer en als exploitanten van landgoederen. En dan is er nog het religieuze aspect: hoe moeten we de opkomst van de ridderorden als de tempeliers zien in de ontwikkeling van de kerk als geheel?

Het boeiendste hoofdstuk is eigenlijk dat over de ondergang van de tempeliers. De Franse koning Filips IV had zo veel geld geleend van hen dat hij in 1307 besloot korte metten te maken met de orde en dat lukte hem binnen korte tijd. Voor velen is het een raadsel hoe een machtige organisatie als die van de tempeliers zo snel ten onder kon gaan. Het antwoord is dat Filips IV het recept gebruikte van elke meedogenloze heerser: een giftige cocktail van leugens, intimidatie en geweld.

Dan Jones, De tempeliers. De opkomst en ondergang van de tempelridders
Uitgever: Omniboek
Pagina’s: 480 | € 30,-
ISBN: 978 9401 9142 84

Clementine: een leven met Churchill

Clementine

Sonia Purnell

€ 22,95

Zijn politieke carrière ging hem voor alles en hij leefde op te grote voet. Zijn vrouw maakte zich daar voortdurend zorgen over, maar die zorgen deelde hij niet. Ze stond er alleen voor: financiële problemen, de opvoeding van de kinderen: ze werd er wanhopig van.

We hebben het over Clementine Churchill, de vrouw van Winston. Ondanks zijn egocentrische gedrag bleef ze hem steunen, vooral  tijdens de Tweede Wereldoorlog. In die tijd kwam ze zelfs uit de schaduw van haar echtgenoot. Winston mocht dan wel het gebombardeerde Londen bezoeken en de getroffen inwoners een hart onder de riem steken, het was Clementine die daadwerkelijk iets deed om hun leven dragelijker te maken.

Tegelijkertijd stond ze haar man als een first lady terzijde. Of eigenlijk nog meer: ze wist haar diplomatieke talent in te zetten om de Amerikanen in te palmen. Het was er Winston alles aan gelegen om hun steun te verwerven want zonder hen zou Groot-Brittannië de strijd nooit kunnen winnen.

De Amerikaanse first lady Eleanor Roosevelt trad veel meer op de voorgrond, maar niet als steun en toeverlaat van haar man – van wie ze feitelijk gescheiden leefde. Clementine Churchill daarentegen was onmisbaar voor Winston.

Mede doordat ze zo op de achtergrond bleef, is de geschiedschrijving aan haar voorbij gegaan. Zelfs Winston Churchill wijdde slechts enkele regels aan haar in zijn zesdelige geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Aan gebrek aan archiefmateriaal kon het niet liggen, het wachten was op iemand die er gebruik van zou maken.

Dat werd Sonia Purnell die haar nu de plaats in de geschiedenis geeft en daarmee ook de biografie van Winston Churchill herschreven heeft.

Sonia Purnell, Clementine. Een leven met Winston Churchill, Elburg: Karmijn, 2017.

Beknopte geschiedenis van Nederland James C. Kennedy

Een beknopte geschiedenis van Nederland

James C. Kennedy

€ 25,00

Nederlanders mogen best trots zijn op hun land en hun verleden. Dat vindt de Amerikaanse historicus James C. Kennedy. Hij is gespecialiseerd in de Nederlandse geschiedenis en woont en werkt al jaren in ons land. Tegenwoordig is hij hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

Kennedy beschrijft in zijn ‘Beknopte geschiedenis van Nederland’ hoe de Nederlanders gedurende meer dan duizend jaar in een moeras aan de periferie van Europa een goed georganiseerde en welvarende samenleving opbouwden. Daarbij houdt hij wel een kritische distantie: die welvaart ging vaak ten koste van anderen, bijvoorbeeld van de armen in de steden en van de slaven die de Nederlanders verhandelden.

Ook de strijd tegen het water was minder succesvol dan we denken. Het dwong de bewoners van de delta van Rijn, Maas en Schelde tot weliswaar tot samenwerking, maar de maatregelen die werden genomen waren niet altijd effectief. Ook de tolerantie waar de Nederlanders zich zo graag op laten voorstaan bekijkt hij met een kritische blik: zo uniek was die tolerantie niet.

Kennedy geeft een beschrijving van de geschiedenis vanaf de allereerste bewoners tot nu. Daarbij vermijdt hij de vroege geschiedenis te beschrijven als een voorspel op de huidige tijd. De geschiedenis had ook heel anders kunnen lopen.

Ook weet hij te voorkomen dat de geschiedenis van het graafschap Holland wordt gepresenteerd als de geschiedenis van Nederland in de Middeleeuwen. Natuurlijk werd dat later het belangrijkste deel van het land, maar hij behandelt ook de andere delen van Nederland op een evenwichtige manier. Brabanders behoeven zich dus niet te beklagen over ‘hollandocentrische’ geschiedschrijving, al zal het inwoners van ’s-Hertogenbosch verdrieten dat Kennedy hun stad consequent ‘Den Bosch’ noemt.

Deze beknopte geschiedenis van Nederland biedt veel informatie en is gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten. De grote informatiedichtheid vergt de nodige concentratie, maar wie het boek gelezen heeft, is weer helemaal bij als het gaat om de geschiedenis van Nederland. Want voor de echte liefhebber hoeft die niet altijd in hapklare brokken als canon, in vensters of wat dan ook te worden opgediend.

James C. Kennedy, Een beknopte geschiedenis van Nederland, Amsterdam: Prometheus, 2017.

De Nederlandse paus. Adrianus van Utrecht, 1459–1523

De Nederlandse paus

Twan Geurts

€ 29,99

Adrianus van Utrecht, paus en stadhouder van Spanje

Nederlanders houden niet van heldenverering. Ook verdienstelijke landgenoten zetten ze niet snel op een voetstuk. Bescheidenheid is een deugd, maar je moet niet overdrijven.

Neem nu Adrianus VI: paus van 1522 tot 1523. In Nederland staat hij bekend als een man vol goede bedoelingen die niets voor elkaar kreeg. Inderdaad was hij effectief nauwelijks een jaar paus en slaagde hij er niet in om enige verandering te brengen in de corrupte staat van het bestuur van de kerk. Maar hem beoordelen op deze korte periode doet hem onrecht aan.

Twan Geurts laat dat zien in een uitvoerige biografie van Adrianus van Utrecht. De korte periode in Rome is natuurlijk een belangrijk onderdeel, maar staat niet centraal. Adrianus was een vooraanstaand theoloog aan de universiteit van Leuven. Vervolgens werd hij mentor van de latere keizer Karel V. Die had zo veel vertrouwen in hem, dat hij hem het bestuur over Spanje toevertrouwde.

Karel regeerde, zoals we weten, over een wereldrijk waar de zon nooit onderging. Het bestuur over Spanje liet hij daarom aan anderen over. Meestal waren dat Vlamingen, die zich in Spanje niet erg geliefd maakten. De Spanjaarden hielden er niet van om door vreemden geregeerd te worden, zeker niet wanneer die zich ten koste van de inwoners van het land verrijkten.

Adrianus was een uitzondering. Nog steeds wordt er met veel respect over hem gesproken in Spanje, zelfs al was hij verantwoordelijk voor het neerslaan van een opstand tegen het gezag van Karel V.

Als paus had hij grote hervormingen kunnen doorvoeren, als hij daarvoor de tijd en de tact had gehad. In Spanje had hij zich als buitenlander kunnen handhaven en had zich zelfs geliefd gemaakt. In Rome lukte hem dat niet. Als buitenstaander ontbrak het hem aan steun van ervaren bestuurders in het Vaticaan en bovendien speelde zijn onbegrip voor de Italiaanse cultuur hem op. Zo ontstond het beeld van de botte haring etende Noorderling die iedereen tegen zich in het harnas joeg.

En dat terwijl hij zelfs een handreiking had gedaan naar Luther, de man die door zijn voorganger uit de kerk was gezet. Adrianus erkende dat de kerk van Rome fouten had gemaakt. Een ongekende uitspraak: pas in 2000 zou een paus, Johannes Paulus II, opnieuw dergelijke woorden over zijn lippen krijgen.

Met deze biografie doet Twan Geurts recht aan een groot Nederlander – dat Nederland toen nog niet bestond, laten we maar even buiten beschouwing, die in Nederland zeker zo veel waardering verdient als in Spanje.

Twan Geurts, De Nederlandse paus. Adrianus van Utrecht, 1459–1523, Amsterdam: Balans, 2017.

Lodewijk XIV en Willem III

Oranje tegen de Zonnekoning

Luc Panhuysen

€ 34,99

Lodewijk XIV en Willem III: de strijd om Europa

Een dubbelbiografie: zo zou je dit boek kunnen noemen. Aan de ene kant een man die voorbestemd was om het machtigste land van Europa te gaan leiden: Lodewijk XIV, de Franse zonnekoning. Aan de andere kant een man die aanvankelijk buitenspel stond: Willem III van Oranje-Nassau. Zijn prestige ontleende hij aan zijn afstamming. Hij was familie van de grondleggers van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden: Willem van Oranje, Maurits en Frederik Hendrik. Maar zijn macht werd beperkt door de Hollandse regenten die de macht van de Oranjes hadden ingeperkt.

Dat deze Willem III de grote opponent van Lodewijk XIV werd, had de Franse koning aan zichzelf te danken. Door zijn inval in de Republiek tijdens het rampjaar 1672 was Willem alsnog aan de macht gekomen. De rest van zijn leven zou hij wijden aan het inperken van de de Fransen.

Beide mannen hebben elkaar nooit ontmoet en evenmin hebben ze ooit in een veldslag van het kaliber van Waterloo tegenover elkaar gestaan. Oorlog voeren betekende in die tijd vooral steden belegeren. Diplomatie was zeker zo belangrijk, in ieder geval voor Willem die voortdurend coalities moest smeden tegen Frankrijk. En die natuurlijk een grote slag sloeg door te trouwen met Mary, waardoor hij koning van Engeland werd.

Nog meer dan in de diplomatieke verhoudingen worden we in dit boek ingewijd in de verwikkelingen aan de hoven van de beide vorsten. De intriges die mede het gevolg waren van de buitenechtelijke activiteiten van Lodewijk komen uitgebreid aan de orde. Bij Willem valt vooral op hoe hij oude vrienden kon laten vallen.

Ook de karakters van beide mannen komen goed uit de verf. De flamboyante Lodewijk zien we veranderen in een tandeloze oude man, geplaagd door jicht. Willem bleef steeds dezelfde sikkeneurige calvinist, die niets van de uiterlijkheden van het koningschap moest hebben en het vertikte om zelfs maar even te wuiven als zijn onderdanen hem toejuichten.

Aan het eind van zijn leven kon Willem tevreden constateren dat het hem gelukt was Frankrijk in te tomen. Lodewijk daarentegen besefte dat hij met zijn agressieve houding tegenover de rest van Europa weinig was opgeschoten. Bovendien had hij zijn zoons een voor een zien sterven. Dankzij zijn kleinzoon Lodewijk XV bleef zijn dynastie nog even voortbestaan.

Maar de voortdurende oorlogen hadden Frankrijk uitgeput. Economisch en sociaal was het land onstabiel en dat leidde uiteindelijk tot de Franse Revolutie die zijn achterkleinzoon de kop zou kosten.

Luc Panhuysen, Oranje tegen de Zonnekoning. De strijd van Willem III en Lodewijk XIV om Europa, Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016.

Eene innige vereeniging

'Een innige vereeniging'

Wilfried Uitterhoeve

€ 19,95

Bespreking door Jan Brouwers:

Hoe Nederland en België in 1815 verenigd werden

In 1815 bepaalden de Europese grootmachten dat er ten noorden van het verslagen Frankrijk een sterke staat moest komen. Dat werd het koninkrijk der verenigde Nederlanden van Willem I. Aldus de korte versie van het verhaal, dat we allemaal kennen.

Maar zo eenvoudig is het niet gegaan. Wilfried Uitterhoeve beschrijft de diplomatieke verwikkelingen die ertoe leidden dat Nederland, België én Luxemburg hun huidige vorm kregen.

Uitterhoeve laat zien hoe Willem I er alles aan deed om zijn koninkrijk te krijgen. Een koninkrijk dat tot aan Koblenz moest reiken zodat ook zijn Duitse bezittingen als Dillenburg erin pasten.

Het waren vooral de Pruisen die hem de voet dwars zetten omdat ze zelf een oogje hadden op het Rijnland. Zo kwam de huidige grens tussen Nederland en Duitsland tot stand en ook de merkwaardige status van Luxemburg met zijn personele unie met het Nederlandse vorstenhuis.

En dan was er de vanaf het begin af aan problematische relatie tussen Noord en Zuid. Willem I had de grootste moeite om zijn grondwet in het Zuiden aanvaard te krijgen. Vooral omdat deze de macht van de rooms-katholieke kerk inperkte.

Uiteindelijk kreeg hij dan toch zijn koninkrijk, maar het was wel een staat met een ingebakken conflict dat vijftien jaar later met de Belgische opstand tot uitbarsting zou komen.

Wilfried Uitterhoeven, Eene innige vereeniging. Naar één koninkrijk van Nederland en België in 1815

Nijmegen: Vantilt 2015

 

De rafelranden van Europa

De rafelranden van Europa

Ivo van de Wijdeven

€ 24,99

Recensie door Jan Brouwers

Europa wordt in onze dagen van drie kanten bedreigd: in het Oosten ontpopt Vladimir Poetin zich als een nieuwe tsaar, die zijn rijk naar het westen wil uitbreiden, vanuit het Midden-Oosten ontvluchten miljoenen de chaos en burgeroorlog en vanuit het zuiden even zovelen de armoede.

Ivo van de Wijdeven, politiek analist bij het Ministerie van Algemene Zaken, nam een sabbatical om de historische achtergronden van deze dreigingen op een rijtje te zetten, want die miste hij voortdurend al deze problemen werden besproken in de media.

Hij nam de gelegenheid te baat om zich uitgebreid te verdiepen in de geschiedenis van Rusland, het Ottomaanse Rijk en Afrika. Het resultaat is een boek met erg veel details, maar ook met veel nieuwe inzichten. Van de Wijdeven interpreteert weinig, maar laat als goed historicus zo veel mogelijk de feiten spreken. En dan valt bijvoorbeeld meteen op dat telkens als het over Oekraïne gaat er sprake is van een oostelijk deel onder Russische en een westelijk deel onder Poolse invloed.

Poolse invloed in Oekraïne? Inderdaad: de Polen hebben trouwens een keer Moskou aangevallen, net als de Zweden. Napoleon en Hitler waren niet de enigen die Rusland vanuit het westen bedreigden.

Dat zijn enkele saillante feiten die het boek biedt, naast de grote lijnen in de geschiedenis van de afgelopen eeuwen. In de negentiende en twintigste eeuw beheersten de West-Europese landen Afrika en het Midden-Oosten. Na hun aftocht lieten de Europeanen landen achter met volkomen willekeurig getrokken grenzen en zonder behoorlijk bestuur. Een prima voedingsbodem voor onstabiliteit, burgeroorlog en armoede. En voor grote stromen vluchtelingen.

In het laatste hoofdstuk geeft Van de Wijdeven, alweer in grote lijnen en met veel detail, de geschiedenis van Europa weer. Het is natuurlijk een geschiedenis van oorlog, maar ook van pogingen om stabiliteit te verkrijgen. Vooral dat laatste mag wel eens onder de aandacht worden gebracht.

De Vrede van Westfalen, die een einde maakte aan de Tachtigjarige Oorlog, maar ook aan de Dertigjarige Oorlog die je als een Europese oorlog kunt beschouwen, legde de basis voor de moderne soevereine staat. Grenzen met hekken, slagbomen en grenscontroles zijn er trouwens eigenlijk pas sinds het begin van de twintigste eeuw – ook weer zo’n ontnuchterend inzicht voor wie denkt dat de Europese landen zich al eeuwen ingraven en pas de laatste jaren hun poorten wijd hebben opengezet.

Zo geeft dit boek inderdaad op veel punten de nodige relativering. Het leest soms als een samenvatting van een handboek Wereldgeschiedenis, maar voor wie de waan van de dag eens achter zich wil laten en de gebeurtenissen van vandaag in een historisch perspectief wil plaatsen, is dit een heel nuttig boek.

Ivo van de Wijdeven, De rafelranden van Europa (Houten, Antwerpen: Spectrum 2016) 301 p. Isbn 978 90 00 347420 1. € 22,50

Zijn naam is klein. Piet Hein en het omstreden verleden

Zijn naam is klein

Simon Rozendaal

€ 24,99

Trots op onze geschiedenis kunnen we al lang niet meer zijn, zo lijkt, sinds onze welvaart gebouwd bleek op geweld en slavernij. Een voor een vielen de vaderlandse helden van hun voetstuk. Is het nu de beurt aan Piet Hein?

Dat valt wel mee. Piet Hein stierf voordat de West Indische Compagnie zich met slavenhandel bezig ging houden en hij behandelde zijn tegenstanders en mensen van een ander ras altijd met respect, zo schrijft Simon Rozendaal in zijn biografie van deze zeeheld.

Kunnen we het boek van Rozendaal verder ongelezen laten omdat we de conclusie nu al weten? Dat zou jammer zijn. Rozendaal maakt veel omwegen in zijn verhaal. Hij snuffelt als een hondje overal rond, zoals hij het zelf formuleert. We komen te weten hoe het stonk, of beter hoe iedereen stonk, in de tijd van Piet Hein.

Uiteraard komen we veel over Piet Hein te weten: dat de zilvervloot hem eigenlijk min of meer in de schoot werd geworpen en dat hij zijn echte heldendaden in het tegenwoordige Brazilië verricht heeft. Als het aan hem gelegen had, werd daar nu geen Portugees maar Nederlands gesproken.

We leren van de de geschiedenis van zijn geboorteplaats Delfshaven, dat in plaats van Rotterdam een belangrijke haven had kunnen worden als de Delftenaren hun eigen haven niet zo hadden tegengewerkt. En dat de Hollanders al voordat de Gouden Eeuw aanbrak welvarend waren geworden, onder meer door de haringvangst.

Dat de Hollanders al rijk waren voordat ze zich in koloniale avonturen stortten is van belang: Rozendaal toont aan dat Hollands welvaren niet uitsluitend op slavenhandel en kolonialisme gebaseerd was. Om koloniaal bezit te verwerven moest je juist voldoende kapitaal hebben om in overzeese handel te investeren.

Rozendaal is geen historicus. Als wetenschapsjournalist schrijft hij doorgaans over de natuurwetenschappen. Zijn boek is ook niet gebaseerd op bronnenonderzoek, maar op bestaande literatuur. Die bekijkt hij in het licht van de huidige discussie over slavenhandel en kolonialisme. Hij doet dat net zo kritisch en nuchter als in zijn boek over klimaatverandering Warme aarde, koel hoofd.

Heeft een historicus dan geen kanttekeningen bij Zijn naam is klein? Jawel, bijvoorbeeld dat Rozendaal de middeleeuwen wegzet als een periode van onwetendheid en bijgeloof. Historici weten al lang dat dat niet zo was. Misschien dat Rozendaal zich eens in dat onderwerp zou moeten verdiepen. Het zou ongetwijfeld weer een prachtboek opleveren.

Simon Rozendaal, Zijn naam is klein. Piet Hein en het omstreden verleden, Amsterdam/Antwerpen: Atlas Contact, 2019.

1939:De oorlog die niemand wilde

1939

Frederick Taylor

€ 34,99

1939: de oorlog die niemand wilde

Herinneringen die jaren later worden opgeschreven, zijn vaak aangetast door latere ervaringen en gebeurtenissen. Daarom zijn historici ook zo blij met dagboeken: ze geven weer wat de schrijver op dat moment voelde en dacht.

Vooral in turbulente tijden hebben mensen de behoefte om hun gedachten op papier te zetten. Er zijn dan ook talloze dagboeken uit de Tweede Wereldoorlog bewaard gebleven. Dat grote aantal vormt een probleem. Een tweede probleem is dat elk dagboek slechts een klein facet van de oorlog beschrijft. Niet elk leven is zo dramatisch als dat van Anne Frank en niet elk dagboek heeft de literaire waarde van dat van Etty Hillesum.

Maar het is de moeite waard om de grote hoeveelheid dagboeken door te spitten. Dat blijkt uit dit boek van Frederick Taylor. Hij combineerde de gegevens uit dagboeken uit verschillende landen met krantenberichten, interviews en met de gebeurtenissen uit de grote politiek. Aan de hand van zijn verhaal ontvouwt zich het drama dat zich in 1939 afspeelde: een continent dat afstevende op een oorlog die niemand wilde: de Duitsers niet, de Engelsen niet en zelfs Hitler niet.

Hiermee laat Taylor de lezer met nieuwe ogen kijken naar bekende feiten zoals het mislukte akkoord van München. De Kristallnacht komt ineens heel dichtbij als je die bekijkt door de ogen van een inwoonster van Berlijn die opeens doodsbange joodse vrienden aan de deur krijgt.

Het grote probleem met geschiedschrijving is dat je altijd al weet hoe het afloopt. 1939 is een geslaagde poging om je even te verplaatsen in de situatie van toen. Al kun je de jaren die daarna volgden nooit helemaal vergeten.

Frederick Taylor, De oorlog die niemand wilde, Amsterdam: Spectrum.

Lotharingia. Een persoonlijke geschiedenis van Europa's Grote Breuklijn, van de Lage Landen tot aan het Jura gebergte

Lotharingia

Simon Winder

€ 34,99

Lotharingia: reisgids langs een historische breuklijn

Na de dood van Karel de Grote viel zijn rijk uit elkaar. Zijn kleinzoons verdeelden het in drieën en vervolgens werd het middelste gedeelte nog eens een keer in stukken geknipt. Het noordelijke deel kwam in 855 in handen van hertog Lotharius II. Zijn hertogdom omvatte Noordoost Frankrijk tot aan Zwitserland, het gebied tussen Schelde en Rijn in Nederland en België en in Duitsland onder meer de steden Aken, Keulen, Koblenz en Trier.

Al snel werd het hertogdom prooi van de twee belangrijkste restanten van het rijk van Karel de Grote: Frankrijk en het Duitse rijk. Maar de titel ‘hertog van Lotharingen’ bleef prestigieus. En natuurlijk is het nog steeds een bekende streek in het noord-oosten van Frankrijk.

De grote centra van de macht in Europa bevonden zich steeds buiten het oude Lotharingen en door de eeuwen heen werden er talloze oorlogen uitgevochten.

Lotharinghia is het derde deel van de trilogie van de Britse schrijver Simon Winder. Eerder verschenen van hem Germania en Danubia. Zijn invalshoek in origineel: meestal wordt geschiedenis geschreven vanuit de centra van de macht. Het voormalige Lotharingen is juist een gebied dat verscheurd en verwoest werd door de ambities van machthebbers elders.

Hoewel, op den duur ontstonden er in het gebied twee machtsfactoren van belang. In het zuiden Zwitserland, dat eeuwenlang zijn onafhankelijkheid en neutraliteit wist te handhaven. En in het noorden Nederland, dat als de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden even een wereldmacht was.

Het is altijd aardig om te zien hoe een buitenlander tegen de Nederlandse geschiedenis aankijkt: zijn Britse publiek weet nu waarom het Nederlands elftal in het oranje speelt. Maar je kunt hem ook op foutjes betrappen. Per trein op weg naar Dordrecht ziet hij als hij over het Hollands Diep gaat de toren van de Grote Kerk van Dordrecht. Dat kan niet: zijn herinnering voegt die tocht waarschijnlijk samen met een treinrit over de Oude Maas. En hij heeft het over de ‘Spaanse Poort’ in Breda: het Spanjaardsgat lost in translation.

Over Breda schrijft hij verder: ’Toen ik op een dag ver buiten het centrum van Breda verdwaald raakte, maakte ik er een spoedcursus in de smaakvolle, verwrongen en gevarieerde Nederlandse architectuur van na 1918 van. In die tijd was de donkere baksteen populair en daarvan werden huizen met rare schoorstenen, karaktervol bewerkte buitenportalen en zonderlinge ramen gebouwd.’ Je vraagt je af waar hij heeft rondgedwaald. De Ginnekenweg? De Baronielaan?

Hij is hoe dan ook ongetwijfeld in Breda geweest. De grootste kwaliteit van het boek is namelijk de reislust die het etaleert. Winder is als een reisleider die in hoog tempo allerlei feiten en namen uitstrooit over zijn toehoorders die hem soms met moeite kunnen volgen. Het is dan ook goed dat de vertalers hier en daar uitleg geven.

Je merkt dat Winder het jammer vindt dat zijn boek af is. Nu heeft hij geen aanleiding meer om al die plaatsen die hij beschrijft te bezoeken. Zijn enthousiasme is zo groot dat de lezer zin krijgt om zelf eens naar plaatsen als Calais of Doornik te gaan. Om Mechelen te bekijken met zijn ogen of om in Lille te gaan zien of de schilderijen die hij noemt echt zo lelijk zijn. Winder zelf zal ongetwijfeld weer een aanleiding vinden om op reis te gaan. En het zal weer een inspirerend boek opleveren.

Simon Winder, Lotharingia. Een persoonlijke geschiedenis van Europa’s Grote Breuklijn, van de Lage Landen tot aan het Juragebergte, Amsterdam: Spectrum. € 34,99, ISBN 978 90 00 34845 9

Nederlandse bevrijdingsoorlog. De rafelranden van een grimmige strijd

Nederlandse Bevrijdingsoorlog

Anne Doedens ; Liek Mulder

€ 22,50

De Nederlandse bevrijdingsoorlog: een drama dat goed afliep

Tussen september 1944 en mei 1945 speelde zich een van de meest dramatische gebeurtenissen in de Nederlandse geschiedenis af, maar zo wordt de bevrijding van Nederland meestal niet beschreven. We denken dan aan juichende menigten die de bevrijders verwelkomen. Maar als je alle feiten op een rijtje zet, zie je de ongekende gevolgen van de gevechten.

Anne Doedens en Liek Mulder zetten al deze feiten op een rijtje. Van de bevrijding van de eerste stukjes Zeeuws-Vlaanderen en Limburg tot het laatste waddeneiland. Met alle fouten en die daarmee gepaard gingen, waarvan de operatie Marked Garden wel de grootste was. Niet alleen mislukte deze poging om snel in Duitsland door te dringen en de oorlog voor kerstmis 1944 te beëindigen, maar ook duurde het daardoor langer voordat de aandacht van de geallieerden uitging naar Antwerpen en de Westerschelde. Hadden ze dat wel gedaan, dan was die vitale aanvoerroute eerder in hun handen gekomen.

Overigens maken de auteurs niet de fout om achteraf te gaan bepalen hoe de strijd had moeten verlopen. Ze geven een feitelijk en soms wel heel gedetailleerd verslag van de strijd en ook van de slachtoffers die er onder de burgers vielen. Je realiseert je dan ook hoeveel schade er is aangericht: hele dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, steden volledig ontruimd.

Dat is wat de auteurs beogen: laten zien wat de gevechten rond de bevrijding voor de Nederlandse bevolking betekenden. Ze signaleren dat de Tweede Wereldoorlog steeds minder als een op zichzelf staand verschijnsel wordt beschouwd, ‘maar om inzicht in de gruwelijkheid van oorlogen in het algemeen en de verschrikkingen van genociden zoals in Rwanda’.

Daarmee verdwijnt de aandacht voor de ervaringen van de generatie die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Nu deze generatie verdwijnt, moet er aandacht zijn voor de concrete verloop van de oorlog want alleen zo kunnen latere generaties zich inleven in wat hun voorouders hebben meegemaakt, zo vinden ze – terecht.

Anne Doedens en Liek Mulder, Nederlandse bevrijdingsoorlog. De rafelranden van een grimmige strijd, Zuthpen: Walburg Pers 2020.

Stadsburgers. Stedelijk burgerschap voor de Franse Revolutie

Stadsburgers

Maarten Prak

€ 29,99

Stadsburgers: de macht van de burger voor de Franse Revolutie

De Franse Revolutie bracht ons vrijheid, gelijkheid en broederschap. Voor die tijd heersten koningen, keizers en allerlei soorten adel over onmondige onderdanen. Pas daarna kregen de burgers iets te zeggen. Dat is het heersende beeld. Maarten Prak zet dit beeld met zijn boek Stadsburgers op zijn kop. De Franse Revolutie betekende juist dat met name stadsburgers minder te zeggen kregen.

Prak is hoogleraar sociale en economische geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Zijn specialisatie is stadsgeschiedenis van de Middeleeuwen en de Vroegmoderne Tijd, zeg maar de periode tot 1795.

Zijn onderzoek toont aan dat stadsburgers in de eeuwen voor de Franse Revolutie behoorlijk wat invloed hadden op het bestuur van de stad. Dat kon bijvoorbeeld via gilden of schutterijen, maar ook door zelf aan het bestuur van de stad deel te nemen. En ook moest de koning, hertog, graaf of welke andere adellijke heer van de stad er altijd rekening mee houden dat de burgerij in opstand kon komen.

In zijn boek geeft Prak een overzicht van de manier waarom burgers invloed uitoefenden op het bestuur van hun stad in Europa, maar ook in Amerika, het Midden-Oosten en Azië. Hij verontschuldigt zich daarbij voor het feit dat hij niet alle literatuur heeft kunnen lezen omdat hij onder meer het Turks en het Chinees niet machtig is.

Maar er is tegenwoordig veel literatuur over de geschiedenis van alle delen van de wereld beschikbaar in het Engels. Dat is een van de positieve kanten van de internationalisering van het vak geschiedenis. Prak is niet bang om daar gebruik van te maken en blijft zo niet hangen in detailstudies.

Hoeveel invloed burgers hadden op het stadsbestuur varieerde uiteraard naar tijd en plaats: we hebben het over drie continenten en tien eeuwen. Nooit waren het democratieën zoals de onze. Maar toch betekenden de Franse Revolutie en de opkomst van de centraal bestuurde natiestaat in de negentiende eeuw een achteruitgang van het aantal mensen dat invloed kon uitoefenen op het bestuur. Pas in de twintigste eeuw kwam de ommekeer met de invoering van het algemeen stemrecht.

In zijn conclusie beveelt Prak een herwaardering aan van het stadsburgerschap. Dat betekent het overhevelen van bevoegdheden van nationale naar plaatselijke overheden om een nieuw evenwicht te vinden. ‘Een “gestapelde” of “gelaagde” vorm van burgerschap (lokaal - nationaal - EU) zou de mogelijkheid bieden om de betrokkenheid die de kracht van het plaatselijk burgerschap uitmaken, te verbinden aan de gelijkheid en vrijheid waar nationaal burgerschap zijn voornaamste kracht aan ontleent’, zo schrijft hij.

Maarten Prak, Stadsburgers. Stedelijk burgerschap voor de Franse Revolutie Amsterdam: Prometheus 2019, 346 p. € 29,99 Isbn 978 90 446 4141 7.

Waarom Libris.nl
Boekbestellingen vanaf € 15,- GRATIS thuisbezorgd.
Kies uit meer dan een miljoen artikelen, waaronder ruim 25.000 Nederlandse ebooks.
Thuis bestellen en bezorgen of afhalen en betalen in de boekhandel.
Ruim 85.000 boeken op werkdagen voor 21.00 besteld, de volgende dag bezorgd
Volg uw bestelling via Track & Trace van PostNL
Ruim 180 aangesloten Libris- en Blz.-boekhandels.
pro-mbookslibr2 : libris