Augustus 2017

Ik weet niet beter of juffrouw Smit zit links tegenover mijn vader aan het grote bureau, achter het grote meubel achterin de winkel – dat we het orgel noemden - aan het raam, uitkijkend op een binnenplaatsje en op het pand aan de Rosmolensteeg. Ik vermoed dat ze als meisje van 15 bij vaders voorganger Hagenbeek in dienst is getreden en als vrouw van 65 bij vader met pensioen is gegaan.
Ze bleef ongetrouwd en heeft altijd het ouderlijk huis aan de Warnsveldseweg bewoond, nummer 126, samen met een eveneens ongetrouwd gebleven broer en zus. Broer werkte als vertegenwoordiger, zus op kantoor bij Reesink.
Korfbalspelen bij ZKC vormde het hoogtepunt uit haar jeugd.
Toen vader een liefde opvatte voor mijn moeder, vroeg ze een loonsverhoging, althans, volgens moeder.
Ze was goed in het maken van sinterklaassurprises, op pakjesavond stond immer een doos voor de deur met zorgvuldig gekozen geschenken en goede gedichten.
Tot het eind van haar leven liep ze de winkel binnen, om ‘even de lucht op te snuiven,’ zoals ze dat zei. Dat was te begrijpen, haar hele werkzame leven had zich hier afgespeeld. Het was een genoegen haar bij te praten want weinig belangstelling was zo oprecht als die van haar. Ze was de bescheidenheid zelve.

Tijdens de verbouwing in het voorjaar van 1979 overhandigde ze me twee velletjes A4 met een nogal cryptisch verslag over het antiquariaat, dat vroeger in het pand aan de Rosmolensteeg was gevestigd en thans de kinderboeken huisvest. Het feit dat het binnenplaatsje werd overdekt en de tussenmuren werden gesloopt, kortom, dat het decor waartegen ze een halve eeuw had aangekeken verdween, moet haar verdriet hebben gedaan en tot het schrijven van deze herinnering hebben aangezet. Ik heb haar verslag nooit anders gelezen dan als een in memoriam voor een geheugenplaats.
Na haar dood belde een familielid van haar. Juffrouw Smit had boeken voor mij opzij gelegd, mooie uitgaven o.a. De monumenten van geschiedenis en kunst van het kwartier Zutfen. Op het schutblad in vaders handschrift en door hem gesigneerd
        1 september 1925 – 1 september 1965
In het slot van haar verslag over het antiquariaat had ze geschreven: 'De laatste vijf jaar kan ik niet meer beoordelen, maar de rest zal wel bekend zijn.' Aangezien dat in 1979 was, moet ze vijf jaar eerder met pensioen zijn gegaan, en met het oog op de datering in Het kwartier van Zutfen duidt dat op een dienstverband van een halve eeuw. Ik kan me niet voorstellen dat iemand de boekwinkel langer heeft gediend.
Het enige andere boek met opdracht dat ze voor mij had achtergelaten was de Verzamelde Gedichten van J.C. Bloem, in een gebonden editie van A.A.M. Stols uit 1947. Ze heeft me verteld van Bloems bezoeken aan de winkel en van zijn scheiding van Clara Eggink, waarna hij in pension Derkshof aan de Rijksstraatweg in Warnsveld een kamer nam en zij hem vaak vanuit haar huis over de Warnsveldse weg heeft zien lopen. Tijdens de bevrijding van Zutphen woonde hij weer even samen met Clara en zoon Wim op de Deventerweg.

De opdracht in de Verzamelde Gedichten luidde:

Voor Riek Smit, ter herinnering aan 15 Augustus ’46 – 1 Juli 1947
        Lex Castermans

 

 

 

Ad Ten Bosch

Foto © J.W. Kaldenbach

Juffrouw Smit (rechts)

Mei 2017

Bij mijn start als boekverkoper bezat Zutphen per hoofd van de bevolking ongeveer de meeste boekwinkels van Nederland. Naast onze zaak was daar Boekhandel Van den Brink – nog steeds op dezelfde plek in de Beukerstraat. Boekhandel Kobus op de Burgemeester Dijckmeesterweg. Kantoorboekhandel Nijhof in de Beukerstraat - op de driesprong met de Sprongstraat. De Zutphense Boekhandel in het Jugendstilpand op het hoekje Beukerstraat en Lombardsteeg. Kantoorboekhandel Van Dongeren op het Rijkenhage. Kantoorboekhandel Drieënhuizen op de markt. En Boekhandel De IJssel in de Korte Hofstraat. Al deze boekwinkels leverden schoolboeken en waren in mijn vaders tijd zo verstandig zich te verenigen in een coöperatie toen scholen via een boekenfonds hun leerlingen van boeken gingen voorzien. Behalve Boekhandel De IJssel, deze vestigde zich pas in Zutphen lang nadat de coöperatie was opgericht. Dat gold eveneens voor de religieuze boekwinkel, de antroposofische boekwinkel, de kinderboekwinkel en de algemene boekwinkel Houtvast en Nuis, en later nog boekwinkel De Leur & Van Pel. Op het hoogtepunt van het boekhandelsbestand in Zutphen waren ook nog drie antiquariaten in de stad actief.
Voorheen zorgde elke leerling zelf voor zijn boeken. Het Stedelijk Lyceum organiseerde een dag waarop leerlingen hun schoolboeken van de hand konden doen, en wie daar zijn lijst niet bij elkaar scharrelde, diende de rest bij de boekhandel te bestellen. Als kind herinner ik me de grote hoeveelheid pakketten schoolboeken, ingepakt en van een naam voorzien, die aan het eind van de zomervakantie in het gangetje naast de winkel op hun toekomstige gebruiker lagen te wachten. Als die te lang wegbleef, werden wij kinderen - twee zussen, broer en ik - er ter bezorging op uitgestuurd. Sowieso dienden we op vrije middagen of na schooltijd te informeren ‘of er nog pakjes waren’.
Er zit weinig marge op studieboeken, en als de boekwinkels tegen elkaar werden uitgespeeld, bleef daar niets van over. Uiteindelijk zou de coöperatie het afleggen tegen de landelijk opererende schoolboekenorganisaties, maar in mijn tijd was dat nog niet zo ver en functioneerde die naar behoren en behaalden we er met z’n allen een bescheiden winst. In een grote ruimte achter Boekhandel Van den Brink –  inmiddels ook bij hun winkel gevoegd – kwamen we ’s zomers bijeen om de boeken te bestellen, en na binnenkomst te controleren en klaar te maken voor bezorging; een bijzondere samenwerking. Door de week waren we elkaars concurrenten maar in de coöperatie overheerste onder de heren Nunninkhoven, Nijhof, Nieuwenhuis, Dieseraad, Bunders – opvolger van de heer Kobus –, mevrouw Nieuwenhuis en mijzelf een oprecht gevoel van collegialiteit.

Maart 2017

Na de verbouwing zou ik zowel met de aannemer als de architect contact houden. Egbert Hoogenberk was naast zijn professie als architect een geoefend cellist, en spoedig smeedden we plannen 'iets' op Voorstonden te gaan doen. Egbert kon voor muziek zorgen, en ik voor dichters. Ik vroeg Hans ten Berge, en op zijn advies Rutger Kopland. Dit alles moest plaatshebben in de grote zaal, met publiek op klapstoeltjes. We zochten en kregen publiciteit en verkochten alle kaartjes. Het had iets excentrieks daar op die oude buitenplaats, een soort Parijse salon van twee eeuwen terug. In die tijd was er niet zoals nu een hausse aan festivals, nu zou een bijeenkomst als deze een paar regels in de krant opleveren in plaats van een halve pagina toen, zowel in het Zutphens Dagblad als in De Gelderlander.

Het fraaie huis, de winterse staat van het omringende park, alles op die twintigste januari 1980 droeg bij aan die sfeer uit een voorbije tijd. De aanwezigheid van Ten Berge had iets tegenstrijdigs. Hij is niet bepaald het toonbeeld van de traditionele, klassieke dichter zoals Ida Gerhardt - Ida was aanwezig, samen met Marie van der Zeyde - meer een die voor nieuwe invloeden openstaat, en steeds naar andere vormen en wegen zoekt. Geen Vijftiger, wel een exponent van die beweging, een pleitbezorger voor experimentele poëzie, en in die zin meer een dichter die ingaat tegen de geest van de negentiende eeuw die op Voorstonden heerste. Hij is de oprichter van het tijdschrift Raster waarin hij veel belangrijke buitenlandse dichters in Nederland heeft geïntroduceerd, o.a. Breyten Breytenbach. Naast poëzie en vertalingen publiceerde hij romans en essays en zijn werk zou later bekroond worden met vrijwel alle oeuvreprijzen, tot aan de P.C. Hooftprijs van 2006 aan toe. Zijn poëzie sneed die middag als een poolwind door de oude kamers.
Toen ik goed en wel de winkel had overgenomen was ik met zijn werk in aanraking gekomen. De Bezige Bij bracht de roman De beren van Churchill onder de aandacht. Churchill? Vanwege die beren dacht ik meteen aan de stad in Manitoba waar ik vier jaar eerder in de buurt nog op vrachtwagens reed. De onrust vanuit die periode zat nog in mijn lijf.
'De schrijver komt in Zutphen wonen,' deelde de vertegenwoordiger mee. Ik kon niet wachten. Een zekere teleurstelling toen bleek dat hij vele locaties in dat boek niet had bezocht. Het hoge noorden was hem bekend, maar vele buurtschappen waren voor Ten Berge slechts namen uit een atlas. Uiteindelijk deed dat er niet toe, we kwamen de eerste jaren bij elkaar over de vloer, ontmoetingen waaraan pas een eind kwam toen de wederzijdse vrouwen uit onze levens verdwenen. Een beeld zal nog wel een tijdje herinneren aan deze episode, zowaar in brons vervat, al heeft de Griekse literatuur ons geleerd dat poëzie duurzamer is. De beeldhouwster Maïté Duval behoorde met haar echtgenoot, de schilder Thierry Rijkhart de Voogd, tot onze kennissenkring. Haar eerste expositie had plaats in onze boekwinkel en die middag op Voorstonden werden haar beelden getoond. Maïté vroeg op een dag zowel aan Hans’ vrouw Else als aan mijn vriendin te poseren. Van Else inspireerde haar het lijf, van mijn vriendin het hoofd en dit resulteerde in een liggend naakt, Else genaamd, dat te zien is in het oude Bornhof. Ooit stonden Hans en ik voor dat beeld en konden niet anders dan met een glimlach vaststellen dat deze creatie bekend voorkwam, vertrouwd zelfs, maar niet een vrouw was die we ooit hadden gezien.

November 2016

De rivier

Op een herfstachtige dag aan het begin van de middag liep een oudere Indischman haast ongemerkt de winkel binnen. Zijn lichaamstaal gaf aan dat hij met rust gelaten wilde worden en ik liet het dan ook bij een eenvoudige begroeting, in de trant van ‘Goedemiddag,’ of zoiets, meer niet. Hij bleef lang snuffelen in de kast Stad & Streek, doorzocht toen de kast Aardrijkskunde en eindigde bij de landkaarten. Kennelijk kon hij niet vinden wat hij zocht, knikte naar me en verliet de winkel.
Een uurtje later keerde hij terug en wachtte tot ik een klant had geholpen. Hij sprak met een zwaar Indisch accent, vroeg iets wat ik nauwelijks kon verstaan. Er ging iets tegenstrijdigs van de man uit, met zijn moeizame wijze van praten eiste hij de volle aandacht terwijl zijn hele houding bescheidenheid uitstraalde, als wilde hij er liever niet zijn, of zich excuseren voor de ruimte die hij innam, hetgeen niks voorstelde want hij was klein en broodmager. Ik ging dichter bij hem staan. Hij was veel ouder dan ik aanvankelijk had gedacht en er hing een sterke geur van tabak om hem heen.
Hij zocht een landkaart met daarop de Drentsche Aa. Ik kon hem niet meteen antwoord geven, ik wist eigenlijk niet precies waar die rivier liep. De man kwam sympathiek op mij over en ik besloot meer dan normaal mijn best voor hem te doen; als eerste sloeg ik er de Bosatlas op na. Toen ik even later met mijn vingers tussen de stafkaarten liep, merkte hij op dat hij ook wel een boek over die rivier wilde hebben. Dat zou hij graag mee terugnemen naar Indonesië. Hij was voor het eerst in Nederland, op bezoek bij zijn tweelingzus die met een Nederlander was getrouwd en hier al een halve eeuw woonde. Samen zouden ze naar de rivier gaan.
Ik moest de man teleurstellen. Ik kon hem niet helpen, maar ik was ervan overtuigd dat hij in de buurt van de rivier wel zou slagen. Hij had me echter zo nieuwsgierig naar de reden voor dit bezoek gemaakt dat ik hem vroeg wat hem zo in de rivier aantrok?
Zijn ogen boorden zich in die van mij. Na enige tijd meende ik een begin van een glimlach om zijn mondhoeken te zien. Alvorens te spreken haalde hij diep adem. Op een lagere school in Batavia was hij vijfenzestig jaar geleden genadeloos met een rottinkje op zijn vingers geslagen, omdat hij op een kaart van Nederland de Drentsche Aa niet had kunnen aanwijzen. Nu hij dan toch in Nederland was...

September 2016

Mijn vader overleed op 5 oktober 1977, aan de gevolgen van reuma. Zijn handen en vingers waren vergroeid en hij kon zich nauwelijks nog bewegen. Op het laatst gaf ik hem een arm en tilde hem als het ware iets van de grond. De verlichting aan zijn beengewrichten betaalde hij met verhevigde pijn aan zijn schouders.

In die periode onderhandelde hij over de verkoop van de zaak. Na zijn plotselinge dood tapte de aspirant-koper uit een ander vaatje en stelde wat was afgesproken ter discussie. De familie had een acuut probleem en daar hoopte hij zijn voordeel mee te doen. Je hebt van die mensen.

Na een lang verblijf in N-Amerika was ik hier in een baantje niet op mijn gemak. Zonder ervaring en zonder de juiste papieren besloot ik de boekhandel over te nemen, waarmee tevens een eind kwam aan deze lelijke onderhandeling. De boekwinkel was vader altijd dierbaar geweest, en ik heb hem nooit anders gekend dan als een eerzaam man; karakterloosheid zou deze geheugenplaats niet bezoedelen.

27 november 1977 volgde ik hem als boekverkoper te Zutphen op. Een mooi bestaan, al had ik geen idee, ik was typograaf van beroep.

Door zijn ziekte was de zaak achterop geraakt, aanbiedingen waren overgeslagen, de voorraad was verouderd. Ik herinner me – het was in de sinterklaasperiode – de grote vraag naar Kruistocht in spijkerbroek. Het duurde even eer ik wist waar je die kon bestellen en de moed had er een stapel van te nemen.

Moeder hielp in het begin met de winkel, met haar ging ik voor het eerst naar de boekenbeurs, zij stelde me aan de uitgeversvertegenwoordigers voor en maande me er tot voorzichtigheid. Ik hoorde er voor het eerst: ‘Dat zou je vader nooit gedaan hebben.’

Elke dag verkeerde ik in de omgeving van wie ik zo miste. Dagelijks kwam ik hem tegen, overal zijn handschrift, in kladjes, aantekeningen, rekeningen - ik zette het kasboek voort waar hij was gebleven. Ook doemde hij doorlopend op in gesprekken met klanten die uitgebreid bij hem wilden stilstaan. De zaak mocht in verval zijn, hij kon tegen een stootje, vader had over de jaren voor een goede reputatie gezorgd en die goodwill kreeg ik soms zo in de schoot geworpen.

Tijdens dit begin wilde een klant een stapel boeken apart ingepakt hebben, kunstboeken van een Amerikaanse uitgever - ik zie die nog voor me, witte gebonden delen. Boeken werden nog niet met stickers of computerkaarten geleverd maar met potlood geprijsd.

De getallen wekten een gevoel van gemis in me op en ik klampte me vast aan het krachtige handschrift. Was dat wat uiteindelijk van hem zou beklijven? Ik zakte weg in een herinnering, zag de hand die deze getallen had geschreven, de goedverzorgde nagels, hoorde het tikken ervan op de ivoren pianotoetsen. Het duurde dan ook alvorens de vraag tot me doordrong:

            “Het zijn cadeautjes. Wilt u de prijsjes eruit gummen?”

Mei 2016

Klandizie

Tijdens de lagereschoolperiode verlieten mijn zussen, mijn broer en ik in alle windrichtingen het huis aan de Boompjeswal.
Mijn oudste zus moest het verst weg. Ze stak de straat over en liep via het park, de Polsbroek, het houten bruggetje over de Berkel en het oude Graaf Ottobad naar de Prins Bernhardschool. Hoofd van die school was meneer van Arragon, een bekend en geliefd man in Zutphen – hij speelde in de jaren vijftig en zestig dan ook voor Sinterklaas.
Mijn oudere broer sloeg linksaf, stak de Laarstraat over en het David Evekinkplein naar de David Evekinkschool. Hoofd was meneer Woudstra, een volbloed Fries - een die de legendarische Elfstedentocht van 1963 had uitgereden. Op de plaats van de school is nu een parkeerterrein.
Ikzelf - en een jaar later mijn jongere zus – sloegen rechtsaf en liepen via de Martinetsingel en de Tadamasingel naar de Tadamaschool. Hoofd was meneer Van Zuiden. Die rookte Dr.Dushkind onder het lesgeven, sigaretten uit een ovalen blikje. Het schoolgebouw is nu een appartementencomplex.
Waarom zaten we niet allemaal op dezelfde school? Vader hoopte met het verspreiden van zijn kinderen over de diverse scholen bestellingen van die scholen binnen te halen, want Boek- en kantoorboekhandel A.E.C. van Someren leverde alles wat de lagere school nodig had. Op een mysterieuze wijze heb ik uit die tijd een fascinatie voor een fles galnoteninkt van de firma Talens overgehouden. En tijdens een verbouwing, jaren later, trof ik in een gangkast nog een hoeveelheid van mijn favoriete schoolschriften aan, en kroontjespennen van de firma Soennecken, waar ik Gerard Reve een plezier mee deed – en mezelf, vanwege het contact dat eruit voortkwam. Ondanks hun gevoel voor klandizie maakten mijn ouders voor mijn zusje een uitzondering. Zij was zichtbaar door polio getroffen en ze wilden haar niet alleen naar school laten gaan.
Hoe lastig opvattingen over klandizie voor de kleine middenstander soms uitpakken, ervoeren mijn ouders toen ik al op de hbs zat. Vader kwam op een middag onthutst aan tafel, hij had zojuist een leraar van dat lyceum op het stelen van een boek betrapt. Nadat hij de man erop had aangesproken, haalde die nog meer boeken uit zijn tas. Hij was al jaren klant en bekende al jaren boeken te hebben gestolen. Vader wist niet goed wat hij ermee aan moest. Als hij de man aangaf, zou hij de school misschien als klant verliezen. Besloten werd dat de leraar een lijst zou maken van de gestolen boeken om dan met vader tot een vergelijk te komen. Daarmee was de kous af.
'En denk erom,' zei vader, 'je zegt er niets over op school, je spreekt er met niemand over, geen woord, niemand hoeft daar iets van te weten.'
Nadien, wanneer ik deze leraar bij het wisselen van de les in de deuropening van zijn klaslokaal zag staan, vroeg ik me af waarom die man zo bijzonder was dat ik er met niemand over mocht spreken dat hij jarenlang uit onze winkel had gestolen.

Maart 2016

Toen ik elf was, verhuisde ons gezin van de Boompjeswal naar de Turfstraat, naar het huis boven de winkel. We verwisselden een woonhuis aan een park voor een bovenwoning in het rondje – kamer en suite met balkon. In het begin vond ik het daar vreselijk, ik voelde me er gevangengezet, ernstig in mijn bewegingsvrijheid beknot en verlangde naar die wereld met tuinen achter huizen en een park voor de deur, met de onvolprezen moddergracht als scheiding tussen het centrum en de Polsbroek, en naar het plein van de kleuterschool waar ik eindeloos voetbalde met jongens uit de Groenesteeg, de Halvemaansteeg en de Lievenheersteeg. Opgeborgen in het centrum met louter winkels om me heen was van buitenspelen ineens geen sprake meer.

Ooit heb ik me door een psycholoog laten vertellen dat wonen boven de winkel, waar het geld voor het gezin wordt verdiend, alles behalve bevorderlijk is voor de rust en harmonie van dat gezin. Hoe dit ook zij, wij in de kamers waren ons er permanent van bewust dat onder onze voeten het belang van het gezin werd gediend en wanneer wij – mijn zussen, broer en ik – daar wel eens geen rekening mee hielden, dan stoof vader of moeder naar boven om ons daar hartgrondig op te wijzen: 'Niet stampen op de vloer, geen ruziemaken, niet schreeuwen. We kunnen jullie beneden in de winkel horen. Wat moeten de klanten er wel niet van denken?'

Andersom pikten wij boven in de kamers ook de geluiden uit de winkel op. We schrokken bijvoorbeeld van een fiets die ruw tegen de etalageruit werd gestald, en we lachten om een vette bons op diezelfde etalageruit. Dan was namelijk iemand, meestal ’s avonds laat in een doodstille Turfstraat, als het licht in de etalage nog brandde, met zijn hoofd tegen het glas gestoten om een uitgestald boek beter te bekijken. En dan waren er de geluiden van de winkeldeur, de hoge toon als die uit het slot werd getrokken en de klap waarmee die in het slot viel. Tot op deze dag niet veranderd, want deur, slot en sponning zijn sinds de verbouwing van 1948 onveranderd gebleven. Soms waait dat geluid me van ver in de Turfstraat tegemoet en dan roept het een herinnering aan mijn vader op. Na het middageten deed hij soms een dutje. Als de deur beneden een paar keer open en dicht ging, schoot hij uit zijn stoel en zei:

“De deur blijft maar gaan, ik moet naar beneden.”

“Maar vader, de mensen komen niet alleen binnen, ze gaan er ook weer uit.”

Van dat inzicht wilde hij niets weten.

Pas later ervoer ik ook het voordeel van wonen boven een boekwinkel. In een tijd zonder internet, iets wat mijn kinderen zich bijvoorbeeld nauwelijks meer kunnen voorstellen, was je voor informatie aangewezen op boeken en tijdschriften en die haalde je uit de Openbare Bibliotheek of uit de bibliotheek van school. Wij daarentegen, kinderen van een boekverkoper, wij konden ’s avonds naar beneden gaan, het licht in de winkel aan doen en daar net zolang in rond dolen en in boeken snuffelen als we wilden, om die vervolgens ook mee naar boven te nemen en te lezen, mits we die niet beduimelden, want de boeken moesten natuurlijk na lezing gewoon worden verkocht.

December 2015

In de Sinterklaasperiode behaalt een boekverkoper de hoogste omzet. Die periode ligt tussen half november en het weekend na 5 december. Dit gold al voor de tijd van mijn vader, zoals later ook voor mij, en nog later voor de uitgeverij die ik in Amsterdam dreef. En in 2015 zal dit niet anders zijn.

De Sinterklaasperiode in Zutphen begon vroeger met de start van de winkeliersactie. Voor elke bestede gulden ontving de koper een likbon. Daarop verscheen meestal een 0, maar als je geluk had de Drogenapstoren, Walburgstoren of Berkelruïne; afbeeldingen die stonden voor een bedrag dat je bij de deelnemers kon besteden. Op die actie werd gewacht, net als op de Boekenweek, de enige week in Nederland die tien dagen duurt. De dagen ervoor is er beduidend minder omzet.

De laatste dagen voor 5 december was er koopavond. Dat vonden wij thuis, ik woonde met mijn ouders, twee zussen en een broer boven de winkel, een spannende tijd. Tot diep in de avond was er reuring onder onze voeten. Alles stond in het teken van de winkel, die twaalf uur achtereen open was. Dan kookte moeder iets makkelijks, aten we samen met het winkelpersoneel, zij het in etappes, hielpen mijn zussen mee in de winkel. En de dag eindigde steevast met het uitrollen van de ouderwetse papieren kassastrook waarop de aankoopbedragen waren geschreven. Alvorens die strook werd opgeteld liet vader zien hoe druk het was geweest. Hij hield het eind van de strook vast en een van ons liep met het opgerolde deel achteruit. ‘Gisteren bereikten we de voorkamer. Benieuwd hoe ver we nu komen.’

Onlangs zat ik aan tafel naast Jan Cremer. Mijn eerste herinnering aan hem voert terug naar zo’n Sinterklaasperiode - dat moet 1964 zijn geweest. Ik Jan Cremer was net verschenen. Een schandelijk boek waarover vragen in de Kamer werden gesteld. En de Nederlandse Boekverkopersbond achtte zich geroepen het boek te boycotten, waardoor het niet via de vertrouwde kanalen werd verspreid en moeilijk verkrijgbaar was. Een betere aanbeveling voor een boek is niet denkbaar.

Die drukke week voor Sinterklaas was ik ’s avonds veel in de winkel en hoorde constant vragen naar dat ‘vieze’ of ‘vreselijke’ of ‘slechte’ boek. Dan liep vader naar het gangetje naast de winkel en haalde iets tevoorschijn wat al keurig in Sinterklaaspapier was verpakt; niemand mocht zien dat iets over de toonbank ging wat geacht werd niet te worden verkocht.

De beste vriend van mijn vader - Bob Schillemans, mede-eigenaar van Uitgeverij Thieme in Zutphen - had voor mijn vader het boek in groten getale bij de Bezige Bij afgehaald.

Oktober 2015

Vorig jaar vierde Van Someren & Ten Bosch zijn 170-jarige bestaan in de Buitensociëteit. De toenmalige eigenaar Jaap Deen maakte daarbij bekend dat de winkel zou worden voortgezet door Ine Soepnel, na al die jaren de eerste vrouwelijke eigenaar.

Wie waren al die boekverkopende lieden in de Turfstraat? Aan de hand van deze figuren zou je de geschiedenis van de winkel kunnen beschrijven. Acht hoofdstukken zou dat opleveren:

 1844    A.E.C. van Someren

1890    H.J. Greup

1901    A. Hagenbeek

1940    J.M. Kobus

1946    H.W. ten Bosch

1977    A.P. ten Bosch

1996    J. Deen

2015    I. Soepnel

 

1844 wist ik. De jaartallen 1890 en 1901 staan in de transportakten van het pand in de Turfstraat die zich in het Stadsarchief bevinden. 1940 is een gok. Ik weet niet wanneer Hagenbeek is overleden en Kobus de boekhandel overnam. Dat moet worden uitgezocht. Kobus en zijn vrouw dreven ook een boekhandel aan de Burgemeester Dijckmeesterweg. Na de oorlog vroeg Kobus mijn vader Van Someren te leiden, en een jaar later om die over te nemen. De reden was, herinner ik me van mijn vader, dat de belasting over de oorlogsjaren moest worden betaald.

Ikzelf heb rond 1980 de naam van de boekhandel veranderd van Boek- en kantoorboekhandel A.E.C. van Someren in: Van Someren & Ten Bosch, boekverkopers.

Mijn vader was lang ziek geweest en na zijn dood was de winkel in verval. Het MKB had geadviseerd te stoppen, ze zagen geen mogelijkheden voor een kwaliteitsboekhandel in Zutphen. Geen bank wilde vervolgens financieren. Ik besloot drastisch te stoppen met alles wat niet met boeken te maken had en me te richten op literatuur, kinderboeken, stad en streek en natuur. Kunst, geschiedenis en menskunde had ook onze aandacht maar de ruimte was beperkt. Om deze verandering in voorraadpolitiek te symboliseren veranderden we de naam en verbouwden we de zaak, en nogal ingrijpend.

Waarom Libris
Boekbestellingen vanaf € 15,- GRATIS thuisbezorgd.
Kies uit meer dan een miljoen artikelen, waaronder ruim 25.000 Nederlandse ebooks.
Thuis bestellen en bezorgen of afhalen en betalen in de boekhandel.
Ruim 85.000 boeken op werkdagen voor 23.00 besteld, de volgende dag bezorgd
Volg uw bestelling via Track & Trace van PostNL
Bijna 100 aangesloten kwaliteitsboekhandels.
pro-mbookslibr3 : libris