Augustus 2017: een vooruitblik

Wat staat ons komend seizoen te wachten? Elke zomer is dat weer een spannende vraag als de uitgeversbrochures binnenstromen. Ine spitte ze allemaal door en maakte een selectie voor u. Het belooft een mooi najaar te worden, met de biografie van Jan Wolkers, een nieuwe roman van Tim Parks en een middeleeuwse riddergeschiedenis van Frits van Oostrom.

 

 

 Ine Voor Winkel Ws

Foto © Medea Huisman

Nederlandse fictie

Vrolijk word ik nu al van De zwembadpas van Theo Thijssen, met het beste werk van de beroemdste schoolmeester van Nederland, weer zo’n prachtige dundruk-uitgave van Van Oorschot. In de brochure van deze uitgever staat ook de veelbelovende nieuwe roman van Otto de Kat (hij heeft een pied-à-terre in het Zutphense buitengebied): Freetown, over een voorbije liefdesrelatie. De jonge Buddingh’-prijswinnaar Marieke Rijneveld komt met een nieuwsgierig makend prozadebuut: De avond is ongemak, over de ontsporing van een gereformeerd boerengezin. Rijneveld groeide zelf op in zo’n gezin, schrijft haar uitgever Atlas Contact.
Interessant lijken ook Hoe alles moest beginnen, de nieuwe roman van Thomas Verbogt over het verbond tussen twee kinderen, en Kolja van Arthur Japin, over een doofstomme jongen en de Tsjaikovski’s.
En natuurlijk verschijnen er de nodige bestsellers in spe: Tommy Wieringa: De heilige Rita, Griet Op de Beeck: Het beste wat we hebben, Franca Treur: Hoor nu mijn stem, Kader Abdolah: Achter het gordijn, Jan Siebelink: De buurjongen.

 

 

 

Vertaalde fictie

Hoewel ik zijn voorlaatste roman Thomas en Mary geen succes vond, kijk ik nog het meest uit naar het nieuwe, in de Engelstalige pers bejubelde boek van Tim Parks: In extremis, over een man in crisis. Zijn Buiten bereik (ook al over een man in crisis; schrijft hij wel eens over iets anders?) vond ik meesterlijk. Ook op Jeffrey Eugenides’ nieuwste bundel Uit de eerste hand, met fijnzinnige psychologische verhalen, verheug ik me (voor wie zijn roman Huwelijk nog niet heeft gelezen: op de ramsjafdeling ligt nog het laatste stapeltje voor slechts € 7,50).
Onder het motto ‘Russen doorstaan de winter als geen ander’, verschijnt bij Van Oorschot een heerlijke bundel Onder de paardendeken, Russische winterverhalen. Nog meer verhalen: Marja Pruis selecteerde, samen met haar dochter, de mooiste van de superieure Alice Munro: Familiestukken. Voor de liefhebbers van Jane Gardam (Een onberispelijke man heb ik met veel genoegen gelezen): deel 2 en 3 van de Old Filth-trilogie komen eraan, evenals Aftellen, het tweede deel over de Cazalets van Elizabeth Jane Howard.
Ik lees hem zelf maar af en toe, maar ik weet dat hij door velen geadoreerd wordt: Murakami. In december en januari verschijnt met groot spektakel zijn nieuwe roman in twee delen: De moord op de commendatore.
Ook niet onbelangrijk: de nieuwe roman van Orhan Pamuk, De roodharige vrouw, en Voor uw liefde van de tachtigjarige Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa.

 

 

 


  

Biografieën

Er staan verscheidene interessante biografieën op stapel, waarvan de meest in het oog springende die van Jan Wolkers is: Het litteken van de dood, geschreven door Onno Blom. Voor de liefhebbers verschijnt bovendien een eenmalige, genummerde, luxe editie in cassette, met een beeldboek over leven en werk van Jan Wolkers en een facsimiledruk van een zelfportret uit 1945 (prijs: € 130).

Verder komen er biografieën van Jacob van Lennep door Marita Mathijsen, van Albert Verwey door Madelon de Keizer, van Frans Pointl door David de Poel, van Leonardo da Vinci door Walter Isaacson, van Christiaan Snouck Hurgronje door Philip Dröge, van Hanns Albin Rauter door Theo Gerritse en van Henk Vonhoff door Diederick Slijkerman.

 

 

  

Poëzie

Podium bundelt de 25 gedichten van Antjie Krog die iedereen gelezen moet hebben: Waar ik jou word. Kira Wuck (van het verfrissende Finse meisjes) komt met een tweede bundel: De zee heeft honger. De nog immer populaire Jean Pierre Rawie publiceert zijn nieuwe werk in Handschrift. En er verschijnen nieuwe bundels van Dimitri Verhulst: Stoppen met roken in 87 gedichten, van VSB-poëzieprijswinnaar Nachoem M. Wijnberg: Voor jou, van jou en van Herman de Coninck-prijswinnaar Yannick Dangre: Nacht en navel.

 

 

Literaire non-fictie

Jaren geleden - Midas Dekkers zou in Zutphen optreden - vroeg ik aan diens redacteur waar ik hem een plezier mee zou doen. ‘Een glaasje jenever in de pauze’, was het antwoord. Volledige vergunning heet zijn nieuwste boek, volgens zijn uitgever ‘een vrolijke kroegentocht, voor kasteleins en kroegtijgers’.
Van Gerdien Verschoor, schrijfster en kunsthistorica uit Zutphen, verschijnt een prachtige non-fictie roman over de zwerftocht van twee Rembrandts door Europa. U hoort daar later dit jaar beslist nog meer over.
In september kan ik eindelijk weer verder lezen in Verhaal van een leven van Konstantin Paustovski, want dan verschijnt het tweede deel van deze magistrale autobiografie. Op 28 september organiseren we met vertaler Wim Hartog en Van Oorschot-uitgever Mark Pieters een Paustovski-avond!
Bij Balans verschijnt Ondanks de zwaartekracht, het langverwachte nieuwe boek van Suzanna Jansen, over de jaren twintig, ballet, bouwkunst en het verwezenlijken van dromen.
Marjoleine de Vos, onlangs nog in de Walburgis-kerk, komt met een essaybundel: Doe je best; Lof van het ongrijpbare leven.
Van de onovertroffen Oliver Sacks verschijnen niet eerder gepubliceerde essays in De rivier van het bewustzijn. Sacks werkte hier tot vlak voor zijn dood nog aan.
Tot slot een nog jonge, maar veelbelovende non-fictieschrijver: Tobias Wals. Hij studeerde Russisch en Oost-Europese Studies in Amsterdam en Slavistiek in Leuven. Op weg naar Rusland kwam hij per ongeluk in Kiev terecht. Daar schreef hij zijn debuut: Kiev op de bodem van een glas.

 

 

 

Filosofie / psychologie

Uitgeverij Boom pakt groots uit met een klassieker uit het interbellum: De ondergang van het avondland, van de Duitse cultuurhistoricus Oswald Spengler. Veel van Spenglers voorspellingen blijken honderd jaar later nog schrikwekkend actueel.
Ook Lemniscaat komt met een belangrijke, ‘brandend actuele’ heruitgave: Het Ancien Régime en de Revolutie van Alexis de Tocqueville uit 1856.
Maarten van Buuren maakte een nieuwe vertaling van Spinoza’s Ethica. Bert Keizer schreef voor de filosofische reeks Nieuw Licht een pamflet over de zelfgekozen dood: Voltooid. In diezelfde reeks verschijnt van Bert Wagendorp Vals spel, over sport, macht en geld. Marjan Slob, winnaar van de Socratesbeker, publiceert een kleine filosofie van de ontvankelijkheid: Foute fantasieën. Ignaas Devisch, schrijver van het bekroonde Rusteloosheid, vraagt zich in Het empatisch teveel af of empathie altijd goed is.
En psychologe Suzanne Weusten - ze woont in de buurt van Zutphen - presenteert op 19 oktober bij ons haar nieuwe boek: Wij zijn slim – en andere dwaalwegen van het denken. Ook daar hoort u nog meer over.

 

 

 

Geschiedenis

De belangrijkste geschiedenistitel van dit najaar wordt ongetwijfeld Frits van Oostroms Nobel streven; het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode.
En ein-de-lijk verschijnt dan ook deel 2 van De geschiedenis van de joden van Simon Schama, over de relatief onbekende jaren 1492-1900. Indrukwekkend wordt vast ook het nieuwe boek van Nobelprijswinnaar Svetlana Alexijevitsj: De laatste getuigen, over kinderen in de Tweede Wereldoorlog.
Russell Shorto komt met de geschiedenis van de Amerikaanse vrijheid: Lied der Revolutie. De Duitse historicus Daniel Schönpflug beschrijft het jaar 1918, toen de wereld in puin lag en alles mogelijk leek. Fik Meijer zocht alles uit over de beroemdste weg ter wereld: de Via Appia. En Frits Boterman waagt zich aan een ‘historische evaluatie’ van de regeringsperiode van Angela Merkel in Het land van Merkel.

 

 

Kunst / muziek

Bij de tentoonstelling Nederlanders in Parijs, 1789-1914 in het Van Gogh Museum verschijnt een catalogus onder diezelfde titel met werk van Jongkind, Maris, Van Gogh en Van Dongen. Uitgeverij W Books komt ook met fraaie tentoonstellingscatalogi: over het Amerikaanse realisme, 1945-2015 (met werk van Edward Hopper en Alice Neel), over de leerlingen van Rembrandt: Govert Flinck en Ferdinand Bol, over de magisch realist Pyke Koch en over de Romantiek in het Noorden, van Friedrich tot Turner. In 2018 wordt Rubens herdacht en ter gelegenheid daarvan verschijnt de beknopte biografie Rubens van Nils Büttner, die eerder over Jeroen Bosch schreef.
Na het succes van de luistergids over de Matthäus-Passion komt het koppel Mischa Spel en Floris Don met een gids voor de Johannes-Passion. En Jonathan Keates, biograaf van Händel, publiceert bij Ambo Anthos Messiah, over de geschiedenis van Händels meesterwerk.

 

 

Natuur

De wandelaars kunnen voorlopig weer vooruit: Trouw-columnist Koos Dijksterhuis presenteert Handboek voor natuurwandelingen en John Jansen van Galen komt een paar maanden later met Wandelparadijs Nederland. En in de onvolprezen Vogelreeks van Atlas Contact verschijnt De meerkoet van Remco Daalder.

 

 

Actueel

Historicus Philipp Blom duidt het heden aan de hand van parallellen met andere ‘historische aardverschuivingen’ zoals het einde van het Romeinse Rijk in Wat er op het spel staat. Amos Oz komt met een prikkelend nieuw betoog over het heden en de toekomst van Israël: Beste fanatici. Voor iedereen die in verzet wil komen tegen het huidige politieke klimaat is er Naomi Klein met Nee is niet genoeg. Veel aandacht en een sterrenregen kreeg Adults in the room van Yanis Varoufakis; binnenkort verschijnt de Nederlandse vertaling: Volwassenen onder elkaar.
Van Rebecca Solnit, een van de belangrijkste activistische schrijvers van dit moment (eerder kreeg ze lof voor het intrigerende: Mannen leggen me altijd alles uit) verschijnt in vertaling De moeder aller vragen.

Eerdere tips van Ine

 

 

Mei 2017: Verhaal van een leven van Konstantin Paustovski

Paustovski? Ik geloof dat ik de enige in Zutphen was die (stiekem) dacht: nooit van gehoord. Des te overweldigender was de recente kennismaking met het eerste deel van zijn grote werk: Verhaal van een leven. In de jaren zestig verscheen dat voor het eerst in zes delen in de Privé-domeinreeks, schitterend vertaald door Wim Hartog. En nu ligt er een herziene uitgave van de memoires, in drie delen uitgebracht in Van Oorschots Russische Bibliotheek.

Alles is mooi aan dit monumentale werk: de taal, de beelden, de verhalen. Paustovski verbindt zijn persoonlijke geschiedenis met de grote gebeurtenissen en omwentelingen in Rusland aan het einde van de 19de en in de eerste decennia van de 20ste eeuw: een periode van oorlogen, staatsgrepen en andere beproevingen, meer dan genoeg voor een paar generaties voorouders tegelijk, zegt Paustovski zelf. In de Eerste Wereldoorlog vervulde hij zijn dienstplicht als ziekenbroeder aan het Pruisische front. Hij maakte de terugtocht van het Russische leger door Polen en Wit-Rusland mee en was getuige van de mislukte Februarirevolutie en de Oktoberrevolutie. Toch is Verhaal van een leven meer een biografie van de ziel dan van gebeurtenissen, zoals Charles B. Timmer bij de eerste Nederlandse uitgave al opmerkte. Paustovski schrijft ook over de dochter van de orgeldraaier, de roze oleanders van zijn tante Nadja en een onweersnacht in de bossen van Brjansk. Lees hoe liefdevol hij zijn grootmoeder, bij wie hij een tijdlang in huis woonde, neerzet:

Grootmoeder was heel oud en krom geworden, en was niet meer zo streng als vroeger, maar zij bleef bij haar oude gewoonten. Zij stond voor dag en dauw op en zette dan meteen de ramen wijd open. Vervolgens maakte zij op een spiritusstelletje koffie.
Na het ontbijt ging zij de tuin in, waar ze in een rieten stoel uren zat te lezen in haar lievelingsboeken. (...) Vaak zag ik haar dan, met haar grijze haar, helemaal in het zwart, haar magere armen gesteund op de stoelleuningen boven haar boek weggedommeld zitten.
Vlinders streken neer op haar handen en haar zwartkanten kapje. Overrijpe pruimen vielen met een plof van de bomen in het gras. Een warme wind woei door de tuin en liet de schaduwen van de bladeren over de paadjes dansen.
Hoog in de hemel, boven grootmoeders hoofd, scheen helder de hete Kievse zomerzon, en even kwam de gedachte in mij op dat op een keer grootmoeder voor altijd zo, in de warmte en stilte van deze tuin, zou inslapen.

Het is die warme, oprechte en levenslustige toon die je bladzijde na bladzijde betovert. ‘De mens moet zin en inhoud aan het leven geven en het verrijken’, leerde Paustovski van een oude professor. Voor Paustovski was de zekerste weg om dit te bereiken die van schrijver worden. Wat een geluk dat hij die bestemming koos. Wie in zijn memoires begint zal niets anders meer willen dan al deze weergaloze verhalen lezen en herlezen.

Deel 2 van Verhaal van een leven volgt in augustus en deel 3 in 2018.
Lees ook het verhaal van Bert Wagendorp over Wim Hartog op Vertaalverhaal.nl

 

 

 

 

 Paustovski

Maart 2017: Draad van Julia Blackburn

Het is het levensverhaal van een eenvoudige visser uit Norfolk ‒ hij leefde van 1881 tot 1943 ‒ die op zijn 36ste ernstig ziek werd en toen schilderijen en borduurwerken van de zee ging maken. Rijk of beroemd is John Craske nooit geworden. Blackburn probeert zijn leven te reconstrueren en komt onderweg talloze andere interessante dingen en mensen tegen, die soms maar zijdelings met de bordurende visser te maken hebben. Een kleine alk op het strand, een man die met zijn parkiet onder de douche gaat, een dominee die roodborstjes door zijn huiskamer laat vliegen. Ook de plotselinge dood van Julia Blackburns eigen man is een aangrijpend onderdeel van het verhaal. Een boek met zo veel zijpaden kan natuurlijk gierend uit de hand lopen. Maar Blackburn is een formidabel schrijfster (dat wist ik al van haar autobiografie Wij drieën); zij weet van al die losse draden een buitengewoon indrukwekkend geheel te borduren. “Het individu is niet meer dan een onbeduidende draad in een onmetelijk en wonderbaarlijk patroon”, zei Albert Einstein en Blackburn zegt het hem na. Lees dit prachtige boek over roem en vergetelheid, leven en dood. Ik denk dat leesclubs er niet over uitgepraat zullen raken.

 

 

 

 

Draad

November 2016: Juliana van Jolande Withuis

Een van de belangrijkste uitgaven van dit najaar is voor mij Juliana. Niet omdat het boek over onze oud-koningin gaat, maar omdat Jolande Withuis het schreef. De Zutphense sociologe is een van mijn favoriete schrijvers. Ze heeft een prachtige, heldere pen en een scherp oog, zowel voor de grote, verbindende lijnen als voor saillante details. Ze is ook een trouwe klant van onze winkel, waar ze als klein meisje al kwam; haar vader was bevriend met Henk ten Bosch, die van 1946 tot 1977 de boekhandel dreef.

Dat Jolande de biografie van Juliana zou gaan schrijven, lag allerminst voor de hand. Wars van zweverigheid en niet bijster geïnteresseerd in het koninklijk huis, zei ze toch ja tegen dit project en dat maakte het boek op voorhand al interessant. Wat voor beeld zou een kritische wetenschapster en feministe, opgegroeid in een communistisch gezin, schetsen van deze spirituele koningin die zo graag ‘gewoon’ wilde zijn?

Het schrijven van een biografie is een lange weg. Jarenlang zag ik elke ochtend, als ik in alle vroegte door de stad liep, ter hoogte van de oude stadsmuur een klein lampje branden en een gebogen gestalte voor het raam: Jolande zat al achter haar bureau en werkte aan haar boek.
Ik leerde haar kennen in 2006, toen ze aan een andere biografie schreef: die van verzetsheld Pim Boellaard, waarvoor ze de Grote Geschiedenis Prijs en de Erik Hazelhoff Biografieprijs kreeg. Het boek over Juliana mocht ik, groot voorrecht, vers uit de computer meelezen. En telkens als ik weer een hoofdstuk uit had, dacht ik: wat kan die Withuis schrijven! Verrukkelijk waren de anekdotes die ze in niet eerder gepubliceerde correspondentie had gevonden of uit de mond van betrokkenen had opgetekend. ‘Neem als het mooi weer is je badpak mee!’ krabbelde Juliana soms op een formele uitnodiging. Je kunt je toch niet voorstellen dat Beatrix zoiets aan haar gasten zou hebben geschreven, maar het neemt je wel voor Juliana in.
Erg knap vond ik de open blik waarmee de biografe naar haar behoorlijk wispelturige onderwerp bleef kijken. Een koningin die liefst twee levenspaden tegelijk wilde bewandelen, is niet altijd even makkelijk te volgen. Maar Jolande was vastbesloten om deze soms onbegrijpelijke vrouw toch te begrijpen en dat leverde een buitengewoon overtuigend portret op. De grote verdienste van deze biografie – en tevens een stevige tik op de vingers van eerdere koninklijke geschiedschrijvers – is wat mij betreft dat ze Juliana van haar spruitjesimago heeft verlost en haar een nieuwe plek in de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog heeft gegeven.

In de loop der jaren ontdekte ik in Jolande niet alleen een groot schrijfster maar ook een lieve en toegewijde vriendin. Toen bij ons voor de zoveelste keer de winkelruiten waren ingegooid, kroop ze met haar gevoelige rug over de vloer van de kinderafdeling om de glasscherven te helpen opruimen. Ze schreef bovendien, zonder dat wij het wisten, een stevige brief aan de burgemeester met het dringende verzoek om de orde in de stad te handhaven. In februari bracht ze ons de eerste bloeiende voorjaarstakken en in de zomer leende ze haar schitterende Sonia Delaunay uit om onze etalage te verfraaien.
Als klant kennen we Jolande vooral vanwege haar verslaving aan spannende boeken. Daar doet ze in het geheel niet schimmig over: ‘Schrijven en lezen gaan niet samen, althans voor mij en Harry Mulisch niet. Wie denkt dat schrijvers altijd wel een deeltje van de Russische bibliotheek hebben open liggen, vergist zich.’ Zodra er een nieuwe Anne Perry of Philip Kerr uit is, rent ze dan ook naar de winkel. Maar het liefst komt ze even langs voor een praatje. En bij het weggaan zegt ze dan altijd met een stralende lach: ‘Ik heb jullie weer schandálig lang van het werk gehouden.

 

 

 

 

 Juliana Withuis

September 2016: Vroeger waren we onsterfelijk van Bert Keizer

Als ik een zin van Bert Keizer lees dan weet ik meteen dat die van hem is. Een goede schrijver herken je aan zijn toon. 'Je kunt als schrijver een onberispelijke stijl hebben en geen toon. (...) De toon is het karakteristieke, het geluid dat je uit duizenden herkent,' zegt Jan Brokken in zijn schrijfhandboek De wil en de weg. Bert Keizers toon is heerlijk nuchter en ik ken geen andere arts die zo geestig en onverbloemd over zijn vak schrijft als hij:

‘Ik werk als verpleeghuisarts, en het mag een godswonder heten (...) dat ik mij nog arts durf te noemen. Ik heb, ik zweer het u, nog nooit een beroerte genezen. Ik heb niet één geval van Parkinson weten te herstellen. (...) Als laatste maar zeker niet minste categorie noem ik de vele dementerenden die mij worden aangeboden, en die ook onder mijn hoede gewoon doorgaan met dementeren. Kortom, als er één arts is die naar preisap zou moeten grijpen, dan is het wel de verpleeghuisarts.’

Zijn levensfilosofie is simpel: tegen de dood is geen kruid gewassen. En hij kan het weten, als verpleeghuisarts heeft hij er wel duizend keer met zijn neus bovenop gestaan. Maar op weg naar dat onverbiddelijke einde is er gelukkig troost – van filosofie, literatuur en geneeskunde, 'stuk voor stuk regionen waar uitzonderlijk goed gedacht, gehuild en gelachen kan worden.' Over Samuel Beckett, een van zijn literaire helden, schrijft hij: 'Ja, hij is van de leven-is-kut-en-dan-ga-je-dood-school, maar (...) ik voel me altijd schoon als ik hem gelezen heb, alsof hij de boel eens even lekker schrobt.'

Dat verkwikte gevoel heb ik ook als ik Bert Keizers vrolijke sombermansverhalen lees. Het meest hou ik van zijn scenes uit het verpleeghuis. Keizer maakt niets mooier dan het is, hij is buitengewoon helder en concreet, maar door de lichte toon en de vaak grappige observaties zijn de verhalen nooit deprimerend. Wel emotioneel. In Tumult bij de uitgang vertelt hij over de levensbeëindiging van een oude man, mede bijgewoond door een jonge arts in opleiding. Keizer heeft de daad zojuist voltrokken:

'Ik liep opgelucht de gang door met mijn jonge collega die, naar ik nu pas merkte, wel heel erg stil was. Ik keek hem even van opzij aan en zag tot mijn schrik dat hij totaal overstuur naast mij voorthobbelend liep te huilen. We zijn gauw naar mijn kamer gegaan, waar je zo'n jongen natuurlijk niet op schoot kunt nemen, maar ik dacht wel: hoe kom ik erop dat euthanasie iets geaccepteerds moet zijn? Het is iets vreselijks.'

Ook zijn nieuwste boek, met de fraaie titel Vroeger waren we onsterfelijk, heeft weer die stem die je uit duizenden herkent. Voor het eerst vertelt hij over zijn jeugd, zijn ouders en zijn opleiding. En hoe hij uiteindelijk koos voor 'het afvoerputje van de maatschappij': het verpleeghuis. Het laatste verhaal gaat over zijn aanstaande pensioen. Een van zijn collega’s vraagt:

'Waarom ben jij eigenlijk zo bang voor pensioen? Wil je niet graag leuke dingen gaan doen? De ongekende schoonheid van je eigen land gaan ontdekken? Zutphen bijvoorbeeld, waar jij niet naartoe te knuppelen bent, weet je wel dat dat een heel mooi stadje is?'

Bert Keizer is natuurlijk van harte welkom hier. Maar laat hem vooral veel achter zijn bureau zitten en nieuwe boeken schrijven. Die mag hij dan in Zutphen presenteren. En als hij is uitgeschreven, laat hem dan alsjeblieft weer verpleeghuisarts worden. Dan weet ik tenminste naar wie ik toe kan als ik oud en hulpeloos ben.

 

 

 

 

Bert Keizer Vroeger

Mei 2016: M. Vasalis en Geert van Oorschot. Briefwisseling 1951-1987

Waarom verschijnen er zo veel boeken? Dat vraag ik me steeds vaker af. Natuurlijk word ik elke dag vrolijk van de dozen met nieuwe boeken. Er is niets leukers dan zo’n doos open te maken en als eerste te mogen zien wat er in zit. Maar het geeft ook frustratie: waar moeten al die nieuwe boeken liggen? En nog lastiger: wat moet er van tafel om plaats te maken? Bijna elke dag schuiven we met armen vol boeken door de winkel. En de volgende dag, als er weer nieuwe dozen binnenkomen, begint het hele circus opnieuw.

Soms leg ik met opzet een stapel oudere boeken neer. De briefwisseling van M. Vasalis en Geert van Oorschot, een van de mooiste boeken die ik ken, heb ik weer uit de kast gehaald toen Arjen Fortuin, de biograaf van Van Oorschot, onze winkel kwam bezoeken. Heerlijk om te lezen hoe de vurige Van Oorschot met zijn auteurs omging en hoe hij zijn uitgeverij runde. Maar de correspondentie is vooral zo prachtig door de blik die zij ons gunt op de karakters van de brievenschrijvers. Van Oorschot was een groot kind : enthousiast, dwingend, emotioneel, impulsief. En Vasalis was als een moeder: wijs, soms scherp, vaak mild en altijd met de juiste toon. Ze wees hem terecht als hij over de schreef ging en troostte hem als hij verdrietig was. Iedereen kreeg ruzie met Van Oorschot, maar zij niet. Twee jaar na de zelfmoord van Van Oorschots zoon Guido schreef ze: 'Wat is er eigenlijk voor verschrikkelijks aan de dood, vroeger of later? Het – imaginaire – programma wordt nooit afgewerkt. Het laatste woord is toevallig het laatste. Niemand is met leven klaar. Heb hem lief met mededogen, begrip, eerbied en laat hem in jezelf te ruste gaan.'
Elke keer als ik Van Oorschots laatste brief aan Vasalis en haar man Jan lees, raak ik ontroerd. 'Op alle verschrikkelijke ogenblikken in mijn leven wáren jullie er. Nu weet ik niets meer Dag 2 lievelingen.' Vasalis noteerde: 'Brief v. Geert - 2 u. voor zijn dood.'

 

 

 

 

 Briefwisseling

 

Maart 2016: Brooklyn van Colm Tóibín

Van alle boeken die ik de afgelopen maanden las, heb ik het meest genoten van een al wat oudere uitgave, die ik vreemd genoeg geheel over het hoofd had gezien. Zelfs van de auteur had ik nog nooit gehoord. Het gaat om Brooklyn van de Ierse schrijver Colm Tóibín, vertaald door Anneke Bok. Een jong Iers meisje gaat in de jaren vijftig naar Amerika om werk te zoeken. Tóibín beschrijft tot in de kleinste details hoe haar leven vervolgens verloopt. Dat begint met een zeereis naar New York, die ze, eenzaam en misselijk tot op het bot, in een derdeklas hut doorbrengt. In Brooklyn komt ze terecht in de gemeenschap van de Ierse immigranten. Ze vindt een baantje in een warenhuis, heeft vreselijke heimwee, maar weet die te overwinnen door in haar schaarse vrije uren een opleiding boekhouden te volgen. Ze ontmoet een Italiaanse jongen, wordt verliefd en maakt plannen voor een definitieve toekomst in Amerika. Dan slaat in Ierland het noodlot toe.

Een keukenmeidenroman, zult u misschien denken, maar dat is Brooklyn volstrekt niet. Tóibín vertelt het verhaal op een kalme, bijna neutrale toon en de clichés zijn ver te zoeken. Er is geen happy end, er zijn geen sensationele wendingen; het maakt een bijzonder levensechte indruk. Hetzelfde doet hij in Nora, zijn meest recente boek. Daarin beschrijft hij het leven van zijn moeder na de vroege dood van zijn vader. Bijzonder is hoe hij zijn moeder neerzet, met al haar sterke en zwakke kanten, zonder over haar te oordelen. Een schrijver van wie ik graag alles wil lezen.

 

 

 

 

 

 Brooklyn

 

December 2015: Lezing van Emile Brugman

Dit keer wil ik u graag wijzen op een lezing in onze serie De wereld van het boek: die van uitgever en reiziger Emile Brugman. Hij gaat ons vertellen hoe zijn verzameling boeken tot stand is gekomen. En hij geeft adviezen hoe we onze eigen, originele bibliotheek kunnen opbouwen − en er nog bij kunnen reizen ook. Dat laatste is een andere hobby van Emile. Zo gaat hij regelmatig met een vrachtschip mee de oceaan op.

Emile is geestig, erudiet en onconventioneel. Ik ontmoette hem voor het eerst in 2007, toen ik op zoek was naar een nieuw onderkomen voor mijn uitgeverij. Na één gesprek, op zijn rommelige zolderkamer bij uitgeverij Atlas aan de Herengracht, wist ik het zeker: zijn uitgeverij moest het worden. Emile was niet geïnteresseerd in mijn cv en ook niet in mijn bedrijfscijfers. Het leek hem gewoon leuk om samen boeken te maken.

Emile woont met zijn vrouw Ellen Schalker aan een mooie gracht in Amsterdam. Als je zijn huis binnenstapt, zie je alleen maar boeken. Drie-, vier-, tienduizend? Hij weet zelf niet eens hoeveel er liggen. En nee, hij heeft ze niet allemaal gelezen. Maar hij weet wel wat erin staat. In een interview met de Volkskrant vertelde hij: 'Ik kan er 's ochtends met een kop koffie heel tevreden langslopen en dan denken, ja, dat ga ik ook nog eens lezen en: wat leuk dat ik dat ook heb. Je eindigt zo'n dag omgeven door het stapeltje boeken dat je gepakt hebt. Je herleest wat en plaatst het boek terug in de kast. (…) Ik woon hier nu dertig jaar en kan en wil ook niet weg vanwege al die boeken. Mocht het met het oog op zo'n zorgflatje ooit nodig zijn dat boekenbezit achter te laten, dan zou ik gewoon opnieuw beginnen en op vrijdag met mijn rollator naar de boekenmarkt op het Spui gaan.'

Emile is gespecialiseerd in natuur en vogels, onderwerpen waarover hij jarenlang boeken bedacht en begeleidde. Aanvankelijk bij de Arbeiderspers, waar hij met onder anderen Boudewijn Büch werkte, later bij zijn eigen uitgeverij Atlas, waar hij werk van Redmond O’Hanlon en vele, vele anderen uitgaf.

Emile kan prachtig vertellen over zijn boeken, zijn schrijvers en zijn reizen. Ik raad u aan om heel snel een kaartje voor deze avond te bemachtigen.

 

 

 

 

Emile Brugman

Foto © Hannie van Herk

Oktober 2015: Onderweg van Oliver Sacks

In mijn nieuwe bestaan als boekhandelaar heb ik helaas weinig tijd meer voor dikke boeken. De hele dag gaan er romans, biografieën en wetenschappelijke werken door mijn handen, maar rustig lezen is er (nog) niet bij. Dat is wel het grootste verschil met mijn vorige leven als redacteur en uitgever. Dat leven vond voornamelijk plaats achter bureaus en dikke manuscripten. Nu ren ik door de winkel, lampen vervangend, stapels rechtleggend, een klant adviserend, een vertegenwoordiger ontvangend, en intussen bedenk ik welke boeken ik beslist moet bestellen.
Toch kon ik de ruim vierhonderd pagina's tellende autobiografie van Oliver Sacks niet laten liggen. Het omslag, met een stoere jonge Sacks op een motorfiets, trok me aan, vooral vanwege het contrast met het beeld dat ik had van Sacks als oudere, aaibare man.
Sacks was neuroloog en werd beroemd met boeken over zijn patiënten. Begin dit jaar kondigde hij zijn aanstaande dood aan; hij had ongeneeslijke kanker.
Sacks beschrijft zijn leven eerlijk en zonder enige zelfverheerlijking. Hij worstelde met zijn homoseksualiteit, hij was vele jaren ernstig verslaafd en hij sprak bijna vijftig jaar lang, twee keer per week, met een psychiater.
De manier waarop hij dit beschrijft is hartverwarmend. Over zijn ouders bekent hij dat hij pas na hun dood ontdekte dat ze ook mensen waren geweest, aardige mensen, met een leven waar hij als zoon geen weet van had gehad.
Sacks was een wijs man, niet in de laatste plaats dankzij zijn tekortkomingen. Bij alles wat hij deed werd hij gedreven door oprechte belangstelling voor mensen. Dat voel je op elke bladzijde van deze prachtige autobiografie. Wat een man, wat een levenslust, wat een schrijver.

 

 

 

 

Onderweg
 

 

 

 

Waarom Libris
Boekbestellingen worden t/m 22 december 2017 GRATIS thuisbezorgd.
Kies uit meer dan een miljoen artikelen, waaronder ruim 25.000 Nederlandse ebooks.
Thuis bestellen en bezorgen of afhalen en betalen in de boekhandel.
Ruim 85.000 boeken op werkdagen voor 23.00 besteld, de volgende dag bezorgd
Volg uw bestelling via Track & Trace van PostNL
Bijna 100 aangesloten kwaliteitsboekhandels.
pro-mbookslibr1 : libris : 19