Februari 2018: De horizon van Wiesław Myśliwski

Myśliwski (1932) is een groot verteller. ‘Ik schrijf geen boeken, ik praat boeken,’ zegt hij in een interview met NRC Handelsblad. Niemand kan mooier en uitvoeriger schrijven over het verdelen van een geslachte haan (wie krijgt het grootste stuk), het strikken van een rode stropdas of het verlangen naar een hazewindhond.
En je gaat erin mee als lezer. Met overgave. Voor Myśliwski gaat het om de plek waar je bent opgegroeid en de mensen die je vormden. Al die prachtige verhalen, die soms abrupt ophouden of weer in andere herinneringen overgaan, brengen je in een cadans, waarin je alleen maar wilt doorlezen, wilt weten hoe het met die onvergetelijke personages verder gaat.

Toch is De horizon geen plattelandsidylle. En een chronologische opbouw is ver te zoeken. De structuur is analoog aan de werking van het menselijk geheugen: de ene herinnering roept de andere op, er worden grillige sprongen door de tijd gemaakt en dezelfde situaties kunnen in verschillende verhalen opnieuw opduiken, waarbij steeds weer nieuwe details aan het licht komen. Pas gaandeweg begin je te begrijpen wat de jonge Piotr en zijn familie allemaal hebben meegemaakt.

Hoogtepunt van het boek is de zoektocht naar een verloren schoen. Die schoen verliest Piotr als ze van het platteland naar de stad lopen, op weg naar een mogelijke baan voor vader. De tocht die Piotr samen met zijn moeder onderneemt om die vermaledijde schoen terug te vinden is zo meeslepend, dat je telkens hoopt dat ze hem ergens zien liggen, al weet je als lezer al lang dat hij nooit meer is teruggevonden, want dat is in een eerdere herinnering al verteld.

Het verlies van die schoen zal zijn moeder nooit meer loslaten. Zij is niet alleen obsessief, maar ook praatziek en behoorlijk bemoeizuchtig. Toch krijg je sympathie voor haar. Kordaat en onvermoeibaar (‘Loop toch eens wat langzamer’, roept de arme vader telkens) sleept ze haar gezin door moeilijke tijden. Terwijl haar man voortdurend ziek op bed naar het plafond ligt te staren, komt zij met boodschappennetten vol groente thuis. Ze kookt gerstsoep, bietjes en aardappels en noedels met spek en kaas. En ze verzamelt recepten. Als het gezin geëvacueerd wordt, is de koffer vol recepten het belangrijkste wat ze meenemen. Na haar overlijden verbrandt Piotr ze, nadat hij ze allemaal vergeefs heeft doorgenomen, op zoek naar wie zijn moeder was. Myśliwski: ‘Eigenlijk gaan mijn boeken over de onmogelijkheid van de mens zichzelf en de ander te doorgronden.’

 

 

 

 

 

November 2017: Familiestukken van Alice Munro

Wat maakt Alice Munro zo bijzonder? Allereerst dat haar personages zo ontroerend gewoon zijn. Ze zijn huisvrouw, kamermeisje, onderwijzeres of landarbeider. En ze reizen opvallend vaak met de bus of de trein. Elk leven is het portretteren waard, lijkt Munro te willen zeggen.

Pruis en Le Blansch kozen de parels uit haar werk en spiegelen in een persoonlijke inleiding haar thematiek aan hun eigen leven. Altijd gaat het bij Munro om mensen: hun gedrag, hun onmacht. Pruis: ‘Wat ik uiteindelijk heel sterk vind aan Munro’s intriges is dat ze haar personages zo veel ruimte geeft. Daardoor weten ze niet helemaal wat ze doen, wat hen juist zo menselijk maakt. Het is alsof ze laat zien dat de mens er niet op is toegerust zichzelf te begrijpen, en dat ze daar de gevolgen van laat zien.’

Munro’s verhalen getuigen van een groot inlevingsvermogen, maar denk niet dat ze soft is. Een vader ranselt zijn dochter af, een moeder kleineert haar dochter, een dochter verwaarloost haar oude, zieke moeder. Ze laat zien hoe het leven altijd weer doorgaat, ook na de meest pijnlijke ervaringen. Haar verhalen hebben vaak een scharnierpunt, een belangrijke, toevallige wending in het leven van de personages. Grote historische gebeurtenissen (D-Day bijvoorbeeld) doet ze af met een tussenzinnetje. Maar voor een gesprek over een onrustige koe, Margaret Rose genaamd, trekt ze een hele pagina uit. In de kleine dingen zit voor haar de essentie.

Haar stijl is precies en nooit opdringerig. Waar andere schrijvers soms honderden pagina’s nodig hebben, weet zij in een terloopse zin een personage neer te zetten en creëert ze in een enkele pagina een complete achtergrond. En dat zonder ingewikkeld te doen. Je hebt meteen het gevoel dat je die mensen al jaren kent.

Opvallend is ook dat niets extra gewicht lijkt te krijgen, nooit zul je haar betrappen op een extatische uithaal. Voor de goede lezer staat het tussen de regels en in dat ene zinnetje waar je bijna overheen leest. Net als Elizabeth Strout (zou zij het van Munro hebben geleerd?) is ze ‘een wonder in het ongezegd laten van dingen’, zoals Marja Pruis het mooi formuleert. Je kunt haar verhalen eindeloos herlezen, niet omdat ze niet beklijven, maar omdat je er telkens weer iets nieuws in ontdekt. En omdat je na afloop altijd weer iets geleerd hebt, waarmee je verder kunt in je eigen onbegrijpelijke leven.

 

 

 

 

Mei 2017: Verhaal van een leven van Konstantin Paustovski

Paustovski? Ik geloof dat ik de enige in Zutphen was die (stiekem) dacht: nooit van gehoord. Des te overweldigender was de recente kennismaking met het eerste deel van zijn grote werk: Verhaal van een leven. In de jaren zestig verscheen dat voor het eerst in zes delen in de Privé-domeinreeks, schitterend vertaald door Wim Hartog. En nu ligt er een herziene uitgave van de memoires, in drie delen uitgebracht in Van Oorschots Russische Bibliotheek.

Alles is mooi aan dit monumentale werk: de taal, de beelden, de verhalen. Paustovski verbindt zijn persoonlijke geschiedenis met de grote gebeurtenissen en omwentelingen in Rusland aan het einde van de 19de en in de eerste decennia van de 20ste eeuw: een periode van oorlogen, staatsgrepen en andere beproevingen, meer dan genoeg voor een paar generaties voorouders tegelijk, zegt Paustovski zelf. In de Eerste Wereldoorlog vervulde hij zijn dienstplicht als ziekenbroeder aan het Pruisische front. Hij maakte de terugtocht van het Russische leger door Polen en Wit-Rusland mee en was getuige van de mislukte Februarirevolutie en de Oktoberrevolutie. Toch is Verhaal van een leven meer een biografie van de ziel dan van gebeurtenissen, zoals Charles B. Timmer bij de eerste Nederlandse uitgave al opmerkte. Paustovski schrijft ook over de dochter van de orgeldraaier, de roze oleanders van zijn tante Nadja en een onweersnacht in de bossen van Brjansk. Lees hoe liefdevol hij zijn grootmoeder, bij wie hij een tijdlang in huis woonde, neerzet:

Grootmoeder was heel oud en krom geworden, en was niet meer zo streng als vroeger, maar zij bleef bij haar oude gewoonten. Zij stond voor dag en dauw op en zette dan meteen de ramen wijd open. Vervolgens maakte zij op een spiritusstelletje koffie.
Na het ontbijt ging zij de tuin in, waar ze in een rieten stoel uren zat te lezen in haar lievelingsboeken. (...) Vaak zag ik haar dan, met haar grijze haar, helemaal in het zwart, haar magere armen gesteund op de stoelleuningen boven haar boek weggedommeld zitten.
Vlinders streken neer op haar handen en haar zwartkanten kapje. Overrijpe pruimen vielen met een plof van de bomen in het gras. Een warme wind woei door de tuin en liet de schaduwen van de bladeren over de paadjes dansen.
Hoog in de hemel, boven grootmoeders hoofd, scheen helder de hete Kievse zomerzon, en even kwam de gedachte in mij op dat op een keer grootmoeder voor altijd zo, in de warmte en stilte van deze tuin, zou inslapen.

Het is die warme, oprechte en levenslustige toon die je bladzijde na bladzijde betovert. ‘De mens moet zin en inhoud aan het leven geven en het verrijken’, leerde Paustovski van een oude professor. Voor Paustovski was de zekerste weg om dit te bereiken die van schrijver worden. Wat een geluk dat hij die bestemming koos. Wie in zijn memoires begint zal niets anders meer willen dan al deze weergaloze verhalen lezen en herlezen.

Deel 2 van Verhaal van een leven volgt in augustus en deel 3 in 2018.
Lees ook het verhaal van Bert Wagendorp over Wim Hartog op Vertaalverhaal.nl

 

 

 

 

 Paustovski

Maart 2017: Draad van Julia Blackburn

Het is het levensverhaal van een eenvoudige visser uit Norfolk ‒ hij leefde van 1881 tot 1943 ‒ die op zijn 36ste ernstig ziek werd en toen schilderijen en borduurwerken van de zee ging maken. Rijk of beroemd is John Craske nooit geworden. Blackburn probeert zijn leven te reconstrueren en komt onderweg talloze andere interessante dingen en mensen tegen, die soms maar zijdelings met de bordurende visser te maken hebben. Een kleine alk op het strand, een man die met zijn parkiet onder de douche gaat, een dominee die roodborstjes door zijn huiskamer laat vliegen. Ook de plotselinge dood van Julia Blackburns eigen man is een aangrijpend onderdeel van het verhaal. Een boek met zo veel zijpaden kan natuurlijk gierend uit de hand lopen. Maar Blackburn is een formidabel schrijfster (dat wist ik al van haar autobiografie Wij drieën); zij weet van al die losse draden een buitengewoon indrukwekkend geheel te borduren. “Het individu is niet meer dan een onbeduidende draad in een onmetelijk en wonderbaarlijk patroon”, zei Albert Einstein en Blackburn zegt het hem na. Lees dit prachtige boek over roem en vergetelheid, leven en dood. Ik denk dat leesclubs er niet over uitgepraat zullen raken.

 

 

 

 

Draad

November 2016: Juliana van Jolande Withuis

Een van de belangrijkste uitgaven van dit najaar is voor mij Juliana. Niet omdat het boek over onze oud-koningin gaat, maar omdat Jolande Withuis het schreef. De Zutphense sociologe is een van mijn favoriete schrijvers. Ze heeft een prachtige, heldere pen en een scherp oog, zowel voor de grote, verbindende lijnen als voor saillante details. Ze is ook een trouwe klant van onze winkel, waar ze als klein meisje al kwam; haar vader was bevriend met Henk ten Bosch, die van 1946 tot 1977 de boekhandel dreef.

Dat Jolande de biografie van Juliana zou gaan schrijven, lag allerminst voor de hand. Wars van zweverigheid en niet bijster geïnteresseerd in het koninklijk huis, zei ze toch ja tegen dit project en dat maakte het boek op voorhand al interessant. Wat voor beeld zou een kritische wetenschapster en feministe, opgegroeid in een communistisch gezin, schetsen van deze spirituele koningin die zo graag ‘gewoon’ wilde zijn?

Het schrijven van een biografie is een lange weg. Jarenlang zag ik elke ochtend, als ik in alle vroegte door de stad liep, ter hoogte van de oude stadsmuur een klein lampje branden en een gebogen gestalte voor het raam: Jolande zat al achter haar bureau en werkte aan haar boek.
Ik leerde haar kennen in 2006, toen ze aan een andere biografie schreef: die van verzetsheld Pim Boellaard, waarvoor ze de Grote Geschiedenis Prijs en de Erik Hazelhoff Biografieprijs kreeg. Het boek over Juliana mocht ik, groot voorrecht, vers uit de computer meelezen. En telkens als ik weer een hoofdstuk uit had, dacht ik: wat kan die Withuis schrijven! Verrukkelijk waren de anekdotes die ze in niet eerder gepubliceerde correspondentie had gevonden of uit de mond van betrokkenen had opgetekend. ‘Neem als het mooi weer is je badpak mee!’ krabbelde Juliana soms op een formele uitnodiging. Je kunt je toch niet voorstellen dat Beatrix zoiets aan haar gasten zou hebben geschreven, maar het neemt je wel voor Juliana in.
Erg knap vond ik de open blik waarmee de biografe naar haar behoorlijk wispelturige onderwerp bleef kijken. Een koningin die liefst twee levenspaden tegelijk wilde bewandelen, is niet altijd even makkelijk te volgen. Maar Jolande was vastbesloten om deze soms onbegrijpelijke vrouw toch te begrijpen en dat leverde een buitengewoon overtuigend portret op. De grote verdienste van deze biografie – en tevens een stevige tik op de vingers van eerdere koninklijke geschiedschrijvers – is wat mij betreft dat ze Juliana van haar spruitjesimago heeft verlost en haar een nieuwe plek in de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog heeft gegeven.

In de loop der jaren ontdekte ik in Jolande niet alleen een groot schrijfster maar ook een lieve en toegewijde vriendin. Toen bij ons voor de zoveelste keer de winkelruiten waren ingegooid, kroop ze met haar gevoelige rug over de vloer van de kinderafdeling om de glasscherven te helpen opruimen. Ze schreef bovendien, zonder dat wij het wisten, een stevige brief aan de burgemeester met het dringende verzoek om de orde in de stad te handhaven. In februari bracht ze ons de eerste bloeiende voorjaarstakken en in de zomer leende ze haar schitterende Sonia Delaunay uit om onze etalage te verfraaien.
Als klant kennen we Jolande vooral vanwege haar verslaving aan spannende boeken. Daar doet ze in het geheel niet schimmig over: ‘Schrijven en lezen gaan niet samen, althans voor mij en Harry Mulisch niet. Wie denkt dat schrijvers altijd wel een deeltje van de Russische bibliotheek hebben open liggen, vergist zich.’ Zodra er een nieuwe Anne Perry of Philip Kerr uit is, rent ze dan ook naar de winkel. Maar het liefst komt ze even langs voor een praatje. En bij het weggaan zegt ze dan altijd met een stralende lach: ‘Ik heb jullie weer schandálig lang van het werk gehouden.

 

 

 

 

 Juliana Withuis

September 2016: Vroeger waren we onsterfelijk van Bert Keizer

Als ik een zin van Bert Keizer lees dan weet ik meteen dat die van hem is. Een goede schrijver herken je aan zijn toon. 'Je kunt als schrijver een onberispelijke stijl hebben en geen toon. (...) De toon is het karakteristieke, het geluid dat je uit duizenden herkent,' zegt Jan Brokken in zijn schrijfhandboek De wil en de weg. Bert Keizers toon is heerlijk nuchter en ik ken geen andere arts die zo geestig en onverbloemd over zijn vak schrijft als hij:

‘Ik werk als verpleeghuisarts, en het mag een godswonder heten (...) dat ik mij nog arts durf te noemen. Ik heb, ik zweer het u, nog nooit een beroerte genezen. Ik heb niet één geval van Parkinson weten te herstellen. (...) Als laatste maar zeker niet minste categorie noem ik de vele dementerenden die mij worden aangeboden, en die ook onder mijn hoede gewoon doorgaan met dementeren. Kortom, als er één arts is die naar preisap zou moeten grijpen, dan is het wel de verpleeghuisarts.’

Zijn levensfilosofie is simpel: tegen de dood is geen kruid gewassen. En hij kan het weten, als verpleeghuisarts heeft hij er wel duizend keer met zijn neus bovenop gestaan. Maar op weg naar dat onverbiddelijke einde is er gelukkig troost – van filosofie, literatuur en geneeskunde, 'stuk voor stuk regionen waar uitzonderlijk goed gedacht, gehuild en gelachen kan worden.' Over Samuel Beckett, een van zijn literaire helden, schrijft hij: 'Ja, hij is van de leven-is-kut-en-dan-ga-je-dood-school, maar (...) ik voel me altijd schoon als ik hem gelezen heb, alsof hij de boel eens even lekker schrobt.'

Dat verkwikte gevoel heb ik ook als ik Bert Keizers vrolijke sombermansverhalen lees. Het meest hou ik van zijn scenes uit het verpleeghuis. Keizer maakt niets mooier dan het is, hij is buitengewoon helder en concreet, maar door de lichte toon en de vaak grappige observaties zijn de verhalen nooit deprimerend. Wel emotioneel. In Tumult bij de uitgang vertelt hij over de levensbeëindiging van een oude man, mede bijgewoond door een jonge arts in opleiding. Keizer heeft de daad zojuist voltrokken:

'Ik liep opgelucht de gang door met mijn jonge collega die, naar ik nu pas merkte, wel heel erg stil was. Ik keek hem even van opzij aan en zag tot mijn schrik dat hij totaal overstuur naast mij voorthobbelend liep te huilen. We zijn gauw naar mijn kamer gegaan, waar je zo'n jongen natuurlijk niet op schoot kunt nemen, maar ik dacht wel: hoe kom ik erop dat euthanasie iets geaccepteerds moet zijn? Het is iets vreselijks.'

Ook zijn nieuwste boek, met de fraaie titel Vroeger waren we onsterfelijk, heeft weer die stem die je uit duizenden herkent. Voor het eerst vertelt hij over zijn jeugd, zijn ouders en zijn opleiding. En hoe hij uiteindelijk koos voor 'het afvoerputje van de maatschappij': het verpleeghuis. Het laatste verhaal gaat over zijn aanstaande pensioen. Een van zijn collega’s vraagt:

'Waarom ben jij eigenlijk zo bang voor pensioen? Wil je niet graag leuke dingen gaan doen? De ongekende schoonheid van je eigen land gaan ontdekken? Zutphen bijvoorbeeld, waar jij niet naartoe te knuppelen bent, weet je wel dat dat een heel mooi stadje is?'

Bert Keizer is natuurlijk van harte welkom hier. Maar laat hem vooral veel achter zijn bureau zitten en nieuwe boeken schrijven. Die mag hij dan in Zutphen presenteren. En als hij is uitgeschreven, laat hem dan alsjeblieft weer verpleeghuisarts worden. Dan weet ik tenminste naar wie ik toe kan als ik oud en hulpeloos ben.

 

 

 

 

Bert Keizer Vroeger

Mei 2016: M. Vasalis en Geert van Oorschot. Briefwisseling 1951-1987

Waarom verschijnen er zo veel boeken? Dat vraag ik me steeds vaker af. Natuurlijk word ik elke dag vrolijk van de dozen met nieuwe boeken. Er is niets leukers dan zo’n doos open te maken en als eerste te mogen zien wat er in zit. Maar het geeft ook frustratie: waar moeten al die nieuwe boeken liggen? En nog lastiger: wat moet er van tafel om plaats te maken? Bijna elke dag schuiven we met armen vol boeken door de winkel. En de volgende dag, als er weer nieuwe dozen binnenkomen, begint het hele circus opnieuw.

Soms leg ik met opzet een stapel oudere boeken neer. De briefwisseling van M. Vasalis en Geert van Oorschot, een van de mooiste boeken die ik ken, heb ik weer uit de kast gehaald toen Arjen Fortuin, de biograaf van Van Oorschot, onze winkel kwam bezoeken. Heerlijk om te lezen hoe de vurige Van Oorschot met zijn auteurs omging en hoe hij zijn uitgeverij runde. Maar de correspondentie is vooral zo prachtig door de blik die zij ons gunt op de karakters van de brievenschrijvers. Van Oorschot was een groot kind : enthousiast, dwingend, emotioneel, impulsief. En Vasalis was als een moeder: wijs, soms scherp, vaak mild en altijd met de juiste toon. Ze wees hem terecht als hij over de schreef ging en troostte hem als hij verdrietig was. Iedereen kreeg ruzie met Van Oorschot, maar zij niet. Twee jaar na de zelfmoord van Van Oorschots zoon Guido schreef ze: 'Wat is er eigenlijk voor verschrikkelijks aan de dood, vroeger of later? Het – imaginaire – programma wordt nooit afgewerkt. Het laatste woord is toevallig het laatste. Niemand is met leven klaar. Heb hem lief met mededogen, begrip, eerbied en laat hem in jezelf te ruste gaan.'
Elke keer als ik Van Oorschots laatste brief aan Vasalis en haar man Jan lees, raak ik ontroerd. 'Op alle verschrikkelijke ogenblikken in mijn leven wáren jullie er. Nu weet ik niets meer Dag 2 lievelingen.' Vasalis noteerde: 'Brief v. Geert - 2 u. voor zijn dood.'

 

 

 

 

 Briefwisseling

 

Maart 2016: Brooklyn van Colm Tóibín

Van alle boeken die ik de afgelopen maanden las, heb ik het meest genoten van een al wat oudere uitgave, die ik vreemd genoeg geheel over het hoofd had gezien. Zelfs van de auteur had ik nog nooit gehoord. Het gaat om Brooklyn van de Ierse schrijver Colm Tóibín, vertaald door Anneke Bok. Een jong Iers meisje gaat in de jaren vijftig naar Amerika om werk te zoeken. Tóibín beschrijft tot in de kleinste details hoe haar leven vervolgens verloopt. Dat begint met een zeereis naar New York, die ze, eenzaam en misselijk tot op het bot, in een derdeklas hut doorbrengt. In Brooklyn komt ze terecht in de gemeenschap van de Ierse immigranten. Ze vindt een baantje in een warenhuis, heeft vreselijke heimwee, maar weet die te overwinnen door in haar schaarse vrije uren een opleiding boekhouden te volgen. Ze ontmoet een Italiaanse jongen, wordt verliefd en maakt plannen voor een definitieve toekomst in Amerika. Dan slaat in Ierland het noodlot toe.

Een keukenmeidenroman, zult u misschien denken, maar dat is Brooklyn volstrekt niet. Tóibín vertelt het verhaal op een kalme, bijna neutrale toon en de clichés zijn ver te zoeken. Er is geen happy end, er zijn geen sensationele wendingen; het maakt een bijzonder levensechte indruk. Hetzelfde doet hij in Nora, zijn meest recente boek. Daarin beschrijft hij het leven van zijn moeder na de vroege dood van zijn vader. Bijzonder is hoe hij zijn moeder neerzet, met al haar sterke en zwakke kanten, zonder over haar te oordelen. Een schrijver van wie ik graag alles wil lezen.

 

 

 

 

 

 Brooklyn

 

December 2015: Lezing van Emile Brugman

Dit keer wil ik u graag wijzen op een lezing in onze serie De wereld van het boek: die van uitgever en reiziger Emile Brugman. Hij gaat ons vertellen hoe zijn verzameling boeken tot stand is gekomen. En hij geeft adviezen hoe we onze eigen, originele bibliotheek kunnen opbouwen − en er nog bij kunnen reizen ook. Dat laatste is een andere hobby van Emile. Zo gaat hij regelmatig met een vrachtschip mee de oceaan op.

Emile is geestig, erudiet en onconventioneel. Ik ontmoette hem voor het eerst in 2007, toen ik op zoek was naar een nieuw onderkomen voor mijn uitgeverij. Na één gesprek, op zijn rommelige zolderkamer bij uitgeverij Atlas aan de Herengracht, wist ik het zeker: zijn uitgeverij moest het worden. Emile was niet geïnteresseerd in mijn cv en ook niet in mijn bedrijfscijfers. Het leek hem gewoon leuk om samen boeken te maken.

Emile woont met zijn vrouw Ellen Schalker aan een mooie gracht in Amsterdam. Als je zijn huis binnenstapt, zie je alleen maar boeken. Drie-, vier-, tienduizend? Hij weet zelf niet eens hoeveel er liggen. En nee, hij heeft ze niet allemaal gelezen. Maar hij weet wel wat erin staat. In een interview met de Volkskrant vertelde hij: 'Ik kan er 's ochtends met een kop koffie heel tevreden langslopen en dan denken, ja, dat ga ik ook nog eens lezen en: wat leuk dat ik dat ook heb. Je eindigt zo'n dag omgeven door het stapeltje boeken dat je gepakt hebt. Je herleest wat en plaatst het boek terug in de kast. (…) Ik woon hier nu dertig jaar en kan en wil ook niet weg vanwege al die boeken. Mocht het met het oog op zo'n zorgflatje ooit nodig zijn dat boekenbezit achter te laten, dan zou ik gewoon opnieuw beginnen en op vrijdag met mijn rollator naar de boekenmarkt op het Spui gaan.'

Emile is gespecialiseerd in natuur en vogels, onderwerpen waarover hij jarenlang boeken bedacht en begeleidde. Aanvankelijk bij de Arbeiderspers, waar hij met onder anderen Boudewijn Büch werkte, later bij zijn eigen uitgeverij Atlas, waar hij werk van Redmond O’Hanlon en vele, vele anderen uitgaf.

Emile kan prachtig vertellen over zijn boeken, zijn schrijvers en zijn reizen. Ik raad u aan om heel snel een kaartje voor deze avond te bemachtigen.

 

 

 

 

Emile Brugman

Foto © Hannie van Herk

Oktober 2015: Onderweg van Oliver Sacks

In mijn nieuwe bestaan als boekhandelaar heb ik helaas weinig tijd meer voor dikke boeken. De hele dag gaan er romans, biografieën en wetenschappelijke werken door mijn handen, maar rustig lezen is er (nog) niet bij. Dat is wel het grootste verschil met mijn vorige leven als redacteur en uitgever. Dat leven vond voornamelijk plaats achter bureaus en dikke manuscripten. Nu ren ik door de winkel, lampen vervangend, stapels rechtleggend, een klant adviserend, een vertegenwoordiger ontvangend, en intussen bedenk ik welke boeken ik beslist moet bestellen.
Toch kon ik de ruim vierhonderd pagina's tellende autobiografie van Oliver Sacks niet laten liggen. Het omslag, met een stoere jonge Sacks op een motorfiets, trok me aan, vooral vanwege het contrast met het beeld dat ik had van Sacks als oudere, aaibare man.
Sacks was neuroloog en werd beroemd met boeken over zijn patiënten. Begin dit jaar kondigde hij zijn aanstaande dood aan; hij had ongeneeslijke kanker.
Sacks beschrijft zijn leven eerlijk en zonder enige zelfverheerlijking. Hij worstelde met zijn homoseksualiteit, hij was vele jaren ernstig verslaafd en hij sprak bijna vijftig jaar lang, twee keer per week, met een psychiater.
De manier waarop hij dit beschrijft is hartverwarmend. Over zijn ouders bekent hij dat hij pas na hun dood ontdekte dat ze ook mensen waren geweest, aardige mensen, met een leven waar hij als zoon geen weet van had gehad.
Sacks was een wijs man, niet in de laatste plaats dankzij zijn tekortkomingen. Bij alles wat hij deed werd hij gedreven door oprechte belangstelling voor mensen. Dat voel je op elke bladzijde van deze prachtige autobiografie. Wat een man, wat een levenslust, wat een schrijver.

 

 

 

 

Onderweg
 

 

 

 

Waarom Libris
Boekbestellingen vanaf € 15,- GRATIS thuisbezorgd.
Kies uit meer dan een miljoen artikelen, waaronder ruim 25.000 Nederlandse ebooks.
Thuis bestellen en bezorgen of afhalen en betalen in de boekhandel.
Ruim 85.000 boeken op werkdagen voor 23.00 besteld, de volgende dag bezorgd
Volg uw bestelling via Track & Trace van PostNL
Bijna 100 aangesloten kwaliteitsboekhandels.
pro-mbookslibr1 : libris